Een elektronische coach maakt het werk van de docent straks makkelijker

Man achter computer in een relax houdingStudenten leren actief en met hulp van medestudenten (tutoren). De rol van de docent is vooral begeleider en organisator van onderwijs. Mooie ideeën, maar hoe breng je dit in praktijk? Hoe organiseer je als docent de samenwerking tussen studenten zodat ze elkaar echt hulp bieden? En hoe geef je zelf begeleiding zonder dat het veel tijd kost? Het gebruiken van software voor peer-feedback kan een oplossing zijn.

Software die het geven van feedback vergemakkelijkt

Oefenen en hulp bij oefenen zijn wezenlijke onderdelen van het leren in het hoger onderwijs. In elektronische leeromgevingen worden vaak oefenopdrachten verstrekt, maar zijn er doorgaans geen faciliteiten beschikbaar voor het geven van hulp bij het oefenen (feedback/terugkoppeling).

Via een project van de Digitale Universiteit, is een webapplicatie – Espace genaamd – in ontwikkeling, waarmee studenten terugkoppeling (peer feedback) kunnen krijgen van hun medestudenten. Het acroniem ESPACE verwijst naar de belangrijkste kenmerken van het op te leveren product: een Elektronisch Systeem voor Peer Assessment en Coaching Efficiency.

Doel van de software is:

-

tijdwinst voor docenten te boeken (doordat studenten elkaar helpen);

-

de terugkoppeling in het onderwijs van betere kwaliteit te laten zijn door de tutoren (medestudenten, docenten) elektronisch te faciliteren.

Hoe werkt Espace?

schema peer supportDe elektronische coach is bruikbaar voor allerlei vakinhouden en daarmee voor veel vakken of modules inzetbaar, zolang daarin maar plaats is voor oefening. Ook kan het gaan om uiteenlopende type opdrachten, mits het om oefeningen gaat (niet de eenvoudigste) waarbij begeleiding nodig is.
Espace werkt als volgt: Studenten krijgen oefenopdrachten aangeboden. Het oefenproces en – resultaat wordt geregistreerd en wordt vervolgens beoordeeld door een medestudent die daarna studiesuggesties geeft.

Het elektronische hulpmiddel maakt communicatie en gegevensuitwisseling mogelijk tussen studenten en medestudenten (student-tutoren), zorgt voor de organisatie van het (elektronisch) aan elkaar koppelen van student en tutor (medestudent) en faciliteert de participanten in hun te vervullen rol (oefenende student, tutorrol). Het coachingsysteem is daarbij breed inzetbaar voor het ondersteunen van de verschillende begeleidingsstappen.

Om te kunnen functioneren wordt de ‘coach’ gevuld met vakspecifieke inhouden. Deze komen tot stand door analyse van het vakinhoudelijk domein naar a) vakinhoud, b) werkwijze en c) proces/productcriteria.

Enkele kenmerken van de elektronische coach

1.

Zowel voor puur afstandsleren als voor gemengde leervormen (blended learning) toe te passen.

2.

Door een onderwijsontwikkelaar (docent) of een groep (ontwikkelteam) in te zetten voor de gehele of gedeeltelijke begeleiding in een bestaande of nog te maken cursus.

3.

De hoofdfunctie is hulp bij het uitvoeren van opdrachten.

4.

Een tweede functie is stimulering van het actief studeren door middel van het uitwerken van opdrachten

5.

De begeleiding sluit aan bij het na te streven ideaal verlopende leerproces (leren primair, begeleiden secundair)

6.

Studenten begeleiden zowel medestudenten (peer feedback) als zichzelf (zelfregulatie)

7.

De coach ondersteunt een ruim toepasbare manier van begeleiden (meten, vergelijken met een norm, studiesuggestie bedenken, studiesuggestie geven) die niet wezenlijk verschilt tussen vakgebieden.

8.

Efficiëntere begeleiding; verondersteld wordt dat met behulp van technische middelen als computer en netwerkfaciliteiten, de begeleidingsstappen zodanig vergemakkelijkt kunnen worden, dat de begeleiding efficiënt te organiseren valt.

9.

De coach is (vak)inhoudsvrij en staat los van vakgebieden; voor gebruik dient cursusinformatie (studenten-informatie en vakinhoudelijke informatie als opdrachten en criteria) ingevoerd te worden (door een onderwijsontwikkelaar) of via verwijzing beschikbaar te zijn.

10.

Criteria zijn op verschillende manieren in te voeren en ze worden op een gebruiksvriendelijke manier beschikbaar gesteld aan student en tutor.

11.

De toewijzing van student-tutoren aan oefenende studenten gebeurt op verschillende manieren; de docent kiest de manier die past in de eigen onderwijssituatie.

Stand van zaken en nadere informatie

Een eerste versie van de software is gereed en een eerste test heeft plaats gehad. Binnenkort volgen nieuwe tests met o.a. groepen van 40 en 90 studenten.

De software komt vanaf april 2006 beschikbaar voor universiteiten en hogescholen.

Het project Espace is een project van de Digitale Universiteit. In het project participeren de volgende instellingen: Universiteit Twente, de Open Universiteit, Hogeschool InHolland en Hogeschool Rotterdam. Penvoerder is de Open Universiteit en OU-medewerker Maurice de Volder is de projectleider.

De Espace-projectgroepleden van de UT houden u via deze site op de hoogte van ontwikkelingen en zullen t.z.t. nadere informatie verschaffen over de toepassingen en het gebruik van de software.

Wilt u alvast wat meer informatie of een toelichting op dit artikel, neem dan contact op met: Jan de Goeijen (ITBE) of Henk Roossink (ITBE).