Toetsen met open vragen

(Door Hilde ter Horst (Zoëzi) en Riet Martens)

Er bestaan verschillende typen open vragen: in- en aanvulvragen; kort-antwoordvragen; lang-antwoordvragen; opstelvragen. Voorbeelden vind je o.a. in de handleiding van het Cito.

Wij gaan hier verder in op:

·

Voordelen van open vragen

·

Nadelen van open vragen

·

De constructie van een toets als geheel

·

Constructie van open vragen

·

Controle van de toetsvragen

·

Het antwoordmodel en bewaarplicht

Voordelen van open vragen

-

toetsen met open vragen zijn voor het meten van sommige leerdoelen meer valide dan toetsen met gesloten vragen, dit geldt met name voor de toetsing van complexe vaardigheden

-

studenten worden bij het beantwoorden van een open vraag niet in hun vrijheid beperkt en kunnen zodoende creativiteit aan de dag leggen

-

studenten moeten productief gebruik maken van o.a. vaktermen (dit is niet het geval bij gesloten vragen)

Nadelen van open vragen

-

het is lastig open vragen zo te formuleren dat het voor studenten duidelijk is wat voor antwoord van ze wordt verwacht

-

de beoordeling kan al snel van docent tot docent verschillen. Een nauwkeurig antwoordmodel (ook wel correctiemodel) is noodzakelijk

-

het corrigeren kan tijdrovend zijn

De constructie van een toets als geheel

Een toets is meer dan een verzameling vragen. De toets als geheel zal inhoudsvalide moeten zijn. Om dit te bereiken is het noodzakelijk dat de leerdoelen evenwichtig in de toets aan de orde komen. Het belangrijkste hulpmiddel om een representatieve toets te krijgen is het maken van een specificatietabel (ook wel toetsmatrijs). Hiermee verdeel je de toetsvragen over de belangrijkste onderwerpen en over het gewenste niveau (kennis, inzicht, vaardigheden). Deze specificatietabel is leidraad voor en een van de inspiratiebronnen bij het ontwikkelen van de vragen. Ook maakt een toetsmatrijs het mogelijk over hetzelfde onderwerp meerdere toetsen te construeren die inhoudelijk vergelijkbaar zijn.

Constructie van open vragen

Bij de constructie van een de open vraag kun je het beste de onderstaande volgorde hanteren:

1.

Formuleer eerst het normantwoord. Door eerst het antwoord te formuleren kom je tot een doelgerichte vraag.

2.

Formuleer dan de vraag. Vraag bij voorkeur naar hogere cognitieve vaardigheden in plaats van reproductie van kennis. Dus vraag naar toepassing, analyse, synthese en evaluatie van kennis. Gebruik werkwoorden die hierbij aansluiten.

3.

Voeg waar nodig antwoordrestricties toe. Dit om te voorkomen dat studenten gaan uitweiden over het antwoord. Stuur ze door de restricties naar het formuleren van de kern van het antwoord.

4.

Geef bij iedere toets(deel)vraag het aantal te behalen punten aan.

Let bij het formuleren van een vraag op de volgende aspecten:

-

Splits de vraag indien dit kan in een informatiegedeelte en het vraaggedeelte (met duidelijke antwoordinstructies).

-

Formuleer de vraag bij voorkeur positief, en anders accentueer de NEGATIEVE vraagstelling.

-

Hanteer zo concreet mogelijke vraag- en opdrachtformuleringen, voorkom dat meerdere interpretaties mogelijk zijn

-

Vermijd formuleringen die het gewenste antwoord niet oproepen.

-

Formuleer de vraag op een taalkundig begrijpelijke wijze voor de student. Vermijd woorden die ze niet kennen en lange ingewikkelde zinsconstructies. Houd de zinnen liever kort en doelgericht.

Voorbeelden van vragen, do’s en dont’s en veel gemaakte fouten vind je in de handleiding van het Cito.

Controle van de toetsvragen

Controleer de toets met behulp van de checklist voor het samenstellen, beoordelen en redigeren van open vragen. Laat indien mogelijk, voor de toetsafname bij studenten, de toets door een collega of vakgenoot maken. Hoe zorgvuldig je ook bent geweest bij de constructie van de vragen, de ervaring leert dat een vraag vaak nog op meerdere manieren interpreteerbaar is. Vergelijk de antwoorden van je collega(‘s) met de modelantwoorden die jezelf hebt geformuleerd. Stel de vragen zo nodig bij.

Het antwoordmodel en bewaarplicht

Bij open vragen streven we een zo objectief mogelijke beoordeling na. Vooral bij meerdere beoordelaars (maar ook als je de enige beoordelaar bent) is het belangrijk dat de antwoorden van studenten zo nauwkeurig mogelijk en steeds op gelijke wijze worden beoordeeld. Dat verhoogt de betrouwbaarheid van de toets. Het zal niet voorkomen dat beoordelingen volledig overeenstemmen, maar er zijn wel mogelijkheden om ongewenste beoordelaarseffecten enigszins teniet te doen. Handig hulpmiddel hierbij is een antwoordmodel; dat is een opsomming van goede – soms ook gedeeltelijk goede – en onjuiste antwoorden, bedoeld als richtlijn voor de beoordelaar. Hierbij wordt aangegeven op basis van antwoordelementen welke antwoorden van de studenten de maximumscore verdienen en welke antwoorden in aanmerking komen voor een gedeelte van de score. Ook wordt aangegeven hoe groot deze score dan zal zijn. Je kunt het beste direct bij het formuleren van de vragen een antwoordmodel voor het beoordelen van de vragen maken. (voorbeeld van een antwoordmodel)

Je kunt het antwoordmodel nog wat beter toespitsen als je een paar toetsen hebt nagekeken. Op grond van de antwoorden van studenten kun je na het antwoordmodel zo nodig aanpassen.

Verder is het aan te raden om toetsen die rond de zak/slaag grens worden beoordeeld, een tweede beoordelaar in te schakelen.

PAS OP: Een student kan gedurende een termijn van twee jaar ter voorbereiding van een nieuwe tentamenpoging zijn eigen werk inzien en ook “ kennis nemen van de normen aan de hand waarvan de beoordeling heeft plaatsgevonden” (OER art. 12.5). Je moet dus zowel de gemaakte tentamens als het antwoordmodel twee jaar bewaren. Eventueel kun je het antwoordmodel onzichtbaar voor studenten op Blackboard zetten.

Bronnen:

- Citogroep: Toetsen met open vragen. http://195.169.48.3/html/literatuur/openvraag.pdf

- Erkens, T. Toetsen met open vragen. In:' Berkel, H. van & Bax, A. Toetsen in het hoger onderwijs' Houten: Bohn Stafleu Van Loghum, 2006 (ISBN 9031336394). http://195.169.48.3/html/literatuur/openvragen_toetsenho.pdf

## Ga naar overzicht jobaids