column_feb2013

Het eindpunt van de trein

Investeren in Enschede

De overheid moet niet meer investeren in Enschede. Dat was de boodschap van Coen Teulings, directeur van het Centraal Planbureau. De stad heeft geen historisch centrum, ligt excentrisch, en heeft niets om dat te compenseren, zoals goede restaurants, mooie stadsparken of een rijk cultureel aanbod. Zelfs de komst van een universiteit heeft niet mogen baten. Het heeft ook geen zin om de bereikbaarheid te verbeteren: de stad is gewoon niet interessant genoeg. De enige ambitie die Enschede nog past, is voorbereiding op krimp.

Deze uitspraken hebben veel irritatie opgeroepen. Teulings zou als verstokte westerling te weinig openstaan voor al het moois dat Enschede wél te bieden heeft. Als hij eens kwam kijken, zou hij wel anders praten, zo was de gedachte. Maar Teulings ziet dat zelf heel anders. Hij baseert zich simpelweg op onderzoek. En de feiten laten zien dat je het zonder historisch centrum en op een slecht gelegen locatie niet kunt redden.

Wat moeten we met deze analyse? Laten we vooropstellen dat er onmiskenbaar een kern van waarheid in zit. Willem Wilmink dichtte over Enschede al: “Het is het eindpunt van de trein, bijna geen mens hoeft er te zijn”? Hoeveel je ook van Enschede kunt houden, het valt niet te ontkennen dat het aanbod aan voorzieningen zich steeds in de buurt van een kritische ondergrens bevindt. Je kunt heerlijk uit eten gaan, maar de keuze is beperkt voor wie niet alleen wil kiezen uit steakhouses. En de meeste voorstellingen, concerten en films zijn hier prima te bekijken, zelfs in mooie zalen, maar je moet er wel snel bij zijn want ze draaien maar kort.

Toch maakt Teulings een denkfout. Ongetwijfeld bepalen de ligging en de voorzieningen van een stad mede hoeveel mensen er willen wonen. Maar daaruit kun je niet concluderen dat steden die niet aan dat standaardplaatje voldoen geen toekomst hebben. Een stad kan ook aantrekkelijk zijn door andere factoren, die een andere doelgroep aanspreken dan de gemiddelde Nederlander van Teulings. Niet iedereen wil randstadje spelen.

Ik ken veel mensen die uit ‘het Westen’ naar ‘het Oosten’ zijn verhuisd, en enorm genieten van de kwaliteit van leven. Het levenstempo is rustiger, de omgangsvormen vriendelijker, de scholen persoonlijker, de huizen betaalbaarder, en toch heeft de stad alles wat je nodig hebt. Het Glazen Huis liet dat prachtig zien. Op de Beestenmarkt in Leiden was het vorig jaar een leuke attractie; vanaf de Oude Markt in Enschede kleurde en mobiliseerde het de hele stad.

Ik ben ervan overtuigd dat deze unieke eigenschappen Enschede aantrekkelijk maken voor veel meer mensen dan er nu wonen. Het is vooral de afstand tot de Randstand die hen tegenhoudt. Neem nou de reis tussen Enschede en Amsterdam: die wordt steeds langer en moeizamer. Enkele jaren geleden werd de rechtstreekse trein afgeschaft. En sinds kort duurt de rit 10 minuten langer, nota bene door de opening van de Hanzelijn, die de reistijd Groningen-Schiphol twintig minuten korter heeft gemaakt.

Er is dan ook wel degelijk een investering nodig in Enschede. De reistijd naar de Randstad moet flink omlaag. Om te beginnen door het herstel van een rechtstreekse verbinding tussen Enschede en Amsterdam. Maar vooral door de aanleg van een Saksenlijn, die in 5 kwartier tussen Enschede en Amsterdam pendelt en onderweg alleen stopt in Deventer en Amersfoort. Met zo’n trein zou Wilmink voor één keer ongelijk krijgen. En Teulings erbij.