Basisschoolleerling minder goed in de exacte vakken

Dit is een gezamenlijk persbericht van de Universiteit Twente en het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO)

Nederlandse leerlingen in groep 6 hebben minder goed gepresteerd op een internationale reken- en natuuronderwijstoets dan in de jaren daarvoor. Dit blijkt uit Trends in International Mathematics and Science Study (TIMSS-2015) waarvan de resultaten vandaag in Boston bekend zijn gemaakt. TIMSS meet sinds 1995 elke vier jaar wereldwijd het onderwijsniveau in de exacte vakken. Met uitzondering van 2011 laten de Nederlandse prestaties op de TIMSS-toets sinds 1995 een licht dalende trend zien. Leerlingen zijn vooral achteruitgegaan in natuur- en scheikunde. Leerlingen die het basisniveau niet halen zijn echter in Nederland nog steeds een uitzondering.

Middenmoot

Nederland behoort voor rekenen tot de middenmoot; van de 49 landen hebben leerlingen in 16 landen significant beter dan de Nederlandse leerlingen in rekenen gepresteerd. Hierbij zitten landen als Denemarken, Engeland, Finland, Noorwegen en Vlaanderen. Leerlingen uit Duitsland en Zweden hebben juist een significant lagere rekenscore dan leerlingen uit Nederland behaald. De internationale positie van Nederland is voor natuuronderwijs nog iets minder goed: in 23 landen zijn de toetsscores significant hoger dan in Nederland, waaronder Duitsland, Engeland en de Scandinavische landen. Vlaanderen zit op hetzelfde prestatieniveau als Nederland. Singapore is toppresteerder in beide vakgebieden, maar ook in de andere Aziatische landen, zoals Zuid-Korea en Hong Kong, is de kennis van de exacte vakken onder 10-jarige leerlingen zeer groot.

Goed in redeneren

In veel landen zijn de reken- en natuuronderwijsprestaties ten opzichte van 2011 significant verbeterd. In vijf landen, waaronder Nederland, Duitsland en Finland, zijn de rekenscores echter gedaald. In acht landen, inclusief Nederland en Finland, vallen de scores voor natuuronderwijs lager uit dan in 2011. In beide vakgebieden zijn Nederlandse leerlingen beter in redeneren dan in weten of het toepassen van kennis. De daling in prestatieniveau is vooral te zien in de weetopgaven. De toetsscores op de redeneeropgaven zijn gelijk aan die van TIMSS-2011.

Weinig verschil

Evenals in voorgaande TIMSS-metingen liggen de Nederlandse leerlingscores op de toets dicht bij elkaar. Bijna alle leerlingen halen in Nederland het laagste vaardigheidsniveau. Slechts 4% van de Nederlandse leerlingen excelleert in rekenen en 3% in natuuronderwijs. In Engeland, Denemarken en Vlaanderen heeft 10% of meer van de leerlingen het hoogste rekenniveau gehaald. Jongens zijn in Nederland iets beter in rekenen met getallen en in fysische aardrijkskunde, terwijl meisjes in TIMSS een hogere score voor biologie hebben behaald. Leerlingen die thuis weinig of geen Nederlands spreken scoren aanmerkelijk lager op de toets vergeleken met hun Nederlands sprekende leeftijdsgenoten. Het verschil tussen deze leerlingen is het grootst in natuur- en scheikunde.

Werkdruk

In 2015 zijn schoolleiders, leerkrachten en leerlingen nog net zo positief over hun school als in 2011. Nederlandse groep zessers zijn positief over het klimaat op hun school en hebben weinig last van pesten op school. Ook de meningen van leerkrachten over hun school en hun beroep zijn veelal positiever dan internationaal gemiddeld. Leerkrachten zijn echter minder positief over hun werkdruk. Zo vindt ruim 60% van de leerkrachten dat men te veel administratieve taken heeft en te weinig tijd heeft om individuele leerlingen te kunnen helpen. Leerkrachten in Vlaanderen en Duitsland ervaren minder werkdruk, leerkrachten in Engeland en Frankrijk meer. De ervaren werkdruk ligt in Nederland hoger dan internationaal gemiddeld. Er is niet onderzocht of de ervaren werkdruk bij leraren samenhangt met de prestaties van leerlingen in de exacte vakken. Die relatie is zo niet te leggen. Er zijn landen (zoals Engeland) waar de leerlingen beter presteren maar de ervaren werkdruk juist veel hoger is dan in Nederland.

Onzeker

Leerkrachten hebben minder zelfvertrouwen en voelen zich minder goed toegerust om les te geven in natuuronderwijs dan in rekenen. Leerkrachten voelen zich het minst toegerust in natuur- en scheikunde. Veel leerkrachten zijn vooral onzeker in het geven van uitdagende natuuronderwijstaken aan excellente leerlingen en in het gebruik van experimenten of proefjes om natuurkundige concepten uit te leggen. Vergeleken met het internationaal gemiddelde wordt er tijdens Nederlandse natuuronderwijslessen veel minder tijd besteed aan experimenten of proefjes. Dit was in 2011 ook het geval. Ten opzichte van 2011 is er geen verschil in de mate waarin de in TIMSS getoetste leerstofgebieden voor rekenen en natuuronderwijs in groep 6 aan bod zijn gekomen. In de afgelopen twintig jaar is de gemiddelde tijdsbesteding aan rekenen (4,5 uur per week) en natuuronderwijs (50 minuten per week) nauwelijks veranderd.

TIMSS-2015 is in Nederland uitgevoerd door de Universiteit Twente, met financiering via het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO). Aan TIMSS-2015 in het primair onderwijs hebben in totaal 49 landen deelgenomen. In Nederland hebben 4.634 groep-6-leerlingen in het voorjaar van 2015 de TIMSS-toets gemaakt, afkomstig uit 232 klassen en 133 scholen. Dankzij de medewerking van schoolleiders, leerkrachten en leerlingen heeft Nederland aan de strenge internationale responseisen voldaan. De uitkomsten van TIMSS-2015 zijn representatief voor groep-6-leerlingen in Nederland.

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Martina Meelissen of Annemiek Punter van de vakgroep Vakgroep Onderzoeksmethodologie, Meetmethoden en Data-analyse (OMD) van de Faculteit BMS van de Universiteit Twente.

Tel: 053-4893616 

Email: m.r.m.meelissen@utwente.nl

Het Nederlandse rapport is hier te vinden. De internationale uitkomsten zijn hier vinden.