Het flexibele studielandschap in de Oosthorst

Alweer vijf jaar is het mogelijk om een opleiding tot industrieel ontwerper te volgen aan de UT. Sinds de start van de opleiding wordt er nauwelijks gebruik gemaakt van hoorcollegezalen, werkcollegezalen en projectkamers. In plaats daarvan wordt gebruik gemaakt van een professionele leer- en werkomgeving, ook wel flexibel studielandschap genoemd. Het uitgangspunt hierbij is om een ruimte te creëren die lijkt op de werkomgeving waarin studenten later terechtkomen.
Voor iedere jaargroep is een ruimte beschikbaar waar de studenten niet alleen kunnen werken aan hun projectwerk. Ook kunnen de studenten hoor-, werk- of geïntegreerde colleges in de ruimte volgen. Hierbij wordt intensief gebruik gemaakt van het draadloze netwerk en de flexibiliteit van de ruimte. Als docent ben je te gast bij de studenten in plaats van andersom.
In dit artikel zullen wij de ervaringen die wij als docenten IO met het verzorgen van onderwijs en begeleiding in deze ruimte hebben toelichten en wat verder ingaan op de mogelijkheden en beperkingen van een studielandschap.

Welke faciliteiten zijn er?

Op dit moment wordt alleen met een studielandschap gewerkt in de bachelorfase van de opleiding. In de Oosthorst is voor ieder studiejaar een ruimte beschikbaar. Deze zalen zijn flexibel in te delen doordat de tafels wielen hebben en een deel van de zaal afgeschermd kan worden met geluidsdempende schermen. Daarnaast is in iedere zaal een presentatiedesk aanwezig met pc, Wacom tablet (een beschrijfbaar scherm wat ook geprojecteerd kan worden), DVD-speler en video recorder, draadloze microfoon en een bedieningspaneel voor de beamer, geluid en verlichting. Iedere student beschikt over een laptop die ze op kunnen laden via de stopcontacten in hun locker of in de vloerputten die in de vloer van de zalen verwerkt zijn.

Handtekenen

Figuur 1: Handtekenen: uitleg en oefening tegelijk.

Wat kun je ermee?

Een dergelijke flexibele onderwijsruimte biedt mogelijkheden voor nieuwe onderwijsvormen. Bij industrieel ontwerpen wordt vanaf het begin veel gewerkt met geïntegreerd onderwijs; een combinatie van hoor- en werkcollege. Door het draadloze systeem en open karakter van de ruimte kun je als docent snel wisselen tussen het geven van een plenaire presentatie en het rondlopen om studenten individueel te begeleiden. Hierdoor kunnen studenten direct aan de slag met de stof die wordt uitgelegd. Men kan bijvoorbeeld 20 minuten plenair iets uitleggen, zoals bij de mechanicavakken gebeurt, en vervolgens de studenten 100 minuten met deze stof laten werken. Dan weer iets uitleggen en de studenten daar mee laten werken. Op die manier is het eenvoudiger om relaties te leggen tussen theorie en praktijk. De onderwijsfuncties oriënteren, oefenen en terugkoppelen worden aldus geïntegreerd. Bij een vak als handtekenen (zie foto 1) zijn deze cycli nog korter, bijvoorbeeld 10 minuten plenair iets uitleggen en daarna een half uur zelfstandig werken. Het voordeel is dat wanneer een docent tijdens de individuele begeleiding merkt dat meerdere studenten de stof niet goed hebben begrepen, dit nog eens plenair uitgelegd kan worden.

Daarnaast biedt het gebruik van laptops en draadloos netwerk de mogelijkheid om studenten tijdens een college korte opdrachten te laten doen en te laten inleveren of presenteren. Zo biedt Teletop de mogelijkheid om een zogenaamde ‘poll’ te doen waarbij de docent een vraag kan stellen en studenten op hun laptop antwoord kunnen geven of bij een gesloten vraag kunnen stemmen. De uitslag kan de docent dan meteen zichtbaar maken op het scherm. Zijn er veel onjuiste antwoorden dan kan de docent extra uitleg inlassen of de studenten aansporen om bepaalde leerstof zelf nog eens goed door te nemen.

