column_mei2013

Hannah Arendt

Filosofie: niet te filmen?

Vorige week ging de film ‘Hannah Arendt’ in première. Dat gebeurt niet vaak: een speelfilm over een filosoof. Als hun levensverhaal al interessant genoeg is, zijn hun ideeën vaak te abstract om te verfilmen. Bovendien houden veel filosofen hun persoonlijk leven graag gescheiden van hun werk. De filosoof Heidegger heeft eens gezegd: “Het enige dat ons interesseert aan het persoonlijk leven van een filosoof is dat hij werd geboren, werkte, en doodging.”

In de film over Hannah Arendt spelen zowel haar persoonlijke leven als haar filosofische ideeën een rol. Het verhaal gaat vooral over één belangrijke gebeurtenis uit haar leven: de enorme ophef die ontstond over haar visie op het proces tegen oorlogsmisdadiger Adolf Eichmann. Eichmann was één van de hoogst verantwoordelijken in het Nazi-regime voor de deportatie en vernietiging van Joodse gevangenen. Tijdens het proces zetten de meeste media een beeld van hem neer als meedogenloze psychopaat. Maar Hannah Arendt, die zelf een Joodse achtergrond had, zag iets heel anders: een heel gewone man met een baan, die carrière wilde maken, en simpelweg zijn taak binnen het systeem zo goed mogelijk uitvoerde.

Hannah Arendt noemde dit “de banaliteit van het kwaad”. Het kwaad is volgens haar niet altijd groot en afschrikwekkend, maar zit juist ook in kleine, alledaagse dingen. Door alleen bezig te zijn met procedures en regeltjes kon Eichmann zijn eigen verantwoordelijkheid uitschakelen. Niet hijzelf vermoordde al die mensen, maar de vernietigingsmachine waar hij maar een beperkte rol in had. Het kwaad zit niet in het beest in de mens, maar in de ambtenaar in ons.

Arendts visie was erg omstreden. En dat kwam vooral omdat ze de banaliteit van het kwaad niet alleen bij Eichmann zag, maar ook bij sommige joodse leiders, die meewerkten aan het functioneren van de vernietigingsmachine. Alsof ze de joden zelf beschuldigde van de holocaust.

Jammer genoeg benadrukt de film vooral dat Arendt een aantal persoonlijke vrienden verloor, die zich door haar verraden voelden. En dat is een gemiste kans. Want hoe dramatisch dat ook geweest is, voor wie haar werk kent, had de film echt een stap verder moeten zetten in het uitleggen van haar ideeën.

Arendt had namelijk ook een antwoord op het kwaad. Haar belangrijkste bijdrage aan de filosofie is haar politieke theorie. Voor Arendt draait politiek om ‘pluraliteit’, ofwel om ruimte voor verschil. Het gaat er in de maatschappij niet om dat we het met elkaar eens worden, maar juist dat we van mening kunnen verschillen over de vraag wat een goede manier van leven is, en een goede inrichting van de maatschappij. Zulke pluraliteit vraagt om vrijheid. Niet de individualistische vrijheid van het liberalisme, dat iedereen tot ondernemer van zijn eigen leven maakt, maar de vrijheid die hoort bij een gemeenschap, waar mensen gezamenlijk maar ook verschillend steeds opnieuw vorm aan geven.

Opnieuw kunnen beginnen is voor Arendt dan ook het belangrijkste kenmerk van de mens. De meeste filosofen van haar generatie benadrukten de sterfelijkheid van de mens: het feit dat wij doodgaan, geeft ons leven een structuur en karakter. Voor Arendt schuilt de kern in het feit dat we geboren worden. Mens-zijn is: altijd een nieuw begin kunnen maken.

En precies daarin schuilt het antwoord op de banaliteit van het enorme kwaad van de holocaust. We moeten de maatschappij zo inrichten dat mensen steeds iets nieuws kunnen beginnen, en zichzelf niet verliezen in bureaucratische structuren of gewelddadige onderdrukking. Ach, misschien is dat ook wel niet te filmen.