De carrièreperspectieven van jonge onderzoekers: tussen wens en werkelijkheid ligt een kloof

Inleiding
De afgelopen tijd zijn diverse onderzoeksrapporten, notities, verslagen van symposia, artikelen en nieuws-berichten verschenen over de carrièreperspectieven van jonge onderzoekers. Zowel van de kant van de promovendi zelf, als van partijen als het Ministerie van OC&W en de Vakbond voor Wetenschappers worden de problemen naar voren gebracht en worden als oplossing voor de knelpunten aanbevelingen gegeven en concrete plannen gepresenteerd.
In dit item een korte presentatie en impressies van de inhoud van enkele van deze informatiebronnen.


Tussen wens en werkelijkheid: carrièreperspectieven van jonge onderzoekers. Eindrapport + symposium Loopbanen in de Wetenschap (25 jan. 2006)

Jonge onderzoekers blijken uitgesproken negatief over hun loopbaanmogelijkheden binnen de wetenschap. Dit blijkt uit een onderzoek dat in opdracht van het Promovendi Netwerk Nederland (PNN) en het Landelijk Postdoc Platform (LPP) is uitgevoerd. Het rapport is op 25 januari 2006 tijdens een symposium over Loopbanen in de Wetenschap aangeboden aan Minister Van der Hoeven.

In haar toespraak spoorde de Minister van OCW beleidsmakers uit het hoger onderwijs aan om goed te luisteren naar de boodschap van jonge onderzoekers. Van der Hoeven wees op de uitgaven voor onderzoeksfaciliteiten die het Ministerie in de afgelopen jaren heeft gedaan. Tegelijkertijd wees zij de universiteiten op hun plicht te zorgen voor een goede onderzoeksomgeving voor jonge onderzoekers.
Uit het onderzoek blijkt dat het gebrek op vaste aanstellingen voor veel excellente onderzoekers een belemmerring is om verder te gaan in de wetenschap. Vaak vervalt men in een eindeloos 'stapelen van tijdelijke aanstellingen'. Het blijkt bovendien dat een aantal universiteiten van plan is om hun jonge onderzoekers niet meer als medewerker te betalen. In plaats daarvan streven zij een aanstelling als student na. De Minister is hierover echter duidelijk: "Mijn departement zal dan ook de student-promovendus niet stimuleren of faciliteren. Als deze tendens zich bij de instellingen voortzet, zie ik dit eerder als een stap terug".

Kort verslag van het onderzoek
Een grote groep promovendi wil de universiteit verlaten voor de het bedrijfsleven of de overheid (39%). Een nog grotere groep (46%) geeft aan naar een buitenlandse universiteit te willen als de carrièreperspectieven op Nederlandse universiteiten niet beter worden.
Redenen die onderzoekers noemen om te kiezen voor een wetenschappelijke loopbaan buiten Nederland, zijn de ontevredenheid over carrièreperspectieven op Nederlandse universiteiten en de gebrekkige zelfstandigheid.
Wanneer men kiest voor een carrière in het bedrijfsleven, is dat vooral omdat men ontevreden is over de begeleiding op de universiteit, de maatschappelijke status van de wetenschap en de loopbaanperspectieven.

Naast ontevredenheid over de loopbaanmogelijkheden bij de werkgever, bestaat er bij de respondenten ontevredenheid over het salaris, het onderzoeksbudget, de maatschappelijke status, de werkdruk en het tijdelijke karakter van de aanstelling. Het laatste punt wordt vaker genoemd door postdocs.

Er is niet alleen maar ontevredenheid. Verreweg de meeste jonge onderzoekers zijn in het algemeen tevreden met de huidige baan. Zij zijn tevreden over de intellectuele uitdaging en intellectuele vrijheid, de mogelijkheden tot congresbezoek, de contacten met collega’s, de flexibele werktijden, de mate van zelfstandigheid en de onderzoeksvrijheid.

Bronnen: 1) Tussen wens en werkelijkheid: carrièreperspectieven van jonge onderzoekers. Eindrapport. Rob Hoffius, Sara Surachno. Leiden, 20 januari 2006. Research voor Beleid.

