Het vervolg op "Vreemde ogen dwingen" - Het HBO kiest vier speerpunten om de kwaliteit van toetsing te waarborgen

In 2011/’12 waren er diverse incidenten bij hbo-instellingen die tot veel negatieve berichtgeving over de waarde van hbo-diploma’s leidde. De Inspectie en NVAO maande het hbo tot actie. Wat is er nu in de tussentijd gebeurd en wat zijn de plannen tot verbetering?

Van incidenten naar actie

Incidenten rond de examinering bij enkele hbo-instellingen en veel negatieve berichtgeving over de waarde van hbo-diploma’s, leidde tot wat stringente acties in hbo-land. De roep om centrale examinering in het hbo werd sterker en is in de strategische agenda van het ministerie van OC&W ‘Kwaliteit in Verscheidenheid’ opgepakt.

De Vereniging Hogescholen (toen nog HBO-raad) lieten de commissie Bruijn inventariseren welke opties er zijn voor ‘externe validering’ van examens zijn en wat de voor- en nadelen van de verschillende alternatieven zijn. In mei 2012 bracht de commissie Bruijn het advies ‘Vreemde ogen dwingen’ uit.

De commissie deed in haar advies een 7-tal aanbevelingen om er voor te zorgen dat de hbo-diploma’s beter extern gevalideerd zouden worden:

1)

Ga over tot externe validering door middel van instellingsoverstijgende toetsing

2)

Zorg voor externe validering van eindwerkstukken via een bottom-up opgesteld protocol voor de beoordeling van eindwerkstukken

3)

Leg in de wet vast dat hogescholen verplicht zijn om voor elke opleiding toetsbeleid te formuleren waarin externe validering een plaats krijgt

4)

Zorg voor externe validering via certificering van examinatoren en opleiding van docenten

5)

Veranker dat de kwaliteit van de toetsing een stevige(r) plaats krijgt in de accreditatiekaders van de NVAO en dat bij de samenstelling van de visitatiecommissies - meer dan thans het geval is - wordt gelet op de aanwezigheid van toetsdeskundigheid

6)

Zorg (ook) voor externe validering via andere toetsvormen dan instellingsoverstijgende toetsing

7)

Versterk de externe validering via verhoging van toetskwaliteit.

Speerpunten voor implementatie

Het advies van de commissie Bruijn werd overgenomen en besloten werd dat enerzijds de adviezen ‘bottom-up’ zouden moeten worden geïmplementeerd. Dat wil zeggen dat de hogescholen zélf initiatieven zouden dienen te ontplooien. Anderzijds dat er, gezien o.a. de complexiteit van de operatie, benodigde investeringen en noodzakelijke samenhang, wel wat prioritering en sturing vanuit de Vereniging Hogescholen nodig zou zijn.

De prioriteiten werd gelegd bij: het gezamenlijk toetsen, een protocol voor de beoordeling van (eind)werkstukken, deskundigheidsbevordering bij docenten omtrent toetsing en examinering en verhoging van de toetskwaliteit door middel van kennisdeling. Voor de implementatie van de overige aanbevelingen van de commissie Bruijn, diende iedere hogeschool de verantwoordelijkheid zelf te nemen - aansluitend bij de eigen situatie, profiel en visie – en verantwoording af te leggen via een jaarverslag.

Voor de algehele implementatie, zijn vier ‘uitvoeringslijnen’ vastgelegd, waar het ministerie eind jan. 2013 mee ingestemd heeft:

A.

Starten van pilots met betrekking tot gezamenlijk toetsen en inschakeling van externe beoordelaars en experts.

B.

Ontwerp van een protocol voor (verantwoording van) de beoordeling van (eind)werkstukken (planning: invoering studiejaar 2013-2014). Het gaat hierbij niet alleen om afstudeeropdrachten, maar om alle zogenaamde “kern-werkstukken”, d.w.z. verschillende vormen van toetsing van (delen van) het beroepshandelen zoals: eindwerkstukken, scripties, stageverslagen, ontwikkeling prototypes, kunstwerken, voorstellingen etc.

C.

Ontwerp van een module Basis-/Seniorkwalificatie examinator (BKE/SKE), als onderdeel van het algemene deskundigheidsbevorderingsprogramma Basisvaardigheden didactische bekwaamheid (BDB).

D.

Kennisdeling. Een “Handreiking Gemeenschappelijk toetsen” n.a.v. de pilots, is als concreet product gepland. De Bijeenkomsten Vereniging Hogescholen zal de kennisdeling verder faciliteren door het organiseren van bijeenkomsten voor pilot-betrokkenen en dit thema centraal te stellen tijdens de jaarlijkse studiedag.

De hogescholen ontvangen 8 miljoen euro voor de implementatie.
Aan het eind van de kabinetsperiode van de moeten alle opleidingen een versterking van de externe validering van toetsing en examinering kunnen laten zien. In 2014 dient er een tussenrapportage te verschijnen.

Bronnen en meer informatie:

Handreiking - besluitvorming en stand van zaken implementatie 'Vreemde ogen dwingen' (5 juni 2013)
Dossier externe validering examens. Website Vereniging Hogescholen.