Inspectierapport De kwaliteit van toetsing in het hoger onderwijs

Het vervolg op Verdere versterking examencommissies
In 2015 heeft de Inspectie onderzoek gedaan naar het functioneren van examencommissies in het hoger onderwijs. De resultaten werden vastgelegd in het rapport 'Verdere versterking'.
Tijdens dat onderzoek gaven examencommissies aan dat zij bij de borging van de kwaliteit van de toetsing afhankelijk zijn van vele andere betrokkenen.
Alleen als alle betrokkenen bij toetsing actief zijn om de kwaliteit van de toetsing te versterken, kunnen de examencommissies hun borgende taak goed vervullen.
Die bevindingen in de marge van het onderzoek, verrijkt met resultaten van gesprekken met toetsdeskundigen en literatuurstudie, hebben geleid tot een nadere analyse en een aantal aanbevelingen, zoals verwoord in
het op 2 maart 2016 verschenen rapport.

De inspectie richt zich met de aanbevelingen op alle hoger onderwijs instellingen, de koepelorganisaties en de minister. De wens is hogescholen en universiteiten hiermee te stimuleren de toetsing nog verder te ontwikkelen door in gesprek te gaan over verbeterpunten en adviezen en door kennis en ervaring uit te wisselen.
Idealiter vinden deze gesprekken zowel binnen de instellingen zelf als over instellingsgrenzen heen plaats. De koepelorganisaties worden gestimuleerd een faciliterende rol te vervullen bij deze kennisdeling. De vorig jaar (door de Vereniging van Hogescholen) en dit jaar (door de VSNU) georganiseerde bijeenkomsten voor examencommissieleden, vormen in dit kader al waardevolle initiatieven.

De minister wordt geadviseerd onderwijskundig onderzoek naar de kwaliteit van toetsing en naar de toetsdeskundigheid van docenten en onderwijskundig leiders in het hoger onderwijs te stimuleren, om effectieve strategieën hiervoor te achterhalen.
Toetsing blijft een aandachtpunt, voor nu en voor de toekomst. Innovaties en ontwikkelingen in het hoger onderwijs - zoals toenemende internationalisering en flexibilisering, nieuwe onderwijsvormen en de inzet van nieuwe technologieën in het onderwijs en bij toetsing - zorgen voor nieuwe uitdagingen en vragen steeds opnieuw afstemming.

Aanbevelingen
In het rapport wordt geconcludeerd is dat er veel gebeurd is de afgelopen jaren, maar dat de kwaliteit van de toetsing nog beter kan en de inspanningen ter verbetering geïntensiveerd dienen te worden, ook bij geaccrediteerde opleidingen.
De Inspectie heeft geconstateerde knelpunten en adviezen op
1 A4 schematisch in kaart gebracht. Voor de verbeteringen zijn vier aandachtspunten onderscheiden:

1) Samenhang bij de toetsing
Kwaliteit van de toetsing hangt af van de kwaliteit van en de samenhang tussen vier essentiële bouwstenen voor een goed toetsproces: het toetsbeleid, het toetsprogramma, de toetsen en de toetstaken. Knelpunten die op dit moment geconstateerd worden zijn o.a.:

-

het ontbreken van heldere toetsprogramma’s die aangeven op welke momenten en welke wijze getoetst wordt of een student aan alle eindtermen voldoet en de samenhang tussen eindtermen/ onderwijs/examinering expliciteren;

-

onduidelijk toetsbeleid;

-

niet helder geformuleerde eindtermen;

-

het formatieve toetsen blijft nog onderbelicht;

-

de externe validering van toetsing (speelt wat meer in het hbo) is nog in ontwikkeling.


2)
Professionalisering
De toetsdeskundigheid van opleidingsmanagement, examinatoren en examencommissies is wel verbeterd, maar kan zeker nog beter. Voor docenten dient er aandacht besteed te worden aan het aanbod en de kwaliteit van het huidige professionaliseringsaanbod. Scholing op het gebied van toetsing is niet altijd en niet voor alle docenten verplicht, kun je er dan op vertrouwen dat de docenten zelf de noodzakelijke bekwaamheid verwerven?
Belangrijk is het om meer zicht te krijgen op het effect van het huidige professionaliseringsaanbod en good practices uit te wisselen over opleidings- en instellingsgrenzen (ook over hbo en wo grenzen) heen.

