Veel voorkomende valkuilen bij beoordelen

100% betrouwbaarheid krijgen we nooit, maar door als beoordelaar alert te zijn op een aantal belangrijke beoordelingsfouten, kun je de betrouwbaarheid van de toets optimaliseren.

Beoordelingsfout

Beschrijving

Eerste indruk

Neiging tot snel oordelen

-

“Ik heb het al gezien”,

-

“Ik zie in 1 oogopslag of deze presentatie wat gaat worden”

Halo-effect

Een gunstige indruk op een aantal criteria wordt doorgezet in een gunstige beoordeling op andere criteria

-

“Die jongen heeft zo enorm zijn best gedaan, dat zit wel goed”

-

Wow, wat een goede start van de presentatie, dan zit de inhoud ook wel goed”

Horn-effect

Een ongunstige indruk op een aantal criteria wordt doorgezet in een ongunstige beoordeling op andere criteria

-

“Die meiden zaten alleen maar te kletsen tijdens de colleges, wordt vast niets”

-

“Verdorie, waarom deed deze student niets met mijn feedback over literatuurverwijzingen?”

Logische fout

Zie halo/horn effect: Als onderdeel A fout/goed is, dan zal B ook wel fout/goed zijn

-

“Deze student kan goed schrijven, dan klopt zijn analyse ook wel”

-

“Als je zo snel zo’n verslag kunt schrijven, dan heb je de vraag goed begrepen”

Sympathie

Een gunstige beoordeling omdat het goed klikt met de student

-

“Die student snapt het, ik hoop dat die bij ons wil afstuderen”

-

“Zij wil er echt voor gaan, die houding moeten we belonen”

Antipathie

Een ongunstige beoordeling omdat het niet goed klikt met de student

-

“Een HBO student, je haalt ze er gelijk uit bij de analysefase”

-

“Deze student heeft niets gedaan met mijn feedback over de vraagformulering, ben benieuwd wat hij verder heeft gedaan…”

Projectie

Het toeschrijven van eigen (positieve of negatieve) eigenschappen aan de student

-

“Die student heeft net als ik plezier in schrijven, dat zie je in één oogopslag. Dat artikel zal goed zijn”.

-

“Mijn speerpunt is innovatie, daarover vind ik niets terug in dit werkstuk”

Stereotype

Een student eigenschappen toekennen op basis van een groep waartoe hij behoort

-

“Meisjes kunnen niet goed abstract denken”

-

“Zij is enige meisje tussen deze mannelijke techneuten, zij heeft vast talent”

Mildheid

De neiging om steeds bovengemiddeld te beoordelen

- Tijdens dit vak moesten we veel opdrachten maken, dat moet ergens beloond worden”

Strengheid

De neiging om steeds onder gemiddeld te beoordelen

- Ik zie het niveau en de werkhouding absoluut nog niet terug in deze producten”

Centrale tendentie

De neiging om steeds in het midden te beoordelen

- “Een tien halen bestaat niet, het gaat om een 7 of een 8”

## ga naar overzicht job-aids