Tekst lezing Irene van Lippe Biesterfeld, 26 april 2004

Lezing universiteit Twente, 26 april 2004, Irene van Lippe-Biesterfeld


Er is veel aan het veranderen wat betreft onze relatie tot de natuur, onze plaats als mensen in de brede communiteit van leven. Maar we weten allemaal hoe weinig dat in feite nog maar is. Dit boek wil bijdragen tot het aanzetten tot een groter bewustzijn over onze relatie mét de natuur en onze plaats ín de natuur.

En daarmee gaat het in de eerste plaats over verbondenheid.


Vandaag wil ik rond het thema van verbondenheid, en de innerlijke strijd tussen de wetenschap en de spirituele ervaringswereld van een paar mensen, die ik mocht spreken naar aanleiding van dit boek, speciaal highlighten. Dat zijn Rupert Sheldrake, Matthijs Schouten, Arne Naess en Jane Goodall. Allen wetenschappers.

Ikzelf ben geen wetenschapper, ik heb geleerd uit mijn ervaringen, en ben op vele punten tot dezelfde conclusies gekomen als deze wetenschappers. Alles wat ik weet heb ik uit de stilte gehoord, uit het mij openstellen voor het leven in de niet-menselijke levensvormen, die op een heel eigen en een heel niet-menselijke manier zichzelf aan elkaar en ook aan de mens laten zien, voelen, horen. