Troubled Eyes: an Interdisciplinary Study of Ophthalmological Knowledge and Practice in the Early Modern Netherlands

Staff

PhD: Katrien Vanagt

Promotor: Dr. Ir. F.J.Dijksterhuis (Fokko Jan)

Project description (Dutch)

PlempiusIn 1632 verschijnt de eerste editie van Vopiscus Fortunatus Plempius’ Ophthalmographia, sive Tractatio de oculi fabrica, actione & usu praeter vulgatus hactenus Philosophorum ac medicorum opiniones. Dit werk dient als uitgangspunt voor twee reflectielijnen rond de oogheelkunde in de zeventiende-eeuwse Nederlanden.

Zoals de titel van het werk reeds doet vermoeden wil het alle kennis die tot zover over het oog vergaard werd in kaart brengen en verbeteren. Plempius doet hiervoor beroep op verschillende kennisdomeinen. Het samenbrengen van optica, filosofie, anatomie en pathologie in een tractaat enerzijds, en het zich focussen op een enkel orgaan anderzijds, doet de vraag rijzen naar de geleidelijke fragmentatie der wetenschappen en het ontstaan van afzonderlijke disciplines, in dit geval de oogheelkunde.

Voorts beoogt Plempius Keplers inzichten in de leer van het zien toegankelijk te maken voor dokters door ze te ontdoen van alle mathematische details en enkel de kerngedachte eruit te filteren, namelijk dat de werking van het oog gelijkgesteld kan worden met die van een camera obscura. Hij beweert zo een eind te kunnen maken aan de gangbare manier van redeneren over de oorzaken van slechtziendheid en benadrukt ook het praktische belang van zijn werk. Het is echter nog maar de vraag of deze en andere theoretische ontwikkelingen die zich plaatsvonden in de zeventiende eeuw ook effectief therapeutische vernieuwingen met zich meebrachten en een directe invloed op de praktijk van de oogheelkunde wisten uit te oefenen, en hoe invloedrijk deze theoretisch geschoolde artsen waren in de praktijk in vergelijking met rondreizende ongeschoolde of louter empirisch geschoolde oculisten. De resultaten van deze laatsten waren soms spectaculair en spraken erg tot de verbeelding. Dit roept de vraag op naar de wisselwerkingen en spanningen die bestonden tussen academici en 'practici'. Om een adequaat beeld te kunnen schetsen van de toenmalige oogheelkundige praktijk en praktijken zal het nodig zijn hen in de sociale, culturele en intellectuele context te plaatsen.