3) Organisatorische inbedding

Ook op het vlak van de organisatorische inbedding is ruimte voor verbetering. Hiermee wordt gedoeld op een heldere verdeling van taken en verantwoordelijkheden, structurele aandacht voor toetsdeskundigheid in het personeelsbeleid en betere facilitering: het beschikbaar stellen van tijd en professionaliseringsmogelijkheden voor betrokkenen bij de toetsing.

4. Kennisdeling
De kennisdeling tussen opleidingen, ook over de instellingsgrenzen heen, kan beter. Er worden op diverse plekken veel initiatieven ondernomen om de kwaliteit van de toetsing te verbeteren en de toetsdeskundigheid van docenten te vergroten. Door meer te opereren vanuit teams en netwerken en ook tussen instellingen voor hbo en wo de kennis te delen, kan van alle opgedane kennis en ervaringen beter geprofiteerd worden.

De inspectie moedigt ho-instellingen aan door te gaan op de ingeslagen weg en om de aandacht bij de toetsing verder te intensiveren. Het rapport kan hiervoor wat leidraden bieden en uitwisseling van kennis, ideeën, instrumentarium en ervaringen, binnen en buiten de grenzen van de eigen instelling, kan dit proces bevorderen.

 

Documenten

·

Rapport 'De kwaliteit van de toetsing in het hoger onderwijs' PDF 789 kb

·

Aanbiedingsbrief rapport aan Tweede Kamer

·

Schema kwaliteit toetsing in hoger onderwijs PDF 54 kb

·

Rapport 'Verdere versterking' PDF 1203 kb

·

E-magazine 'Verdere versterking examencommissies' PDF 6968 kb

Overige bronnen:
Artikel in Sceince Guide: Toetsing in HO vergt verbetering. 2 maart 2016

Bericht op de website van de Inspectie: Handreiking voor verdere verbetering toetsing in hoger onderwijs. 2 maart 2016.

 

Nota bene. Docent UT als goed voorbeeld in het Inspectierapport.
Op 3 dec. 2015 was de Inspectie, in de persoon van drs. Martine Pol-Neefs, Inspecteur hoger onderwijs, gastspreker op een bijeenkomst voor UT examencommissies. De bijeenkomst was georganiseerd n.a.v. het rapport Verdere Versterking Examencommissies.
Aansluitend bij de thematiek, presenteerden enkele UT medewerkers voorbeelden van binnen de UT ontplooide initiatieven, werden ervaringen gedeeld of vraagstukken aan de orde gesteld.
Een van de sprekers was Jos de Lange, docent Industrieel Ontwerpen. Hij hield een presentatie over zijn opgedane ervaringen in het kader van het BKO-traject, specifiek in relatie tot toetsingsaspecten. Dit voorbeeld sprak zeer aan en was aanleiding voor de Inspecteur om Jos te vragen om een bijdrage te leveren voor een van de ‘voorbeeld-kadertjes’ in het rapport. Zie hieronder.

Jos de Lange, opleiding Industrial Design Engineering aan de Universiteit Twente: “In het kader van mijn BKO kwam ik in aanraking met toetsing en toetsmatrijzen. Toegegeven, op voorhand had ik niet verwacht dat toetsmatrijzen een nuttig instrument konden zijn voor ‘ons’ industrieelontwerponderwijs. Zo’n administratieve procedure past toch zeker niet bij een vak waarin het draait om ontwerpen, creativiteit en engineering? Het tegendeel is gebleken. De toetsmatrijs is met afstand het meest nuttige gereedschap uit de BKO-reeks. Het was dé tool waarmee de onbalans tussen de leerdoelen, aangeboden stof en wijze van toetsing aan het licht kwam en is tevens het middel geweest waarmee deze onbalans succesvol is opgeheven. Door de abstracte en compacte weergave is het de katalysator geweest in het herontwerp van ons mastervak. Een waardevolle eerste stap in het professionaliseren van onze toetsing en het continu verbeteren van ons onderwijs. Dat smaakt naar meer.”