Voor het volledige rapport: http://www.vawo.nl/lpp/documents/EindrapLPP_PNN.pdf

2) Persbericht 25.01.2006 . Promovendi Netwerk Nederland en Landelijk Postdoc Platform.

3) Toespraak M. van der Hoeven op het symposium.

Steeds minder UD-functies, steeds minder perspectief voor postdocs en promovendi

 

voorkant boekIn de nieuwsbrieven van de VAWO (Vakbond voor de Wetenschap, VAWO VISIE) van september en december 2005 worden de carrièreperspectieven van postdocs en promovendi geschetst.
Uit een vergelijking van de WOPI-gegevens van 1999 en 2004 (exclusief het HOOP-gebied Gezondheid) blijkt dat in de laatste vijf jaar voor 386 fte (voltijdsbanen) aan UD-functies op de universiteiten verloren gegaan. Het aantal vaste UD-functies nam af met 557 fte. Doordat er minder UD-functies zijn, zijn de mogelijkheden voor postdocs om naar dit functieniveau door te stromen aanzienlijk afgenomen.
UD’ers krijgen bovendien steeds vaker een tijdelijk contract. Van het wetenschappelijk personeel aan de Nederlandse universiteiten is nog slechts zo’n 45% in vaste dienst. Vijf jaar geleden was dat nog ruim 53%. De verschuiving heeft enerzijds te maken met de explosieve groei van het aantal promovendi, maar het aantal verloren gegane UD-functies en het aantal UD-functionarissen dat met een tijdelijk contract werkt, zijn hier eveneens debet aan.

De mogelijkheden voor postdocs om door te stromen naar een UD-functie bleken al beperkt, doordat de mobiliteit onder UD’s, evenals die onder hoogleraren en UHD’s, gering is. Timmerhuis en Vermeulen (Arbeidsmobiliteit van wp, 1993) becijfer­den dat in 1990 de doorstroom naar een hogere functie plus de uitstroom van UD’s 8% bedroeg (op een totaal van zo’n 6000 fte). Het instroom-percentage was nage­noeg gelijk.
Het perspectief op een wetenschappelijke loopbaan voor het sterk gestegen aantal promovendi is duidelijk verslechterd. Wel zijn er tussen de universiteiten in de ontwikkelingen duidelijke verschillen. Voor een vergelijk, zie de VAWO VISIE van december 2005. In bijgevoegd kader worden de gegevens voor de UT gepresenteerd.

Bron: VAWO Visie 37e jaargang, nummer 3 van september 2005 en nummer 4 van december 2005, AvD. De nummers zijn te downloaden via de pagina 'Archief': http://www.vawo.nl/actueel/vawovisie_archief.html

VAWO-symposion 'Tenure track / Loopbanen in de wetenschap' (7 juni 2005) / “Tenure tracks zijn hooguit een deel van de oplossing”

Bij een aantal faculteiten in Nederland wordt de laatste jaren geëxperimenteerd met – of gedacht aan – tenure-tracksystemen naar Angelsaksisch voorbeeld. Dergelijke systemen bieden postdocs, uitzicht om op te klimmen naar een in principe steeds hogere positie in de vaste wetenschappelijke staf, op voorwaarde dat zij goed blijven presteren.

Carrière maken in de wetenschap wordt in Nederland steeds moeilijker. Tenure tracks vormen hooguit een deel van de oplossing voor dit probleem, zo werd geconcludeerd op het symposion over loopbanen in de wetenschap, dat de VAWO op 7 juni 2005 in samenwerking met de Molecular Medicine Postgraduate School van Erasmus MC in Rotterdam organiseerde. Bovenal dient het aantal vaste functies voor wetenschappers te worden uitgebreid.

Lees het hele verslag van het symposium op: http://www.vawo.nl/actueel/tenuretrack.html

Onderzoekstalent naar waarde geschat

voorkant boek onderzoekstalent op waarde geschatHet aantal promoties in Nederland behoort tot de laagste van Europa. In het Verenigd Koninkrijk, Zweden, Duitsland zijn er jaarlijks 2 tot 4 keer zoveel promoties per hoofd van de bevolking. Dit geldt zowel voor het totale aantal promoties, als voor het aantal promoties in de bèta- en technische disciplines. Alleen Italië scoort lager.

