2 en 9 dec: (Woordspel)ling

Interview + dictee


Woordspel(ling)


2 december

Wytske Versteeg, wetenschapper én romancier


Schrijven aan een proefschrift lijkt iets heel anders dan een roman componeren. In het eerste beschrijf je op objectieve en verifieerbare wijze de wereld, in het tweede roep je een wereld op die subjectief is. Wytske Versteeg combineert beide. Zij promoveert aan de UT op de manier waarop wij over het brein communiceren. En tegelijkertijd schreef zij twee romans – De wezenlozen (2012) en Boy (2013) – waarmee zij belangrijke prijzen won. Een interview over haar literaire en wetenschappelijke werk, waarin brein en taal de hoofdrol spelen.


Interview met Wytske Versteeg door Hiska Bakker, stafmedewerker Studium Generale.


Vrijhof/Amphitheater, 19.30-21.00 uur.


9 december

Het groot UT-dictee der Nederlandse Taal

‘Al whatsappend over haar ontgoocheling skatete zij over de feeërieke campus’, het zou zomaar een zin uit het UT-dictee kunnen zijn. Wie wint het UT-dictee dit jaar? Zou het een 'dicteenomade' van buiten onze universiteit zijn? Rector magnificus prof.dr. Ed Brinksma heeft de eervolle taak het dictee voor te dragen. Het is geschreven door UT Nieuwsredacteur Paul de Kuyper.


Waaier 1, 19.30-21.30 uur.




Spelregels groot UT-dictee 9 december


De norm:

- De leidraad en de woordenlijst van het 'Groene Boekje', ofwel de spelling in de Woordenlijst Nederlandse Taal zoals in 2005 uitgegeven door Sdu Uitgevers/Lannoo (elektronisch beschikbaar gesteld door de Nederlandse Taalunie op het 'Taalunieversum' http://woordenlijst.org/ ).

- Voor woorden die niet in het 'Groene Boekje' staan, geldt de spelling in Van Dale's Groot Woordenboek der Nederlandse Taal (14e herziene uitgave uit 2005) inclusief de digitale updates in Van Dale’s elektronische Groot Woordenboek (versie 5.0).



De volgende 7 punten gelden als fout:
1. spelfouten;
2. het onjuiste gebruik van koppeltekens en/of 
    afbrekingstekens of het ontbreken daarvan;
3. het niet op de juiste manier aaneenschrijven van 
    samenstellingen;
4. fouten tegen het gebruik van accenten, apostrofs, en 
    trema's;
5. het gebruik van hoofdletters als het kleine letters
    moeten zijn;
6. het gebruik van kleine letters als het hoofdletters
    moeten zijn;
7. het weglaten van een woord.


Gerekend wordt maximaal 1 fout per woord. Het weglaten of verkeerd plaatsen van leestekens als komma’s, punten en dubbele punten telt niet als een fout.

Breek een woord aan het eind van de regel niet af, maar schrijf het in zijn geheel op de volgende regel.


De jury heeft altijd het laatste woord.