Kiezen van een toetsvorm

(Door Hilde ter Horst (Zoëzi) en Riet Martens)

Er is een tentamen verbonden aan elke onderwijseenheid (= vak) van een opleiding. Een tentamen bevat een onderzoek naar de kennis, het inzicht en de vaardigheden van de student, alsmede de beoordeling van de uitkomsten van het onderzoek. De manier van toetsen blijkt één van de belangrijkste sturende factoren in het leergedrag van studenten: voor een multiple-choice toets studeert een student anders dan voor een mondeling tentamen.

Welke toetsvorm je het beste kunt kiezen hang af van de leerdoelen van het vak. De keuze van een geschikte toetsvorm is extra lastig als het gaat om leerdoelen m.b.t. academische vorming, beroepscompetenties en complexe vaardigheden. Vaak zal gekozen worden voor een gecombineerd gebruik van verschillende toetsvormen om te kunnen onderzoeken en beoordelen of een student alle leerdoelen heeft bereikt.

Bij de keuze voor een toetsvorm gaat het veelal om de keuze van een optimum, want elke toetsvorm heeft naast voordelen ook nadelen. Een weloverwogen keuze maak je op grond van de volgende aspecten:

.

·

Leerdoelen

·

Toetsfunctie en kwaliteitseisen

·

Gebruiksmogelijkheden toetsvormen

Ook wordt ingegaan op

·

Veel gebruikte toetsvormen

·

Het toetsschema.

Leerdoelen

Bij het ontwikkelen van een vak stel je vast wat je met het vak bij de student wilt bereiken (binnen de context van de eindtermen van de opleiding). Dat doe je door de gewenste kennis die een student moet verwerven en het gedrag dat een student moet demonstreren na afloop van het vak, te beschrijven in een aantal concrete leerdoelen. Door middel van het tentamen onderzoek en beoordeel je of de student de leerdoelen heeft bereikt. De keuze van de toetsvorm dient aan te sluiten bij de (leer)doelen die je wilt meten. Je kunt niet met een meerkeuzevraag toetsen of een student een onderzoek kan presenteren. Daar zijn andere toetsvormen voor.

Onze opleidingen hebben als doel de studenten te voorzien van de startkwalificaties voor een functie in de praktijk waarvoor een academische opleiding is vereist. Het is dus van belang dat studenten weten hoe ze de theoretische kennis in de praktijk kunnen toepassen. Als we willen onderzoeken of studenten hierin bekwaam zijn, moeten de toetsvormen (en onderwijsvormen) die we daarvoor kiezen, aansluiten op beroepsrelevante situaties. Een handig hulpmiddel om niveaus van bekwaamheid te onderscheiden is de piramide van Miller.

Toetsfunctie en kwaliteitseisen

Toetsen kunnen meerdere functies hebben; we stippen er een paar aan.

Een belangrijke functie is selectie; de toets wordt gebruikt om beslissingen te nemen over al dan niet toelaten, slagen of zakken. Een toets die leidt tot een beoordeling, waardoor een bewijs wordt verkregen dat een kennis- of vaardigheidsniveau wordt beheerst (door toekenning van studiepunten), wordt wel een summatieve toets genoemd.

Toetsen kunnen ook een diagnostische functie hebben; de toets wordt dan gebruikt om de student (en de docent) inzicht te geven in de lacunes (welke kennis en vaardigheden hij mist) op dat moment of om aan te geven wat precies moet worden bestudeerd en tot welk niveau. Een dergelijke (formatieve) toets is gericht op evaluatie van de voortgang en geeft sturing aan het leerproces.

Ook kun je toetsen gebruiken om studenten te activeren tot effectief studiegedrag.

Afhankelijk van de functie die een toets heeft, hebben bepaalde kwaliteitsindicatoren voor toetsen een hogere prioriteit. De meeste tentamens in het wetenschappelijk onderwijs hebben een summatieve functie: op basis van de toetsuitslag krijgen studenten studiepunten toebedeeld of niet. Een tentamenuitslag moet dan ook een rechtvaardige uitspraak doen over het kennen en kunnen van de student. Dat betekent dat de kwaliteit van de (onderdelen van) tentamens van hoog niveau moet zijn en dat het tentamen daadwerkelijk moet meten wat bedoeld is te meten (d.i. de leerdoelen).

Bij het kiezen van een toetsvorm moet je dus ook rekening houden met de kwaliteitseisen waaraan een toets minimaal moet voldoen, gezien de toetsfunctie die hij heeft.

Gebruiksmogelijkheden toetsvormen

Om tot een keuze van een toetsvorm te komen, moet je ook weten welke mogelijkheden er zijn en wat de gebruiksmogelijkheden van de verschillende toetsvormen zijn. We hebben een overzicht gemaakt van de gebruiksmogelijkheden en de voor- en nadelen van een aantal veel gebruikte toetsvormen binnen de faculteit.

Daarnaast geeft het boek “Toetsen in het hoger onderwijs” van Henk van Berkel en Anneke Bax (red), (ISBN 90-313-4811-2) een goed overzicht van functie, ontwikkeling en tips bij 16 toetsvormen. Op de website http://www.score.hva.nl/ staan 12 toetsen uitgewerkt. Vorm, functie, voor- en nadelen worden uitgewerkt in een docent- en studentversie. Bezoek de site of blader het boek door om kennis te maken met nieuwe toetsvormen die voornamelijk gericht zijn op het meten van complexe vaardigheden/competenties.

Pilot* geeft een overzicht van geschikte toetsvormen om een aantal academische competenties te meten.

Veel gebruikte toetsvormen

Voor de enkele veelgebruikte toetsvormen zijn een aantal tips en richtlijnen beschikbaar:

·

Toetsen met gesloten vragen

·

Toetsen met open vragen

·

Casustoetsen

·

essaytoetsen

·

(project)opdrachten

·

observaties

·

afstudeeropdrachten

Het toetsschema

Vaak zul je een combinatie van toetsvormen kiezen om te kunnen meten of een student de leerdoelen heeft bereikt. In een toetsschema geef je dan aan welke leerdoelen met welke toetsvorm worden getoetst en wat de bijdrage is van de verschillende toetsonderdelen aan het eindcijfer.

Bronnen:

*Pilot, A., Toetsen van academische vaardigheden. In: Berkel, H. van & Bax, A. (red) (2006). Toetsen in het hoger onderwijs. Houten: Bohn Stafleu van Loghum

## Ga naar overzicht jobaids