Als Nederland de ambitie heeft om binnen de Europese Unie tot de koplopers te behoren bij het ontwikkelen van een kennissamen-leving, dan zijn juist daarvoor hoog opgeleide mensen en doorbraken in het fundamentele onderzoek en succesvolle innovatie in maatschappelijke en economische processen.

In deze notitie, met een voorwoord van minister vam OC&W Maria van der Hoeven, worden de huidige knelpunten beschreven en plannen uiteengezet (inclusief begroting) voor de opleiding en ontwikkeling van jonge onderzoekers in universiteiten en onderzoeksinstituten en voor het bevorderen van excellentie.

Enkele conclusies en aanbevelingen die in deze notitie naar voren komen in het kort:

·

Het moet voor jong talent aantrekkelijker worden om te promoveren, door betere carrièreperspectieven te bieden, door vernieuwing van promotietrajecten en meer differentiatie daarin, meer ruimte voor de promovendus en brede opleidingen.

·

Het talent van vrouwen en allochtonen moet beter worden benut. De ingezette maatregelen worden geïntensiveerd, zoals met Aspasia nieuwe stijl en door prestatieafspraken met de instellingen om meer vrouwen in hoge wetenschappelijke en bestuurlijke posities te benoemen. Voor het verhogen van het aandeel allochtone onderzoekers wordt het Mozaïek-programma van NWO ingezet.

·

Er moet meer mobiliteit ontstaan: tussen landen maar ook tussen sectoren.

·

Er moet kritisch worden gekeken naar de organisatorische verbanden waarbinnen jong talent tot onderzoeker wordt opgeleid, met als belangrijkste aandachtspunt de kwaliteit van de promotieopleiding.

·

Er moet betere begeleiding komen.

·

Het rendement en de duur van de promotieopleiding kunnen verder worden verbeterd.

·

Er moet een betere aansluiting komen van het promotietraject op de arbeidsmarkt buiten de wetenschap.

·

Voor creatief talent die meer ruimte willen om hun promotietraject zélf in te vullen komen er persoonsgebonden subsidies .

·

De kwaliteit van de Nederlandse onderzoeksopleiding is hoog en dat is voor een belangrijk

·

deel te danken aan de onderzoekscholen en het aio-stelsel. De introductie van graduate

·

schools, zoals voorgesteld in Hora Est, dient goed functionerende samenwerkingsverbanden die in onderzoekscholen zijn ontstaan, niet teniet te doen.

·

Universiteiten dienen verplichten de kwaliteit te laten beoordelen van het organisatorisch

·

verband (bijvoorbeeld onderzoekschool, graduate school of een combinatie van beiden)

·

waarin promotietrajecten zijn ondergebracht. De KNAW krijgt tot taak de kwaliteitsbeoordeling uit te voeren en kwaliteitseisen te ontwikkelen.

·

Om de toelating van kennismigranten te versoepelen is sinds 1 oktober 2004 een regeling van kracht en ook op Europees niveau wordt gewerkt aan versoepeling van toelating van kennismigranten.

Onderzoekstalent op waarde geschat. Publicatie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Uitgave oktober 2005. Druk TDS, Schiedam.
ISBN 90-5910-353-X Te vinden op de website van het Ministerie van OC&W:

http://www.minocw.nl/documenten/onderzoekstalent.pdf

Van tijdelijke kostenpost naar blijvend kapitaal. VAWO-notitie over het wetenschaps- en personeelsbeleid

Dit rapport is al van iets oudere datum (2003), maar nog steeds interessant als achtergrond voor discussies over personeelsbeleid bij de universiteiten, arbeidsvoorwaarden en carrièreperspectieven voor jonge wetenschappers.

In deze notitie wordt de visie van de VAWO (Vakbond van Wetenschappers) t.a.v. deze punten verwoord.
Uitgangspunt van de VAWO is dat de wetenschappers het heft in eigen hand nemen.
Enkele conclusies en aanbevelingen die in het rapport worden genoemd en voer voor discussie: ♦ De universitaire overhead (bestuurs- en beheerskosten) moet zoveel mogelijk worden gereduceerd.

·

Er dienen grenzen te worden gesteld aan de bestedingsvrijheid van het CvB.

