Handreiking orde, calamiteiten en fraude

HANDREIKING EXAMENCOMMISSIES INZAKE ORDE, CALAMITEITEN EN FRAUDE

In de werkgroep OER / Studentenstatuut is dit jaar gesproken over het harmoniseren van een aantal regels rondom orde, fraude en calamiteiten bij tentamens. Ook het platform Wet- en Regelgeving onderschrijft de wenselijkheid hiervan.

Voor het studiejaar 2015-2016 is dit echter nog niet opgenomen in het OER of het studentenstatuut. De onderstaande reglementen / regels zijn een handreiking voor de Regels- en Richtlijnen (die is opgesteld door de werkgroep OER en voorgelegd aan het platform Wet- en Regelgeving) die de examencommissies opstellen.

Orde reglement

Om fraude bij tentamens tegen te gaan gelden de volgende regels:

1.

Studenten dienen voor aanvang van het tentamen aanwezig te zijn. Laatkomers worden alleen uiterlijk tot dertig minuten na aanvang van het tentamen toegelaten, ter beoordeling van de surveillant. Bij tentamens van hooguit een uur, kan deze periode korter zijn, zulks ter beoordeling van de surveillant.

Zolang laatkomers nog toegelaten worden, is het voor de reeds aanwezige studenten niet toegestaan de tentamenruimte te verlaten.

2.

Studenten dienen tassen en jassen voorin de tentamenruimte neer te leggen.

3.

Bij aanvang van de toets vermeldt de student op al het toetswerk naam en studentnummer.

4.

De student mag zich niet voor een ander uitgeven en moet zich kunnen legitimeren door het tonen van de collegekaart of een wettelijk toegestaan geldig legitimatiebewijs (paspoort, ID-kaart of rijbewijs) op verzoek van de surveillant. Studenten die zich niet op verzoek kunnen legitimeren, worden uitgesloten van het tentamen.

5.

Op tafel mag er niets anders dan de toegestane noodzakelijkheden voor het tentamen liggen.

6.

Studiemateriaal (bijvoorbeeld een grafische rekenmachine, een woordenboek of wetboek) mag alleen worden gebruikt, als dit uitdrukkelijk is toegestaan.

7.

Een mobiele telefoon, pda of vergelijkbare communicatieapparatuur moet uitgeschakeld zijn en gedurende het tentamen buiten handbereik (in tas/jas).

8.

Gebruik van apparatuur zoals rekenmachines, organizers, mobieltjes of andere elektronische apparatuur is verboden, tenzij anders aangegeven voor de surveillant / examinator.

9.

Boeken en andere informatiebronnen die niet zijn toegestaan, mag een student bij een tentamen niet bij zich hebben.

10.

Bij digitale toetsen mag de student geen andere applicaties of websites openen dan toegestaan door de examinator. De surveillant heeft het recht dit te controleren. Verspreiden van (informatie over) de digitale toets is niet toegestaan.

11.

Spieken en het bieden van gelegenheid aan een ander om te spieken is verboden. Het bezit van een spiekblaadje is al genoeg voor het vaststellen van fraude, ook als dat niet is gebruikt. Praten of anderszins communiceren met medekandidaten is daarom ook niet toegestaan.

12.

Een kort toilet bezoek is in principe mogelijk (max. 10 minuten). Dit alleen op basis van verlof daartoe van de surveillant en volgens door hem gestelde regels. Een van de surveillanten zal meelopen naar het toilet. Er kan slechts aan één persoon (van het desbetreffende tentamen) tegelijk toestemming per zaal gegeven worden. Apparatuur moet daarbij in de zaal blijven.

13.

Tegelijk met of direct na het in ontvangst nemen van de tentamenopgaven, kan de surveillant de student vragen te tekenen voor aanwezigheid bij het tentamen en inleveren van het toetswerk.

Regels in geval van calamiteiten

Indien zich een calamiteit voordoet of dreigt voor te doen tijdens of kort voor een tentamen is de examinator bevoegd te handelen en moeten de studenten de aanwijzingen van de examinator opvolgen.

1.

Indien er zich calamiteiten voordoen of dreigen voor te doen tijdens of kort voor een tentamen geldt het volgende: indien er een calamiteit is te verwachten voor aanvang van een tentamen, wordt het tentamen uitgesteld met onmiddellijke ingang. De examinator stelt in overleg met de opleidingsdirecteur een nieuw tentamentijdstip vast.

2.

Het nieuw vastgestelde tentamenmoment, dat binnen een maand plaatsvindt (de vakantiemaanden niet meegerekend), is bindend. Dit wordt binnen drie werkdagen nadat het gebouw weer is vrijgegeven bekendgemaakt via de gebruikelijke media.

3.

Indien er een calamiteit plaatsvindt of is te verwachten tijdens een tentamen dient er, indien mogelijk, als volgt te worden gehandeld:

a.

op al het tentamenwerk is bij aanvang van het tentamen de naam en het studentnummer door de student vermeld;

b.

de aanwezigen dienen op last van de verantwoordelijke instantie of surveillant direct de tentamenzaal te verlaten;

c.

de studenten laten het gemaakte tentamenwerk achter in de tentamenzaal.

d.

indien men in de gelegenheid is geweest al te beginnen met het tentamen wordt, indien dit redelijkerwijze mogelijk is, op grond van de ingeleverde (gedeeltelijk) gemaakte opgaven door de docent hierover het eindcijfer bepaald.

