Inspiratiebronnen voor het construeren van vragen

Inspiratiebronnen voor het construeren van vragen

Doelstellingen

Toetsen dienen na te gaan in hoeverre de student de doelen beheerst en moeten dus een inhoudelijke relatie hebben met de doelen. Nu zijn deze vaak globaal van aard. Nodig zijn daarom concretiseringen in de vorm van nadere beschrijvingen van wat studenten moeten kennen en kunnen nadat zij het studieonderdeel hebben doorlopen. Een toetsvraag is in feite een ultieme operationalisatie van een doelstelling.

Leerstof

De leerstof dient een goede afspiegeling te zijn van de doelen; daarmee is de leerstof een goede inspiratiebron

Vervolgopleiding

De inhoud van eventuele vervolgopleidingen kan ideeën opleveren voor het maken van toetsvragen. Het gaat om niet meer dan ideeën. Het kan niet de bedoeling zijn dat in de vooropleiding datgene wordt getoetst wat in de vervolgopleiding aan de orde komt. Primair uitgangspunt vormen de doelen van het ‘eigen’ onderwijs.

Werkveld

De meeste opleidingen zullen zich richten op een bepaalde beroepsuitoefening. De werkzaamheden in het toekomstige beroep kunnen ideeën opleveren voor het maken van vragen, mits men uiteraard die facetten uit het beroep neemt die in het te toetsen studieonderdeel worden behandeld, Ook hier moet men voorzichtigheid betrachten. In het bijzonder moet men letten op het beheersniveau waarop de toets zich richt,

Analyse van vaardigheid

Er zijn onderwijssituaties waarin, naast een theoriemodule, practica of vaardigheidtrainingen zijn geprogrammeerd die inhoudelijke overeenkomst hebben met de theoriemodule. Bijvoorbeeld: binnen een verpleegkundige opleiding bestaat een theoriemodule ‘Vervoer in het lichaam’ en de training ‘Bloeddrukmeten’. Vragen over de kennis die studenten nodig hebben om bloeddruk te kunnen meten, zijn in de kennistoets op hun plaats.

Antwoorden op gebruikte vragen

De uiteenlopende antwoorden van studenten op open toetsvragen kunnen inspiratie geven voor nieuwe vragen of afleiders (dit zijn niet-correctie alternatieven). Het komt regelmatig voor dat een studieonderdeel wordt getoetst met een combinatietoets, bestaande uit een gesloten en een open deel. Bij het construeren van de meerkeuzevragen is het zoeken naar aantrekkelijke afleiders vaak een probleem (zie hoofdstuk 6). Inspiratie voor het formuleren van een afleider kan men dan halen uit de (foute) antwoorden op open toetsvragen van een vergelijkbare toets.

Studenten

Uit discussies tussen studenten tijdens het onderwijs kan de docent beluisteren waar studenten de nadruk leggen bij de bestudering van de stof. Kennelijk zijn dat de aanstekelijke en voor studenten relevante onderwerpen geweest. Indien docenten hiervan korte aantekeningen maken, kunnen de notities later worden omgezet in toetsvragen. De mogelijke tegenwerping ‘maar omdat ze er zoveel over gediscussieerd hebben, weten ze allemaal het antwoord!’, is niet ter zaken doende. Er is toch niets mis mee wanneer studenten bijna allemaal de vraag correct beantwoorden indien de vraag betrekking heeft op een relevant onderwerp? Kennelijk is het onderwijs op dit punt goed aangeslagen.

Tussentijdse gedachten

Gedurende de periode dat het onderwijs wordt voorbereid en gegeven, komen dikwijls gedachten op bij de docent over mogelijke toetsvragen. Het is nuttig deze gedachten meteen op te schrijven zodat ze later kunnen worden omgezet in toetsvragen.

Bron:

Berkel. T en Bax, A.. (red.) Toetsen in het hoger onderwijs (blz. 34)

## ga naar overzicht job-aids