Piramide van Miller

Miller beschrijft beroepsbekwaamheid in vier lagen. Dit is schematisch weergegeven in de piramide van Miller waarin onderliggende lagen het fundament vormen voor de laag erboven.

Knows

De onderste laag wordt gevormd door de kennis die een student nodig heeft om zijn/haar toekomstige beroep uit te voeren. Vaak wordt gedacht dat kennis in competentiegericht onderwijs niet meer zo belangrijk is. Miller”s piramide laat echter zien dat een brede en gestructureerde kennisbasis het fundament is van een competentie. Kennis is dus wel degelijk belangrijk, maar komt alleen in een ander daglicht te staan: ze wordt op een andere manier aangesproken en aangewend. Het kennisniveau (laag 1) kan bijvoorbeeld getoetst worden met een schriftelijke multiplechoicetoets.

Knows how

In de volgende laag gaat het erom dat een student weet hoe hij/zij die kennis moet gebruiken bij het oplossen van probleemtaken. Een rechtenstudent moet bijvoorbeeld weten hoe hij zijn kennis moet gebruiken bij het opstellen van een betoog. Dit soort kennis kan bijvoorbeeld beoordeeld worden met schriftelijke casussen.

Shows how

In de derde laag moet de student laten zien dat hij/zij kan handelen in een gesimuleerde situatie. Het gaat hierbij om kennis én handelen. Een geneeskundestudent moet bijvoorbeeld een diagnose kunnen stellen op basis van een onderzoek bij een simulatiepatiënt. Miller spreekt hier ook wel van ‘performance assessment in vitro’.

Does

De bovenste laag heeft de student bereikt wanneer hij/zij in de opleiding verworven kennis, vaardigheden en houdingen kan toepassen in een echte complexe praktijksituatie op de werkvloer. Beoordeling op does-niveau moet dan ook plaatsvinden in de beroepspraktijk, oftewel ‘performance assessment in vivo’.

Afhankelijk van het doel van de toetsing (wat wil men toetsen) wordt het belang van authenticiteit van de toets bepaald. Om studenten goed voor te bereiden op de beroepspraktijk, zal bij het toetsen ook nadruk gelegd moeten worden op laag 3 en 4. De lagen laten de beroepspraktijk sterk naar voren komen waardoor studenten gestimuleerd worden de competenties en denkprocessen te gebruiken die een professional in deze beroepssituatie zou gebruiken. Echter, in veel onderwijssituaties blijft men steken bij het beoordelen van laag 1, 2.

Bronnen:

Gulikers, J. e.a.: Authentieke toetsing, de beroepspraktijk in het vizier. In: Onderwijsinnovatie, Juni 2005

## ga naar overzicht job-aids