Formuleren van leerdoelen

(Door: Hilde ter Horst (Zoëzi) en Riet Martens)

De eindtermen van een opleiding zijn een beschrijving van de kwaliteiten van studenten op het gebied van kennis, inzicht, vaardigheden en (beroeps)houdingen. Over het algemeen zijn de eindtermen globaal geformuleerd. Ze worden geoperationaliseerd in leerlijnen en/of leerdoelen van de verschillende onderwijseenheden (= vakken) waaruit de opleiding is opgebouwd.

Het formuleren van concrete leerdoelen voor je vak heeft een aantal voordelen:

·

Je kunt goed vaststellen wat je met je onderwijseenheid bij de student wilt bereiken.

·

Je kunt achteraf gemakkelijker vaststellen door middel van toetsen of het gewenste leerdoel is bereikt.

·

Je krijgt door de leerdoelen betere aanwijzingen voor het kiezen van een geschikte strategie, leermiddelen en werkvormen.

·

Studenten krijgen duidelijke informatie over de leerstof die ze moeten verwerven en het niveau waarop ze die leerstof moeten beheersen.

·

Collega-docenten krijgen duidelijke informatie over de (voor)kennis die studenten al beheersen en kunnen hun vakken hierop afstemmen.

Hoofddoel en leerdoelen

In de onderwijskundige en didactische literatuur worden veel verschillende termen gebruikt. Wij beperken ons tot hoofddoel en leerdoel.

Een hoofddoel is een algemene beschrijving van de kwalificaties die een student met behulp van de onderwijseenheid kan leren: “Dit vak is gericht op het ontwerpen en invoeren van ingrijpende veranderingen in een organisatie.”

Een leerdoel is een concrete beschrijving van de gewenste kennis die een student moet verwerven en toepassen of gewenst gedrag dat een student moet demonstreren na afloop van het vak: “Na afronding van dit vak kan de student aan de hand van de checklist de specificaties voor het veranderingsplan formuleren”.

Formuleer vijf tot negen leerdoelen voor je vak. Houdt daarbij rekening met de wensen vanuit het vakgebied en het werkveld, kenmerken en behoeften van studenten en wensen vanuit de opleiding (eindtermen en plaats in het curriculum).

Componenten van concrete leerdoelen

Voor het formuleren van leerdoelen zijn over het algemeen vier criteria zijn belang:

1.

gedrag:

wat moeten studenten met de leerstof kunnen doen. Kies hiervoor Werkwoorden die aansluiten bij de activiteit die je van studenten verwacht.

2.

de inhoud:

op welke inhoud moet de student de beschreven activiteit kunnen toepassen. Geef deze inhoud zo concreet mogelijk weer. Dus niet: statistische grootheden, maar wel: het gemiddelde, de modus.

3.

voorwaarden:

onder welke condities moet de student het gedrag vertonen. Bijvoorbeeld met behulp van SPSS of van een rekenmachine, of met gebruikmaking van het artikel van ……… De voorwaarden kunnen van invloed zijn op de werkvorm(en) die je kiest en de leeractiviteiten van studenten om de leerdoelen te bereiken.

4.

norm:

welke minimumprestatie vind je nog succesvol; wat moet de student doen om een voldoende te krijgen voor zijn werk. Bijvoorbeeld: binnen twee uur over het gedefinieerde probleem een beleidsanalyse schrijven; die voor- en nadelen opsommen van het centraliseren van een afdeling. (hulpmiddel bij toetsconstructie).

Kortom, je moet het leerdoel zo concreet mogelijk formuleren, zodat de student precies weet wat hij moet kennen en kunnen, in hoeveel tijd, op welke manier, onder welke omstandigheden en met welke hulpmiddelen.

Werkwoorden

Het leerdoel moet zo zijn geformuleerd dat het slechts op één manier is uit te leggen! Vermijd daarom (vage) werkwoorden als:

·

kennen

·

weten

·

begrijpen

·

inzien

·

inzicht hebben in

·

de betekenis kennen van

·

op de hoogte zijn van

Gebruik bij voorkeur eenduidige actiewerkwoorden zoals:

·

noemen

·

schrijven

·

tekenen

·

aanwijzen

·

oplossen

·

uitvoeren

·

analyseren

·

selecteren

·

demonstreren

·

construeren

·

verklaren

·

onderscheid maken tussen

Meer werkwoorden

Bronnen:

- http://www.kennisdelen.eu/nl/didactiek/

- Kallenberg, T.; Grijspaarde, L. van der; Braak, A. ter: Leren (en) doceren in het hoger onderwijs. Den Haag 2009, Lemma (ISBN 978-90-5931-427-6)

## ga naar overzicht job-aids