·

Er moeten externe visitaties aan bestuur en beleidsafdelingen komen.

·

Wetenschappers moeten weer zeggenschap krijgen over de inhoud van onderwijs en onderzoek.

·

De verantwoordelijkheid voor de besteding van middelen dient bij de wetenschappers te liggen.

·

Toegepast onderzoek mag fundamenteel onderzoek niet verdringen.

·

Onderwijs en onderzoek moeten gelijk gewaardeerd worden.

·

Er moet meer worden samengewerkt tussen de universiteiten onderling en met het hbo.

·

Het onderscheid tussen universiteit en hbo dient gewaarborgd te blijven.

·

Het middelloonstelsel pakt voor wetenschappelijk personeel onevenredig slecht uit. Dat zal voor hen gecompenseerd moeten worden met kortere carrièrelijnen en/of een flinke loonsverhoging.

·

Ontwikkel een loopbaanbeleid voor wetenschappers, met daarin een helder traject van ontwikkeling en selectie.

·

Bij goed personeels- en loopbaanbeleid behoort vanzelfsprekend ook dat medewerkers die niet goed functioneren, kunnen worden ontslagen.

·

Het loopbaanperspectief van wetenschappers in tijdelijke dienst moet verbeterd worden.

·

Overwogen moet worden alle beperkingen op het maximum aan duur en aantal van opeenvolgende tijdelijke contracten uit de CAO te schrappen.

·

Het gebrek aan loopbaanperspectief bij een tijdelijk contract zou gecompenseerd moeten worden door een toelage op het salaris.

Van tijdelijke kostenpost naar blijvend kapitaal. De visie van de VAWO op het wetenschaps- en personeelsbeleid.
VAWO, dec. 2003. Den Haag. Te vinden via: http://www.vawo.nl/lpp/actueel/documents/vawo_vantijdelijkekostenpost.pdf

Recentelijk nieuws: verscheidene universiteiten voor de rechter voor het ontduiken van afspraken

ABVAKABO FNV en PNN plannen een rechtzaak tegen verscheidene universiteiten. De beschuldigen gelden het ontduiken van afspraken. De Rijks Universiteit Groningen is per 1 januari 2006 gestart met het aanstellen van beurspromovendi. Dit betekent dat de promovendi geen werknemerstatus meer zullen hebben en de secundaire arbeidsvoorwaarden die bij een aanstelling aan de universiteit horen niet meer gelden. Andere universiteiten overwegen deze stap.

ABVAKABO FNV, grootste vertegenwoordiger van wetenschappelijk personeel aan universiteiten en PNN zijn fel gekant tegen dit bursalenstelsel. Eerder al bepaalde een rechter in een zaak tussen bursalen en de universiteiten van Utrecht en Amsterdam dat, gezien de werkzaamheden van een promovendus, deze een werknemer is en recht heeft op alle daarbij behorende arbeidsvoorwaarden.

Naar de mening van PNN zal dit de aantrekkelijkheid van promotieplaatsen niet verhogen, terwijl dit juist hard nodig is in het kader van de ambities voor de kenniseconomie. Ook de minister van OCW is geen voorstander van het bursalenstelsel (zie de hierboven al aangeduide toespraak op het symposium 'Loopbanen in de Wetenschap').

Bron: Nieuws op de site van PNN: http://www.hetpnn.nl/site/set2.htm

Lees hier het persbericht over deze problematiek. Lees hier het PNN charter over bursalen dat reeds in 2004 verscheen.

Samensteller van deze compilatie: W.D.J. Vlas, onderwijskundig medewerker ITBE – Onderwijskundige Dienst / Universiteit Twente


* De auteur geeft voor ieder van de stukken een korte samenvatting of een impressie van de inhoud of somt alleen enkele belangrijke aanbevelingen of conclusies op. De korte beschrijvingen impliceren dat de weergave zeker geen compleet beeld geeft of een precieze weergave geeft van de teksten. Er is sprake van selectieve informatievoorziening en de in de documenten aangebrachte nuanceringen en toelichtingen ontbreken veelal. Voor een volledig en correct beeld wordt verwezen naar de documenten zelf, waarvan de links in de tekst worden weergegeven.