Toetsen met (project)opdrachten

(Door Hilde ter Horst (Zoëzi) en Riet Martens)

In de opleidingen die de faculteit aanbiedt, wordt veelvuldig gebruik gemaakt van opdrachten als toetsvorm. Zo worden de meeste opleidingen afgerond met een eindopdracht. Voor deze eindopdrachten zijn de leerdoelen en de beoordelingscriteria vastgelegd door de opleidingsdirecteur. Maar ook bij andere onderwijseenheden wordt gebruik gemaakt van opdrachten om te meten of studenten de leerdoelen hebben bereikt. Het gaat daarbij vaak om zogenaamde projectopdrachten: een vraag of opdracht van een bedrijf, organisatie of instelling moet door een groep of door één student worden opgelost.

Je kunt als examinator kiezen voor een individuele opdracht of voor een groepsopdracht. Voor de toetsing is het onderscheid niet relevant. Als je kiest voor een groepsopdracht, zijn het behalen van de leerdoelen door individuele studenten en meeliftgedrag punten van aandacht.

Wij gaan achtereenvolgens in op:

·

Voordelen van (project)opdrachten

·

Nadelen van (project)opdrachten

·

Constructie van opdrachten

·

Aandachtspunten

·

Plagiaat voorkomen en opsporen

Voordelen van (project)opdrachten

-

je kunt heel goed een relatie leggen met latere beroepspraktijk, dat werkt motiverend voor studenten

-

geschikt voor het meten van integratie van kennis, vaardigheden, houding

-

geschikt voor het toetsen van hogere cognitieve en beroepsvaardigheden

-

studenten worden zich bewust van kwaliteitscriteria in werkveld (als hij producten moeten leveren die aan professionele standaards moeten voldoen)

-

geeft de student inzicht in de ontwikkeling van het eigen vaardigheidsniveau (mits goed georganiseerd)

Nadelen van (project)opdrachten

-

het kan lastig zijn om aan te geven hoe (deel)vaardigheden precies getoetst worden (en wat de weging van de verschillende projectonderdelen is).

-

het is lastig om de grens tussen voldoende en onvoldoende te geven

-

door te grote nadruk op het product en de presentatie van het product, kan de aandacht worden afgeleid van de in dit project verworven kennis, inzichten en vaardigheden

-

bij groepsopdrachten kan het proces stagneren omdat de samenwerking binnen de groep niet echt op gang komt

Constructie van opdrachten

Opdrachten kunnen gericht zijn op:

-

product (onderzoeksverslag, ontwerp, prototype etc),

-

proces (onderzoeksproces, ontwikkelproces, taakproces, groepsproces),

-

individuele bekwaamheden (academische bekwaamheden, professionele vaardigheden, communicatieve vaardigheden, persoonlijke bekwaamheden etc.),

-

samenwerkingsvaardigheden.

Een handig hulpmiddel om bij een praktijkvraag of -opdracht een goede (project)opdracht te formuleren is het maken van een opdrachtenontwerpschema. Hierin leg je de karakteristieken vast van de opdrachten die geschikt zijn voor het uitlokken van de gewenste prestatie (zoals geformuleerd in de doelen van het vak) en de criteria die het uitgangspunt vormen voor de beoordeling van de prestatie. Het opdrachtenontwerpschema ‘kun je ‘maken’ door het stellen van vragen. Moerkerke e.a. hebben een (niet uitputtende) lijst met vragen opgesteld, die kunnen leiden tot vulling van het opdrachtenontwerpschema.

Aandachtspunten

Zet duidelijk en voor aanvang van het semester in Blackboard:

-

welke elementen meetellen voor de eindbeoordeling (bijvoorbeeld: plan van aanpak, product, verantwoording in het verslag, presentatie, procesverslag, kennistoets, reflectieopdracht) en welke criteria daarbij worden gehanteerd

-

wat de beoordelingsmomenten zijn (bijvoorbeeld: kennistoets na drie weken, plan van aanpak na vier weken)

-

(bij groepsopdracht) wat het te leveren aandeel van iedere individuele student moet zijn

-

welke rol de tevredenheid van de opdrachtgever speelt

-

(indien van toepassing) hoe het groepscijfer en het individuele cijfer worden bepaald

-

hoe het eindcijfer wordt opgebouwd (hoe zwaar wegen de verschillende beoordelingselementen),

-

regels en procedure bij herkansing.

Plagiaat voorkomen en opsporen

Vaak zal een schriftelijk verslag een van de producten zijn die onderdeel zijn van de beoordeling. Daarin moeten de gemaakte keuzes zijn onderbouwd met gebruikmaking van theoretische en methodische kennis en inzichten binnen het domein. Daarbij moet duidelijk zijn wat het gedachtengoed van de student zelf is, en wat dat van anderen. Bij de constructie van de opdracht kun je al rekening houden met het voorkomen van plagiaat.

Bronnen:

- Romme, S. Toetsen van schriftelijke werkstukken. In: Berkel van & Bax (2006) Toetsen in het hoger onderwijs. Bohn Staflue van Loghum

Moerkerke, G., Roode, F.de en Doorten, M. Toetsen met vaardigheidsstoetsen. In: Berkel van & Bax (2006) Toetsen in het hoger onderwijs. Bohn Staflue van Loghum

- http://www.score.hva.nl/d_projectopdracht.html

## ga naar het overzicht van job-aids