Opzet projectonderwijs bij CTW - inclusief toetsing

Projectonderwijs bij de faculteit CTW
(Lisa Gommer, 24-10-12)

Waarom projectonderwijs?

Er zijn verschillende argumenten te noemen voor het gebruik van projectonderwijs. Allen hebben betrekking op het leren van de student.

1.

Geïntegreerde toepassing van kennis uit verschillende vakgebieden
Tijdens het volgen van vakken in de traditionele vorm leert de student verschillende onderwerpen en de achterliggende theorie daarvan kennen. Toepassing op een complex probleem (de projectopdracht) biedt de student de gelegenheid de opgedane kennis te integreren met andere vakinhouden en hierdoor de samenhang en relevantie van de vakinhoud te ontdekken.

2.

Just-in-time onderwijs (leerbehoefte door parallelle programmering)
Voor het oplossen van het probleem of de projectopdracht is kennis van de vakinhoud noodzakelijk. Door het project parallel aan de vakken te programmeren, wordt een kennisbehoefte gecreëerd bij de student. Bijvoorbeeld: op het moment dat de sterkte van een bepaalde constructie doorgerekend moet worden in het project, wordt deze kennis in het vak ‘materiaalkunde’ aangeboden. De aangeboden concepten en formules kunnen door studenten meteen toegepast worden binnen het project en beklijven daardoor beter dan wanneer dit pas na afloop van een vak aan de orde is.
De vorm kan variëren:

3.

Leren door doen in een authentieke situatie (motivatie aspect)
Voor studenten is het motiverend om de opgedane kennis en vaardigheden te kunnen toepassen op een probleem dat in de beroepspraktijk zou kunnen voorkomen. Het maakt de relevantie van de vakinhoud zichtbaar en geeft de studenten het gevoel zinvol bezig te zijn door oplossingen te bedenken voor echte problemen.

4.

Leren samenwerken in aansluiting op de beroepspraktijk
De meeste studenten komen uiteindelijk in een beroepssituatie terecht, waarin zij met een multidisciplinair team ontwerpproblemen oplossen. Werken in projectvorm bootst deze situatie na en leert studenten te werken in teams met verschillende interesses en expertises.

Toetsing van projectonderwijs

Projecttentamen

Er zijn verschillende manieren om aan het einde van een project te toetsen of de groep en het individu de leerdoelen heeft behaald. Bij WB en IO is het projecttentamen een veelgebruikte vorm. Hierbij levert de projectgroep vaak een product op in de vorm van een productverslag (bijvoorbeeld voor een opdrachtgever), soms in combinatie met een prototype van het ontwerp. Voor dit verslag krijgt de projectgroep vaak een groepscijfer.

Presentatie ontwerp en individuele ondervraging

Tijdens het projecttentamen, dat vaak een hele ochtend of middag in beslag neemt, worden twee projectgroepen bij elkaar gezet. Beide groepen presenteren hun ontwerp. De nadruk ligt hier niet op het uiteindelijke product, maar op de concepten die zijn uitgewerkt, uiteindelijke conceptkeuze en verantwoording van gemaakte ontwerpkeuzes.

Na de presentatie van de groepen volgt een intensieve ondervraging op basis van het ingeleverde rapport. Studenten worden individueel bevraagd op hun kennis van het volledige ontwerp en achterliggende theorie die op het ontwerp is toegepast. Zij ontvangen hiervoor een individueel cijfer.

Er zijn twee varianten mogelijk:

-

De vakken worden apart getoetst in een ‘gewoon’ (schriftelijk) tentamen en tijdens het projecttentamen wordt alleen de toepassing van de vakinhoud op het ontwerp getoetst

-

Eén of meer vakken worden niet apart getoetst (vakken geïntegreerd in het project getoetst). Tijdens het projecttentamen krijgen de studenten vragen die alleen over het vak gaan én vragen die gaan over de toepassing van de vakinhoud op het ontwerp.

Project C: vak geïntegreerd in het project getoetst, verdeling individu / groep 50% / 50%

Een voorbeeld hiervan is project C (van de opleiding WB). Studenten moeten hierbij een installatie ontwerpen die warmte (of koude) produceert. De vakken “Ketenbeheer” en “Technische Thermodynamica” leveren de benodigde kennis om het ontwerpprobleem te kunnen aanpakken. Technische Thermodynamica wordt door middel van een apart schriftelijk tentamen getoetst. Tijdens het projecttentamen krijgen studenten alleen vragen over de toepassing van dit vak op het ontwerp. Ketenbeheer kent geen apart tentamen. Tijdens het projecttentamen worden vragen gesteld over de vakinhoud én over de toepassing op het ontwerp.

De verdeling van het individuele en het groepscijfer is vaak 50% / 50%, waarbij voor beide onderdelen tenminste een 5 moet worden gehaald (gemiddelde van beide delen ≥ 5.5).

Project F: toets met groep individuele projecten, verdeling individu/groep 75%/25%

Ook hier zijn variaties te vinden. Project F (ook van de opleiding WB) bijvoorbeeld is onderdeel van de bachelor eindopdracht. Om deze reden is hier de beoordeling enigszins aangescherpt.

De weging van het groepscijfer en het individuele cijfer is hier 25% / 75%. In plaats van twee projectgroepen samen in een beoordelingssessie te zetten, is hier een andere indeling gemaakt. Van elke projectgroep wordt één student genomen, samen met 7 studenten uit andere projectgroepen. Elke student staat hier dus alleen namens zijn / haar projectgroep en is als individu verantwoordelijk voor de presentatie en verdediging van het ontwerp.