column_maart2013

Hoe groot mag een beker frisdrank zijn?

Vrijheid of betutteling

In New York is een opmerkelijke vrijheidsstrijd uitgebroken. Toen ik er twee weken geleden was, liep ik overal tegen een enorm affiche aan: een man in de pose van het vrijheidsbeeld, met een beker frisdrank in zijn hand in plaats van een fakkel. De tekst luidde: “Laat de bureaucraten niet bepalen hoe groot je beker frisdrank mag zijn”.

Het lijkt wat bizar, maar inderdaad: de strijd gaat over de grootte van de bekers waarin frisdrank wordt verkocht. Burgemeester Bloomberg van New York wil alleen nog maten van minder dan een halve liter toestaan. Reden hiervoor is, uiteraard, het enorme probleem van overgewicht in de Amerikaanse samenleving. Frisdrank staat stijf van de suiker en is één van de belangrijkste dikmakers.

Alleen: als er iets is waar Amerikanen niet tegen kunnen, dan is het wel inmenging in hun vrijheid. De overheid moet zo klein mogelijk zijn, en zich zeker niet bemoeien met hun eet- en drinkgedrag. Zelfs het vrijheidsbeeld wordt van stal gehaald in de strijd om de grootte van een bekertje. Overigens kennen wij deze afkeer van betutteling ook in Nederland, bijvoorbeeld op websites die foto’s tonen van brandende en met kogels doorzeefde flitspalen, omdat die zich teveel zouden bemoeien met ons rijgedrag.

In deze discussie gaat iets goed mis. Dezelfde mensen die in naam van de vrijheid tegen het verbieden van grote bekers zijn, vergeten namelijk helemaal dat ook kleine bekers invloed hebben op het drinkgedrag van mensen. En flitspaalbestormers realiseren zich niet dat ook hun verlangen om lekker hard te rijden op de snelweg voortkomt uit beïnvloeding: onze auto’s halen immers met gemak het dubbele van de maximum snelheid, en de bochten op de snelweg zijn zo flauw dat je ze ook met gemak met 180 per uur kunt nemen. Beïnvloeding is er altijd. En wie dat eenmaal ziet, kan er alleen maar het beste van maken.

Er bestaat zelfs een wetenschappelijke theorie over dit fenomeen: de ‘nudge benadering’ van de – ook Amerikaanse – hoogleraren Thaler en Sunstein. Het woord ‘nudge’ betekent: ‘zetje’, een ‘duw’ in de goede richting. Ons gedrag, zeggen zij, wordt niet alleen gestuurd door bewuste keuzes maar vooral door onbewuste processen die dit soort zetjes geven. De materiële wereld waarin wij leven, bevat namelijk een ‘keuze-architectuur’, zoals ze dat zo mooi noemen. Een kopieerapparaat dat standaard op enkelzijdig staat, leidt tot ander gedrag dan één met een dubbelzijdige instelling. Een kantine waar de kroketten en gehaktballen op grijphoogte liggen terwijl de salades moeilijk bereikbaar zijn, stimuleert ongezond eten. En, inderdaad, een keuze uit ‘klein’, ‘normaal’ en ‘groot’, waarbij klein de maat is die lange tijd ‘normaal’ werd gevonden, stimuleert dat mensen steeds dikker worden.

Een overheid die zich bemoeit met de grootte van onze bekers frisdrank gedraagt zich dus niet betuttelend, maar simpelweg verantwoordelijk. Iedereen kan nog steeds zoveel drinken als hij of zij wil, en ook enkelzijdig kopiëren en kroketten eten blijft tot de mogelijkheden behoren. Maar dat de standaardinstellingen van onze wereld anders horen te zijn, daarover zijn we het in grote lijnen wel eens. Sterker nog: het wordt hoog tijd dat we deze keuze-architectuur nog wat uitbreiden. Ten aanzien van het verstrekken van overbodige plastic tasjes bijvoorbeeld. Of het kopen van plofkip. Is dat bureacratische betutteling? Nee. Vrijheid is niet de afwezigheid van beïnvloeding, maar het verantwoord omgaan ermee. Voor wie dat niet gelooft, helpt misschien alleen nog de definitie van Janis Joplin: ‘freedom is just another word for nothing left to lose…’.