2000-11-24

promotie mw. drs. H. S. Otter
Complex Adaptive Land Use Systems. An interdisciplinary approach with agent-based models

promotoren: prof. dr. A. van der Veen en prof. dr. ir. H.J. de Vriend

We weten nog onvoldoende over het ontstaan van de complexe patronen van landgebruik waartoe natuurlijke en menselijke processen aanleiding geven. Kennis over dit landgebruik is onontbeerlijk voor een solide besluitvormingsbasis.

Om een beter begrip te krijgen van veranderingen in landgebruik en de vorming van patronen van landgebruik moet menselijk gedrag bestudeerd worden op microniveau en in een ruimtelijke context. Dat kan met behulp van 'agent-based'-modellen. Hierin is het op microniveau de modellering van actoren (de 'agents') die op macroniveau patronen doet ontstaan. Het microniveau is tot nog toe onderbelicht geweest en het verkregen begrip kan de kennis over processen op het macroniveau aanvullen.

Met behulp van deze modellen wordt in het werk van Otter het vestigingsgedrag van huishoudens en bedrijven nagebootst. De verschillende actoren in het model vestigen zich op een bepaalde plek op basis van gedragsregels. Ze houden daarbij rekening met hun fysieke omgeving, maar ook met gedrag van andere actoren. De actoren (huishoudens en bedrijven) reageren als het ware op elkaar. Sommige trekken elkaar aan, bijvoorbeeld als mensen graag bij andere mensen of bij hun werk in de buurt wonen. Andere stoten elkaar af, denk aan huizen in de buurt van zware industrie.

Door het vestigingsgedrag van huishoudens en bedrijven op microniveau na te bootsen kan het ontstaan van agglomeraties, zoals in de Randstad, worden aangetoond. De modellen kunnen voor beleidsmakers een instrument zijn om het ontstaan van verschillende patronen te analyseren en de gewenste van niet-gewenste ruimtelijke ontwikkelingen te onderscheiden.

Otter richt zich op een verfijning van de theoretische basis om menselijk gedrag in een ruimtelijke context te bestuderen. 'Duurzame ontwikkeling' vormt de beleidscontext van haar onderzoek. De complexe problemen die hieruit voortvloeien, vergen een interdisciplinaire aanpak. Interdisciplinare kennis kan vervolgens worden toegepast in 'integrale modellen'. Deze beleidsondersteunende modellen combineren kennis van het natuurlijke en menselijke systeem. Veel menselijke beslissingen zijn 'ruimtelijk', maar worden in modellen zelden zo opgevat. Daardoor is het lastig om ze te koppelen aan natuurlijke modellen die wel gebruik maken van de 'ruimte'. Voor een goed begrip van veranderingen in landgebruik en het ontstaan van landgebruikpatronen is het nodig om deze ruimtelijke beslissingen, denk bijv. aan lokatiegedrag, ook daadwerkelijk zo weer te geven. De geïntroduceerde 'agent-based'-modellen die dit mogelijk maken bevatten aspecten van economische theorie, complexiteitstheorie en beslissingsregels.

Henriëtte S. Otter was medewerker onderzoek bij de Sectie Integraal Modelleren van de Faculteit Civiele Technolgie en Management aan de Universiteit Twente.

Voor meer informatie:a.m.klijnstra@utwente.nl