De flexibele indeling van de ruimte met geluidswerende schermen maakt het tot slot mogelijk om verschillende onderwijsvormen tegelijkertijd plaats te laten vinden. Zo kan een practicum waar een beperkt aantal studenten aan deelneemt, in een afgeschermd deel van de zaal plaatsvinden, zodat studenten het andere gedeelte van de zaal kunnen gebruiken voor bijvoorbeeld (onbegeleid) projectwerk.
De ruimtes zijn ook daadwerkelijk bedoeld als werkruimtes; het is de bedoeling dat de studenten na een geïntegreerd college niet gelijk naar huis gaan, maar hun tijd in de werkruimte benutten voor het al dan niet samen doorwerken aan opdrachten en projecten. Oosthorst

Figuur 2: Flexibiliteit: practicum en projectwerk tegelijk.

Welke ervaringen zijn opgedaan?

De ervaringen van docenten IO met het werken in deze studieruimtes zijn over het algemeen zeer positief. De flexibiliteit van de ruimte sluit goed aan bij geïntegreerd onderwijs waarbij de student meer geactiveerd wordt. Het interactieniveau tussen docent en student wordt groter. Dit help de docent om beter het kennisniveau van de student in te schatten.
IO-studenten werken in iedere periode aan een groot project. Bij tekenen (al dan niet met de computer) en het realiseren van een prototype, hebben zij erg veel baat bij de faciliteiten die de faculteit biedt en die thuis niet beschikbaar zijn.

Wat zijn de nadelen?

Toch zijn er ook een aantal nadelen. Een multifunctionele ruimte is niet geschikt voor een klassiek hoorcollege met grote groepen studenten. De flexibiliteit van de ruimte biedt wel de mogelijkheden om een hoorcollege-opstelling te maken, maar in de praktijk gebeurt dit niet zoveel. Het is een vlakke zaal, en de afstand tot de docent wordt bij 100 studenten wel erg groot. Er kan dan een rommelige sfeer ontstaan.
De wijze waarop het onderwijs wordt aangeboden vraagt wat meer improvisatietalent van de docent. Door de meer actieve, en vaak ook meer kritische houding van studenten kan het gebeuren dat je als docent ineens je verhaal moet omgooien. Daar moet je dan wel klaar voor zijn.

De gekozen opzet van het onderwijs levert bij grote groepen studenten wel eens problemen op. Er een maximum aan het aantal studenten dat tegelijkertijd een geïntegreerd college kan volgen. Bij grotere groepen tot ongeveer 100 studenten worden daarom vaak student-assistenten ingeschakeld om de vragen van alle studenten te kunnen beantwoorden. Andere lessen worden soms dubbel gegeven om de groepsgrootte kleiner te maken.

Heeft het navolging gekregen?

Inmiddels is het ‘studielandschap’ ook bij een aantal andere opleidingen op de Universiteit Twente ingevoerd. De zalen die hiervoor gebruikt worden zijn ingericht naar de wensen van de betreffende opleidingen. Omdat bij IO nog veel wordt getekend hebben we daar bijvoorbeeld de beschikking over grote tafels, terwijl bij andere opleidingen kleinere tafels gangbaar zijn. Het uitgangspunt bij de verschillende ruimten is echter gelijk: een flexibele studieruimte waarin optimaal gebruik wordt gemaakt van het wireless LAN en waar de studenten permanent over de ruimte kunnen beschikken.

Een punt van zorg

Tot slot nog een punt van zorg. Stijgende studentenaantallen en de financiële problemen van de faculteit leiden er op dit moment helaas toe dat in toenemende mate de studielandschappen beschikbaar gesteld moeten worden voor onderwijsactiviteiten van andere jaargangen en opleidingen. De zalen worden zo weliswaar efficiënter gebruikt voor ingeroosterde lesuren, maar zijn daardoor steeds minder beschikbaar als ruimte voor projectwerk en zelfstudie. Studenten worden daardoor ‘verbannen’ naar de kantine of naar huis. Het professionele karakter van de ruimte neemt op die manier snel af. Dat is jammer, want juist een eigen, professionele werkplek waar je altijd terecht kunt, draagt bij aan de motivatie en professionaliteit van studenten.

Meer lezen? Eger, A.O., Lutters, D. & Houten, F.J.A.M. van (2004). ‘Create the future’, an environment for excellence in teaching future-oriented industrial design engineering, International engineering and product design education conference. Delft.

Auteur: Mieke Brouwer, docent Industrieel Ontwerpen