Geschiedenis van TIMSS

Al in 1959 werd voor de eerste keer door het IEA (International Association for the Evaluation of Educational Achievement), een internationale leerlingtoets voor wiskunde bij leerlingen in het voortgezet onderwijs uitgeprobeerd. Men koos voor wiskunde omdat dit vak het meest geschikt leek te zijn internationaal te vergelijken. Dat de ontwikkeling van een dergelijke toets niet zo makkelijk was, blijkt wel uit het feit dat de afname van de uiteindelijke toets pas in 1964 plaatsvond. Dit eerste onderzoek heette FIMS: First International Mathematics Study. Er deden tien landen mee, waaronder Nederland en Vlaanderen. Naast de toets werd ook informatie verzameld over leerlingmotivatie en -attituden.

Begin jaren '70 werd voor verschillende vakgebieden een aantal vergelijkbare studies uitgevoerd, zoals voor leesvaardigheid en natuurwetenschappen. Voor natuurwetenschappen droeg deze studie de naam FISS: First International Science Study. Begin jaren '80 kregen zowel FIMS als FISS een vervolg in SIMS (1982) en SISS (1984).

Zo'n 40 landen van over de hele wereld namen in 1995 deel aan de Third International Mathematics and Science Study (TIMSS). De TIMSS-toets bestond uit wiskundeopgaven én opgaven voor de natuurwetenschappen (biologie, natuurkunde, scheikunde en fysische aardrijkskunde).

TIMSS-1995 was niet langer meer beperkt tot het voortgezet onderwijs. Er was ook een toets voor basisschoolleerlingen (9- en 10-jarigen) voor rekenen en natuuronderwijs. Verder werden er schriftelijke vragenlijsten afgenomen bij de getoetste leerlingen, hun leraren en hun schoolleiders.

TIMSS-1995 kreeg voor het voortgezet onderwijs een vervolg in 1999. In TIMSS-1999 stond de vergelijking met de resultaten van 1995 voorop. Vanaf 1999 betekent de eerste T van TIMSS niet langer meer Third, maar staat deze T voor Trends.