column_juni2014

Vrolijke wetenschap en valse technologie

Er is iets merkwaardigs aan de hand met maatschappelijke discussies over wetenschap en technologie. Hoewel ze twee kanten van dezelfde medaille lijken te zijn, worden ze doorgaans heel anders gewaardeerd. Wetenschap, dat is iets van helden die spannende dingen ontdekken en in De Wereld Draait Door over hun avonturen komen vertellen. Maar technologie zit vol met risico’s en gevaren, van privacyschendingen tot milieuproblemen. De blije wetenschap en de boze technologie, noemt mijn collega Hedwig te Molder dit verschijnsel. Wetenschap is ‘cool’, techniek is eng.

Het is taboe om deze beelden te doorbreken. Toen de Franse filosoof Bruno Latour liet zien dat wetenschappelijke kennis mensenwerk is, en voortkomt uit interpretaties, samenwerkingsverbanden en meetapparatuur, kreeg hij een storm van protest over zich heen. Kennis wordt ontdekt, en niet gemaakt. Wie dat anders ziet, gelooft niet echt in de waarheid: Latour was ‘tegen’ de wetenschap, vonden velen.

De discussie over technologie vormt hiervan het spiegelbeeld. Dat zie je aan sommige reacties op mijn recente boek ‘Op de vleugels van Icarus’. In dat boek betoog ik dat we beter moeten leren discussiëren over technologie. Vaak gaat de discussie over de vraag of we voor of tegen technologieën als drones of de Google bril moeten zijn. Maar nader onderzoek laat zien dat ‘tegen’ zijn doorgaans geen reële optie is. Technologieën laten zich niet wegdenken, en het menselijk bestaan is altijd al verweven geweest met technologie. En als je dat eenmaal ziet, is de belangrijkste vraag hoe we kritisch en verantwoord met technologieën om kunnen gaan.

Deze boodschap is voor sommige mensen lastig te verteren. Terwijl de vrolijke wetenschap niet kritisch bevraagd mag worden, blijkt het bij de valse technologie precies andersom. Wie beweert dat ‘tegen’ techniek zijn niet zoveel zin heeft, is er ‘dus’ altijd voor. Een realistische houding tegenover technologie, die ethiek wil baseren op de gedachte dat techniek onvermijdelijk invloed heeft op de mens, wordt direct uitgelegd als ‘onkritisch’.

De Franse filosoof Michel Foucault noemde dit soort redeneringen ‘chantage’. Als je niet voor bent, ben je ‘dus’ tegen, en als je niet tegen bent, ben je ‘dus’ voor. Latours kritische analyse van wetenschap zou hem tot ‘tegenstander’ van de wetenschap maken; mijn weigering om ‘tegen’ technologie te zijn, maakt me tot ‘voorstander’.

Waar komt dit patroon vandaan? Misschien heeft het iets te maken met een verlangen naar autonomie en controle. Wetenschappelijke kennis maakt ons onafhankelijker en machtiger, terwijl technologieën ons juist afhankelijker en kwetsbaarder maken. Elke nieuwe wetenschappelijke theorie laat zien hoe knap we zijn, maar elke nieuwe technologie zet ons mens-zijn opnieuw op het spel. En daarom willen we ‘zuivere’ wetenschap en een mens die ‘zuiver’ blijft van technologie.

Ironisch genoeg maakt deze smetvrees ons alleen maar afhankelijker en kwetsbaarder. Want hoe minder kritisch we durven kijken naar wetenschap, hoe meer we de experts op hun woord moeten geloven, zonder onder de motorkap van de wetenschap te mogen kijken. En hoe harder we roepen dat we tegen een technologie willen zijn, hoe meer energie we verspillen aan iets dat zich toch niet ongedaan laat maken, zonder dat we de kritische vraag stellen hoe we verantwoord om kunnen gaan met deze technologie.

Met chantage lossen we onze afhankelijkheid en kwetsbaarheid niet op. Hier helpt alleen een kritische en realistische blik. Daar wordt de wetenschap heus niet minder vrolijk van, en de techniek niet minder vals.

Verschenen in: Dagblad Tubantia, opinie, 14 juni 2014

Peter-Paul Verbeek, www.ppverbeek.nl