Leerstoel Filosofie van Mens en Techniek

De leerstoel Filosofie van Mens en Techniek richt zich op het analyseren van de relaties tussen mens en technologie, en op het beoordelen van de kwaliteit van deze relaties.

De wijsgerige antropologie heeft zich altijd tot doel gesteld de menselijke bestaanswijze nader te analyseren en te conceptualiseren. In het menselijk bestaan zijn technologische artefacten en systemen een steeds belangrijker rol gaan spelen. Technologieën versterken onze krachten en vermogens, bemiddelen onze ervaringen, geven vorm aan onze morele handelingen en beslissingen, en versmelten steeds meer met onze lichamen. Dat roept de vraag op hoe de relatie tussen mens en technologie begrepen kan worden.

In de wijsgerig-antropologische traditie zijn mensen vaak gekarakteriseerd als technische wezens. Arnold Gehlen sprak over de mens als ‘Mängelwesen’: een gebrekkig wezen dat technologieën gebruikt om zichzelf aan te vullen, te verbeteren of te ontlasten. Helmuth Plessner sprak van de “natuurlijke kunstmatigheid” van de mens: wat mensen karakteriseert is hun vermogen om niet alleen samen te vallen met zichzelf en hun omgeving maar zich er ook toe te verhouden, waardoor ze iets van zichzelf en hun omgeving moeten maken. Bernard Stiegler, tenslotte, spreekt van de “oorspronkelijke techniciteit” van de mens: de menselijke bestaanswijze is niet te begrijpen zonder techniek. Dit technologische karakter van de menselijke conditie is op verschillende manieren gewaardeerd – van de vrees voor een steeds verder gaande vervreemding tot het vieren van de mogelijkheid om de mens op steeds geavanceerder manieren te verbeteren. Het onderzoek van de leerstoel Filosofie van Mens en Techniek beoogt deze theorievorming over de relaties tussen mens en technologie verder te ontwikkelen.

Om dat te bewerkstelligen, zal het onderzoek van de leerstoel de filosofisch-antropologische traditie confronteren met hedendaagse ontwikkelingen in wetenschap en technologie, en in de techniekfilosofie. Hoe kunnen klassieke filosofisch-antropologische noties opnieuw geïnterpreteerd worden in relatie tot hedendaagse technologische ontwikkelingen? In hoeverre kunnen noties als excentriciteit, intentionaliteit, in-de-wereld-zijn, tijdelijkheid en sterfelijkheid nog zinvolle manieren bieden om de mens te begrijpen? Welke noties zouden aangepast moeten worden ten gevolge van de steeds verdergaande verwevenheid van mens en techniek? Hoe kan de verscheidenheid aan mens-techniekrelaties geconceptualiseerd worden, van het gebruiken van technologieën tot het erdoor beïnvloed worden, en van het ontwerpen van technologie tot het ermee versmelten?

Daarnaast richt de leerstoel zich op het vruchtbaar maken van de ontwikkelde inzichten voor de praktijk van techniekontwikkeling, in het bijzonder gericht op technologisch ontwerpen en op de huidige versmelting van biotechnologie, nanotechnologie en informatietechnologie. Thema’s die vanuit de leerstoel worden bewerkt zijn onder andere: human enhancement technologie en posthumanisme; kunst en technologie; de morele lading van technologie; globalisering en de technologische cultuur; en de ethiek van ontwerp en gebruik.

Om de relaties tussen mens en technologie adequaat te kunnen onderzoeken, zullen verschillende aspecten ervan worden geanalyseerd. Allereerst heeft het onderzoek van de leerstoel een metafysische focus, gericht op de implicaties van nieuwe benaderingen van mens-techniekrelaties voor het modern-wijsgerige begrip van de werkelijkheid in termen van menselijke subjecten versus niet-menselijke objecten. Zowel filosofische benaderingen als technologische ontwikkelingen maken dit onderscheid problematisch, variërend van postfenomenologisch onderzoek tot actor-netwerktheorie en van robotica tot biotechnologie. Deze benaderingen en ontwikkelingen nodigen ertoe uit de subject-objectscheiding op nieuwe manieren te benaderen, die recht doen aan de vele nieuwe relaties tussen mens en technologie.

De ethische dimensie in het onderzoek richt zich primair op de kwaliteit van mens-techniekrelaties en op de impact van technologieën op mensen als morele wezens, i.e. wezens die moreel kunnen handelen en goed leven kunnen nastreven. Dit leidt aan de ene kant tot vragen ten aanzien van de morele rol en betekenis van technologische artefacten. Op welke manier en in welke mate beïnvloeden technologieën menselijke handelingen en besluiten? Aan de andere kant dient te worden onderzocht hoe mensen een relatie tot deze invloeden kunnen vinden in het vormgeven van hun bestaan. Een andere ethische lijn in het onderzoek van de leerstoel betreft de ethiek van human enhancement technologie. Nieuwe technologische ontwikkelingen als neuro-implantaten, synthetische biologie en bionanotechnologie maken het mogelijk de mens te ‘verbeteren’. Dat roept grote morele vragen op, waarbij doorgaans menselijke waardigheid als criterium wordt gehanteerd. Vanuit wijsgerig-antropologisch perspectief ontstaat dan vervolgens de vraag hoe dat criterium gebruikt kan worden wanneer duidelijk is dat mensen en technologie altijd al verweven zijn geweest, en dat mens-zijn bestaat bij de gratie van techniek.

De esthetische en cultuurfilosofische aspecten van het onderzoek van de leerstoel richten zich primair op de relaties tussen kunst en technologie en op technologieoverdracht tussen culturen. Hoe kan hedendaagse kunst worden begrepen als artistiek onderzoek van de technologische bemiddeling van menselijke ervaringen en praktijken? Technologieën geven mede vorm aan het menselijke zintuiglijke repertoire van mensen: ze ontsluiten nieuwe manieren om de werkelijkheid te ervaren. De manieren waarop kunstenaars en vormgevers met zulke bemiddelingen experimenteren, vormen dan ook een interessant aangrijpingspunt voor de filosofie van hedendaagse kunst. Technologieoverdracht tussen culturen kan daarnaast alleen adequaat begrepen worden wanneer zowel de culturele impact van technologie als de culturele bepaaldheid van technologische bemiddeling worden onderzocht.

Vanuit de leerstoel worden de volgende technologiedomeinen benaderd:

-

Industrieel Ontwerpen:
Vanuit de leerstoel wordt onderzoek verricht naar de relaties tussen gebruikers en producten; de impact van producten op praktijken en ervaringen van gebruikers; manieren om op deze impact te anticiperen in het ontwerpproces; en de ethische implicaties van de gedragsbeïnvloedende rol van producten.

-

Informatie- en Communicatietechnologie:
Er wordt onderzoek verricht naar de bemiddelende rol van oude en nieuwe media en hun sociale en culturele impact. In sommige gevallen gebeurt dat in nauwe wisselwerking met de ontwerppraktijk en industrieel ontwerpers (‘smart products’).

-

Human Enhancement technology:

Vanuit de orientatie op ‘human enhancement’ en ‘posthumanisme’ gaat het onderzoek van de leerstoel ook verbindingen aan met bio- en nanotechnologie, en met de mechatronica en robotica. Het onderzoek richt zich op de ethische en antropologische implicaties van de technologische ‘verbetering’ of ‘vervanging’ van de mens.