4.

Indien de docent op grond van het in artikel 5.4d genoemde geen eindcijfer kan bepalen, wordt er binnen een maand (de vakantiemaanden niet meegerekend) na het door een calamiteit afgebroken tentamen een herkansing georganiseerd voor de gedupeerde studenten, mits deze zich voor het bedoelde tentamen hadden ingeschreven.

5.

Regels in geval van calamiteiten zijn ook van toepassing bij een oefencalamiteit.

Fraudereglement

1.

Een tentamen is een onderzoek naar de kennis, het inzicht en de vaardigheden van een student, alsmede de beoordeling van de uitkomsten van dat onderzoek (WHW art 7.10). Een tentamen kan uit meerdere toetsen bestaan. Bij elke vorm van toetsing dient een student de student eigen en origineel werk in te leveren, anders wordt dat beschouwt als fraude.

2.

Onder fraude wordt verstaan:

a.

Het bij toetsen gebruik maken van andere hulp of hulpmiddelen (elektronische of technologische) dan die waarvan de examinator vóór het begin van de onderwijseenheid en/of het tentamen of toets heeft bekendgemaakt dat ze waren toegestaan, of waarvan de student wist of behoorde te weten dat zij niet zijn toegestaan.

b.

Gedrag van studenten waarvan de examinator vóór het afnemen van een toets bekend heeft gemaakt dat het als frauduleus beschouwd wordt, of waarvan de student weet of behoort te weten dat dat niet is toegestaan. Hieronder vallen in ieder geval:

o

Spieken al dan niet: met behulp van spiekbriefjes; door af te kijken bij toetsen en/of tentamens; door af te laten kijken bij toetsen en/of tentamens; door het ontvangen of verzenden van (tekst)berichten;

o

Door tijdens de uren dat een toets wordt afgenomen en terwijl het werk nog niet is ingeleverd, in contact te treden met anderen, anders dan met de examinator of surveillant.

c.

Overnemen van werk zonder correcte bronvermelding, ook wel plagiaat. Onder plagiaat vallen in ieder geval:

o

Het letterlijk overnemen of gebruiken van (delen van) andermans werk (originele termen, ideeën, resultaten of conclusies, illustraties) en het te presenteren als eigen werk; ook als delen van een tekst zonder bronvermelding uit een andere tekst (op papier of op het Internet) zijn overgenomen is sprake van plagiaat(ook als er kleine wijzigingen zijn aangebracht);

o

het niet duidelijk markeren van letterlijke citaten (bijvoorbeeld met aanhalingstekens, inspringen, witregels) zodat ten onrechte de indruk wordt gewekt dat een deel van de geciteerde passages eigen werk is;

o

het vermelden van literatuur die de student niet zelf geraadpleegd heeft (maar bijvoorbeeld via verwijzingen in andere literatuur is tegengekomen);

o

het gebruiken van teksten die zijn geschreven in samenwerking met anderen zonder dat dit expliciet wordt vermeld;

o

het inleveren van reeds eerder geheel of gedeeltelijk gepubliceerd eigen werk (bijv. werkstuk van andere cursus), zonder duidelijke bronvermelding;

o

meeliftgedrag, het niet in gelijke mate bijdragen aan een groepsopdracht;

d.

Manipulatie van onderzoekgegevens bij (groeps)opdrachten of het vervalsen van data (bijvoorbeeld het zelf invullen van interviews of vragenlijsten);

e.

Alle vormen van fraude anders dan hierboven bij lid 2.a tot en met 2.d genoemd, zulks ter beoordeling door de examencommissie;

3.

Indien de examinator of surveillant bij of na het afleggen van een toets een gemotiveerd vermoeden van fraude heeft, heeft de surveillant het recht om de student uit te sluiten van de toets en niet toegestane hulpmiddelen in beslag te nemen. De examinator of surveillant meldt dit aan de student en schriftelijk aan de examencommissie. Dit geldt ook bij fraude van een gedeelte van een onderwijseenheid.

4.

De examencommissie volgt hierna een vastgestelde procedure en hoort in dat geval zowel de examinator of de surveillant als de student(en). De examencommissie bepaalt welke aanvullende maatregelen eventueel getroffen worden en deelt deze schriftelijk mede aan de betrokken student. De examencommissie kan de student wegens fraude voor ten hoogste één jaar uitsluiten van deelname aan het desbetreffende tentamen. In het uiterste geval kan de examencommissie na vaststelling van fraude besluiten de betrokken student voor maximaal één jaar uit te sluiten van deelname aan alle tentamens van de opleiding. Een onderwijseenheid waarbij op enige wijze fraude is vastgesteld mag tijdens de periode van uitsluiting niet vervangen worden door een andere onderwijseenheid.

5.

Bij ernstige fraude kan de examencommissie het instellingsbestuur voorstellen de inschrijving voor de opleiding van de student of extraneus definitief te beëindigen met ingang van de maand volgend op die waarin de fraude is geconstateerd.

6.

Voor wat betreft bezwaar en beroep tegen een beslissing die in het kader van lid 3, 4 en 5 is genomen, is artikel 8.6 Bachelor en master OER van toepassing.