2001-06-01

promotie drs. R.J. van Eijk

Hydratatie van cementmengsels met verontreinigingen. Ontwerp en toepassing van het verharde product

promotor: prof.dr.ir. H.J de Vriend

co-promotor: prof.mr.dr. H.M. de Jong

assistent promotor: dr.ir. H.J.H. Brouwers

Cement wordt gebruikt om beton te maken, om grond te stabiliseren (via cementinjectie) en om afvalstoffen te binden. In het laatste geval kunnen bedrijven het verharde eindproduct hergebruiken of veilig opslaan. Om de verharding van mengsels met afvalstoffen en verontreinigingen te simuleren, heeft promovendus Ronald van Eijk een bestaand driedimensionaal computermodel sterk verbeterd en uitgebreid. Het model voorspelt onder meer de sterkte, porositeit en de doorlaatbaarheid van het verharde eindproduct. Daarnaast heeft hij gezocht naar een methode om het op de markt te brengen als alternatief bouwmateriaal. Samenwerking tussen leveranciers van dergelijke producten bleek essentieel te zijn.

Van Eijks onderzoek heeft behalve het verbeterde computermodel, ook allerlei rekenmethodes en richtlijnen opgeleverd, die de bouw-, cement- en afvalindustrie kunnen gebruiken bij het ontwerpen van cementmengsels en eindproducten. Voor die bedrijven is het vooral interessant om met Van Eijks resultaten de eigenschappen en verharding van een mengsel van cement en poederkoolvliegas te voorspellen. Vliegas is een restproduct van energiecentrales en met name in Nederland in gebruik als gedeeltelijke vervanging voor cement.

Certificering
Het onderzoek laat ook het belang zien van de certificering van bouwmaterialen, waarin afvalstoffen zijn verwerkt. Door certificering zal het vertrouwen van commerciële partijen in de bouw toenemen en zullen ze alternatieve bouwmaterialen overwegen als alternatief voor traditionele, natuurlijke bouwmaterialen, zoals zand en grind. Meer samenwerking tussen leveranciers levert financiële en beleidsmatige voordelen op, die productonderzoek, certificering en onderhandeling met zowel de overheid als partijen in de bouw vereenvoudigen. Het gehele onderzoek werd gedeeltelijk ondersteund door ENCI (cementproducent) en KEMA.

Voor meer informatie: a.m.klijnstra@utwente.nl