column_maart2012

Geen democratie zonder koningshuis

Het is er dan toch nog van gekomen: de invloed van de koningin op de formatie is ongedaan gemaakt. Het laatste restje niet-democratische macht is daarmee geschiedenis geworden. Alleen het volk heeft het nu nog voor het zeggen in Nederland: de kamer bepaalt vanaf nu zelf wel hoe de kabinetsformatie moet verlopen. In onze moderne tijd hebben we daar het nageslacht van Willem van Oranje niet meer voor nodig.

Tot enkele jaren geleden zou ik alleen maar enthousiast zijn geweest over dit kamerbesluit. We hebben gelukkig een capabele koningin getroffen, maar eigenlijk is het toch niet helemaal in de haak dat ze zich bemoeit met zoiets belangrijks als de vorming van een regering. Vond ik. Totdat de laatste verkiezingsuitslag kwam. Die liet een tot op het bot verdeeld Nederland zien, met het extremistisch populisme van de PVV als splijtzwam. Hoe was hier nog een breed gedragen kabinet van te maken?

Die verkiezingen lieten zien dat wij, als volk, niet altijd voldoende vertegenwoordigd worden door het parlement. Een ruime meerderheid van het land herkende en herkent zichzelf niet meer in de grofheid en het wij-zijdenken dat de politiek is gaan beheersen en waar de meeste partijen maar nauwelijks een antwoord op kunnen vinden.

We werden in die formatie niet alleen vertegenwoordigd door het parlement, maar óók door de koningin. Omdat ze staat voor onze geschiedenis, en daarmee voor het Nederlandse volk als geheel. Ik had niet gedacht dat ik dit ooit over mijn lippen zou krijgen, maar ik ben eigenlijk heel blij dat we in die formatie een koningin hadden. Niet omdat zij richting kon geven aan het proces - ik vind het prima dat haar die rol is afgenomen. Maar omdat zij op dat moment de enige was die voor het geheel stond, en niet voor één van de bekvechtende delen.

De ceremoniële rol die voor de Koningin overblijft nu haar invloed op de formatie is afgeschaft, is wat mij betreft dan ook een zeer gewichtige rol. Door activiteiten te blijven ontplooien die zich duidelijk richten op het grote geheel, en door ons te blijven herinneren aan onze geschiedenis, hebben de Oranjes een wezenlijke invloed op de samenleving. Een invloed die niet met verkiezingen te bereiken is, maar die ook niet in tegenspraak is met onze democratie.

Daar komt nog bij, dat de Oranjes een gidsfunctie kunnen hebben in het aanjagen van publieke discussies. Het tragische ongeluk van prins Friso laat dat pijnlijk maar duidelijk zien. De manier waarop de koninklijke familie omgaat en om zal gaan met de gezondheidstoestand van de prins brengt een ethische discussie op gang over de mogelijkheden en wellicht ook de grenzen van zorg voor comapatienten. We kunnen het met hun keuzes eens zijn of oneens, maar ze vormen een oriëntatiepunt. Of zij en wij dat nu willen of niet.

Het is goed dat we democratisch gekozen volksvertegenwoordigers hebben, die geheel autonoom een kabinet kunnen vormen. Maar laten we die andere vorm van volksvertegenwoordiging niet te gemakkelijk onderschatten. Voor je het weet zijn er weer verkiezingen.