SG in de media

06-04-2017 Interview met Thom Palstra

Studium Generale interviewde donderdagmiddag rector Thom Palstra in een zomergasten-setting. Aan de hand van favoriete fragmenten en muziek kwamen de bezoekers in het Amphitheater meer te weten over de telg van een Limburgse mijnwerkersfamilie.

06 / 04 / 2017 | Rik Visschedijk  U-Today

Twee comfortabele stoelen, kaarsjes op de salontafel en zo’n zestig bezoekers. De aankondiging van het Studium Generale-interview: ‘Hoe groot is zijn liefde voor onderwijs en academische vorming en wat interesseert hem nog meer?’ Het blijken de ingrediënten voor een prettig gesprek met de rector.

Rooms-katholiek

Het interview begon met de film The Blues Brothers. Jake en Elwood willen hun oude band weer leven inblazen om geld in te zamelen voor het rooms-katholieke weeshuis waarin ze opgegroeid zijn. Palsta, opgegroeid in Kerkrade, kan zich vinden in de gemeenschapszin. ‘Dat vind ik het mooiste van het geloof’, zegt hij. ‘Tot een paar jaar terug was ik meer betrokken bij de kerk, en dan vooral de community. Maar de laatste jaren heb ik steeds meer afstand genomen. Dat is gedreven door de schandalen die aan het licht zijn gekomen, en vooral de niet-adequate afhandeling van de kerk. Dat vind ik wel jammer, want de gemeenschapszin vind ik een heel krachtig iets.’

Mijnwerkers

Zoals zoveel Limburgers komt Palstra uit een nest van mijnwerkers. ‘Mijn grootvader was – net als ik – astmatisch, en dat is een ongelukkige combinatie met het werken in een mijn. Een paar keer is hij met stoflongen uit de schachten gehaald. Daarom hebben ze een andere functie voor hem gecreëerd; de helft van de tijd werkte hij boven de grond als inkoper van mijnlampen. Daar heb ik er nog steeds een paar van thuis staan.’

Thom Palsta heeft zich voorgenomen om een etappe van de Batavierenrace te lopen. Maar is dat wel mogelijk met astma? ‘Een uitdaging, dat is het zeker. De beste tijd zal ik zeker niet lopen, maar ik heb me verdiept in de statistieken en als mijn longen zich goed houden dan moet de voorlaatste tijd lukken.’

Studeren en een wetenschappelijke carrière was zeker niet voor de hand liggend voor de jonge Palstra. ‘Mijn vader had een vwo-profiel, maar in die tijd was het nog niet gebruikelijk voor een mijnwerkerszoon om een hogere opleiding te volgen’, zei hij. ‘Dus deed hij een interne mijnopleiding’. Slecht had het gezin het trouwens allerminst. ‘In de mijnen was het hard en zwaar werken. Maar het salaris was heel goed.’

Jaren zeventig

Palstra is niet blijven steken in de jaren zeventig als het om zijn muziekkeuze gaat. Dat stelde hij na een fragment van Jimi Hendrix, die met zijn tanden op de snaren van zijn gitaar soleert. ‘Niet waar!’, reageerde interviewster Hiska Bakker. ‘Joe Cocker, Louis Armstrong, The Doors, allemaal jaren zeventig.’ Palstra gaf toe dat de huidige muziek op weinig waardering kan rekenen bij hem. ‘Het is alleen maar de beat. Als je me aan het einde van de dag vraagt wat ik gehoord heb, dan zou ik het niet weten. Het vrijheidsgevoel in de muziek van die tijd spreekt me meer aan.’

Dat vrijheidsgevoel blijkt belangrijk voor de rector. Waar negentig procent van de Limburgse jongeren die een universitaire studie gaat volgen dat in Eindhoven, Aken of Nijmegen doet, ging Palstra naar Leiden. ‘Ik wilde iets anders zien’, zei hij. ‘Diezelfde motivatie bracht me later in de Verenigde Staten, waar ik tien jaar werkte en woonde.’

Harmonie

Interviewster Bakker constateert dat Palstra een man van de harmonie is. ‘Dat klopt wel’, aldus Palstra. ‘In veel gevallen is het goed om een stap terug te doen en even te reflecteren. Bijvoorbeeld toen een universiteitsraadsfractie als protest de vergadering verliet. Dan is het als bestuurder goed om de gemoederen te bedaren en eens naar de achterliggende patronen te kijken. Soms is conflict nodig om verder te komen, maar meestal probeer ik harmonie te creëren.’