Meeliftgedrag voorkomen

Door: Celine Heijnen en Riet Martens

Studenten komen na het afronden van hun opleiding vaak terecht in banen waarbij goed kunnen samenwerken een belangrijke vaardigheid is. We laten studenten tijdens hun opleiding dan ook regelmatig samenwerken aan groepsopdrachten. Bij groepsopdrachten is het de bedoeling dat studenten actief en in gezamenlijke verantwoordelijkheid een vraagstuk (uit het beroep) oplossen. Daarbij neemt het uitwisselen en het construeren van kennis om tot oplossingen te komen een belangrijke plaats in.

Tijdens de uitvoering van groepsopdrachten komt soms “meeliftgedrag” voor: studenten die weinig inzet tonen, minder werk verrichten en afspraken niet nakomen ten koste van het groepsproduct en het groepsproces. Als er sprake is van een groepsbeoordeling voor het eindproduct ‘profiteren’ meelifters hiervan onverdiend mee.

Studenten worden niet geacht meeliftgedrag te vertonen, maar soms is de intrinsieke motivatie wat laag, of vragen zaken buiten de studie veel tijd. Een student zal dan vanuit “zakelijk” oogpunt toch gewoon studiepunten willen halen. Meeliftgedrag valt onder plagiaat. Als je het tegenkomt moet je dus de examencommissie inlichten. Maar beter is om het te voorkomen. Je kunt hier bij het ontwerpen van de opdracht al op inspelen.

·

Maak de groepen niet te groot: in een groep van acht personen is het risico van meeliften groter dan in een groep van drie.

·

Zorg voor voldoende werk: als het project voor zes personen ook met z’n tweeën kan worden gedaan, is de kans op meeliften heel groot. Zorg dus dat de opdracht alleen maar kan worden voltooid als alle groepsleden eraan bijdragen.

·

Vraag een heldere planning en taakverdeling: laat studenten een professionele planning maken, met een plan van aanpak, tussenresultaten, deadlines en aanduiding wie waarvoor verantwoordelijk is (de groep is collectief verantwoordelijk, maar voor deelaspecten kunnen individuele studenten primair verantwoordelijk worden gemaakt). In het eerste jaar kun je suggesties geven over hoe de taken verdeeld kunnen worden en welke tussenresultaten je verwacht.

·

Laat de groepen werken via een virtueel kantoor. Dit kan deels in Blackboard of via Google docs. Als begeleider kan je hier toezicht houden en kan je zien wie wanneer welke bijdrages plaats.

·

Stel actieve begeleidingsvragen: stel niet steeds vragen aan de groep, maar wissel af zodat je als begeleider zicht hebt of iedereen weet waar het over gaat.

·

Laat de studenten elkaar tijdens het proces beoordelen op bepaalde aspecten, zoals de bijdrage van iedereen aan het proces (peerreview). Bespreek de uitkomsten in de begeleidingsbijeenkomsten. Je kunt de individuele bijdrage ook bespreken a.h.v. de door de studenten gemaakte planning.

·

Toets ook individuele prestaties. Naast een projectopdracht kan je ook nog een kleine toets gebruiken om te toetsen of de studenten ook hun stof zelf hebben bestudeerd.

Bronnen:

- Kinkhorst, G. (2001). Tien tips om meeliften te voorkomen. In: HBO-Journaal, november, 34-35

- Heijnen: Free riding

## ga naar overzicht job-aids