column_feb2012

Bezuinigen op de wetenschap

De toekomst van de Nederlandse wetenschap ziet er steeds zorgwekkender uit. Het Rathenau Instituut, dat onderzoek doet naar wetenschapsbeleid, heeft opgeteld wat alle kabinetsmaatregelen betekenen voor ons wetenschappelijk onderzoek. De conclusies waren niet mals. In 2016 zal er ten opzichte van 2010 700 miljoen euro minder worden uitgegeven. Opmerkelijk genoeg heeft een relatief groot deel van de bezuinigingen betrekking op toegepast onderzoek, terwijl het kabinet daar nu juist in wil investeren.

Enkele maanden terug vroeg ik op deze plaats ook al aandacht voor het wetenschapsbeleid van dit kabinet. Mijn zorgen gingen toen juist over het fundamentele, niet op toepassing gerichte onderzoek. Want ook dat staat enorm onder druk. Dit kabinet heeft namelijk tevens besloten om de helft van het wetenschapsbudget te verschuiven naar negen economische topsectoren, zoals tuinbouw, water en energie. En dat betekent dat er steeds minder geld is voor onderzoek buiten die topsectoren.

Minister Verhagen, die de topsectoren onder zijn hoede heeft, verwijt zijn critici steevast 'angst voor verandering'. Het fundamenteel onderzoek wordt helemaal niet bedreigd, stelt hij, want per saldo is er niet minder maar juist meer geld beschikbaar. Dat beeld blijkt inmiddels toch niet helemaal te kloppen. Het was dan ook geen angst voor verandering die mijn collega's en mij dreef om in opstand te komen, maar zorgen om de verkeerde veranderingen.

De cijfers van het Rathenau Instituut zijn helaas niet het enige slechte nieuws. Inmiddels wordt steeds duidelijker dat het topsectorenbeleid een directe bedreiging vormt voor de breedte van de wetenschap. Er blijft nog maar zeer weinig geld over voor de zogenaamde 'vrije competitie', die de ruggengraat van het fundamentele onderzoek vormt. Dit geld werd vroeger direct aan de universiteiten gegeven, maar wordt nu verdeeld op grond van kwaliteit: aan de beste mensen met de meest veelbelovende ideeen.

Mede dankzij dit systeem heeft Nederland een wereldwijde toppositie. Maar het budget in deze vrije competitie daalt dramatisch. Dit zal onherroepelijk tot een enorme verschraling leiden. Sterrenkunde, theologie, klimaatonderzoek, geschiedenis, literatuurwetenschap - het worden wetenschapsgebieden die steeds meer in de vrije tijd van enkele docenten zullen moeten plaatsvinden.

Waarom is dit zo erg? Laat ik eerst een reden geven die past binnen de logica van dit kabinet. Nederland wil een hoogwaardige kenniseconomie zijn. Heel verstandig, want op het gebied van productie leggen we het af tegen de lage-lonenlanden. Maar bezuinigen op de wetenschap zal ook onze kenniseconomie in de schaduw plaatsen. Wie ziet hoe explosief alleen al de Chinese wetenschap groeit, zal direct beamen dat er juist fikse investeringen in onze kenniseconomie nodig zijn.

Maar een minstens zo belangrijke reden is dat de kwaliteit van onze samenleving hier rechtstreeks door bedreigd wordt. Wetenschap heeft veel meer waarde dan het kapitaal dat ze genereert. Er is geen topsector theologie, maar we hebben in onze multiculturele samenleving heel hard mensen nodig die kritisch en systematisch over religie na kunnen denken. Met onderzoek naar de opwarming van de aarde in de prehistorie begin je geen bedrijf, maar het is onmisbaar om de effecten van CO2-uitstoot op het niveau van de zeespiegel uit te rekenen. Onderzoek naar ethische vragen rondom nieuwe technologieen lokt weinig investeringen uit, maar is toch cruciaal voor de kwaliteit van ons leven in een technologische wereld.

Angst voor veradering? Niet echt. Ik zie in ieder geval reikhalzend uit naar een spoedige verandering van het Nederlandse wetenschapsbeleid.