Hoeveel vragen in een toets? (in dutch)

Je wilt een valide en betrouwbare schriftelijke toets ontwikkelen, die de leerdoelen (en leerstof) dekt en een goed onderscheid maakt tussen de studenten die de leerdoelen wel/niet beheersen. Maar van hoeveel vragen moet je dan uitgaan? Zijn daar richtlijnen voor?

Het aantal vragen voor een schriftelijke toets is afhankelijk van meerdere factoren, zoals:

1)

Beschikbare tijd. Over het algemeen is er in een regeling (zoals de Onderwijs Examen Regeling) vastgelegd hoe lang een (summatieve, eind-)toets maximaal mag duren. Een toets moet binnen die duur (bijvoorbeeld 3 uur) voor een student die zich goed heeft voorbereid te doen zijn.

2)

De (hoeveelheid) leerdoelen en de leerstof waarvoor de toets ontwikkeld is. De toets moet qua inhoud en niveau representatief zijn. In een toetsmatrijs kan aangegeven worden hoe de vragen samenhangen met de leerdoelen (en de leerstof).
Veelal hangt de omvang van een toets ook samen met het aantal ECTS dat voor het onderwijsonderdeel geldt en of het om een eindtoets of een deeltoets gaat.

3)

Het niveau van de items. Een vraag waarbij het gaat om reproductie van kennis is sneller te beantwoorden dan een toepassingsvraag waarbij bijvoorbeeld iets uitgerekend moet worden of een vraag waarvoor een analyse van een case wordt verwacht.

4)

De tijd die het kost om een vraag te lezen en te beantwoorden. MC-vragen vergen in het algemeen minder tijd om te beantwoorden, je hoeft tenslotte alleen maar iets aan te kruizen.
NB. Gesloten vragen kunnen wel veel denktijd vergen en bij wat moeilijkere of uitgebreidere vragen vergt het ook nauwkeurig lezen.
Verderop worden wat indicaties gegeven voor lees- en beantwoordingstijd bij open en gesloten vragen. Om uit te proberen is het handig om bijvoorbeeld een collega te vragen de toets te maken en een inschatting te maken van de benodigde tijd (per vraag).

 

5)

Betrouwbaarheid. Met het aantal vragen wil je voorkomen dat het cijfer (te veel) bepaalt wordt door toeval of gokken. Over het algemeen geldt dat hoe meer items (mits ook valide), hoe hoger de betrouwbaarheid.
Bij mc-toetsen is het belangrijk om rekening te houden met de gokkans. Je wilt voldoende vragen hebben om een goed beeld te krijgen van wat iemand werkelijk weet. Als vuistregel geldt:

·

2-keuze: minimaal 60-80 vragen

·

3-keuze: minimaal 45-60 vragen

·

4-keuze: minimaal 40 vragen.

NB. Bij gebruik van een combinatie van open vragen en meerkeuzevragen, bij formatief gebruik (telt niet of nauwelijks mee voor cijfer) of voor afzonderlijke deeltoetsen indien de deeltoetsen in combinatie het eindcijfer bepalen en in totaliteit wel voldoende betrouwbaar zijn, kan van de vuistregel worden afgeweken.

Ad (4) Indicatie voor beantwoordingstijd. Bron: Berkel van, H. en Bax, A. (Red.) (2006). Toetsen in het hoger onderwijs. Houten. Bohn, Stafleu van Loghum.

Vraagtype open vragen

Beantwoordingstijd in minuten

antwoord vergt 1 woord of zin

1

antwoord vergt ¼ pagina A4

5

antwoord vergt ½ pagina A4

10

antwoord vergt 1 pagina A4

25

antwoord vergt 2 pagina’s A4

60

Vraagtype gesloten vragen

Beantwoordingstijd in seconden

juist/onjuist vraag

50

mc-vraag met 2 antwoordopties

50

mc-vraag met 3 antwoordopties

60

mc-vraag met 4 of 5 antwoordopties e.a. gesloten vraagvormen

75

Bronnen en voor wie meer over dit onderwerp wil lezen:

·

Samenstellen van een toets: Lengte en duur (Wikiwijs website SURF project: Pilot Open Educational Resources , Augustus 2012; Auteur: Cilia Born; Hogeschool Leiden)

·

Toetshandleiding Erasmus School of Law 2013

·

Handboek: Toetsen in het hoger onderwijs. Berkel van, H. en Bax, A. (Red.) (2006). Houten. Bohn, Stafleu van Loghum.

[Vlas, okt. 2014. Onderwijskundige Dienst – Universiteit Twente.]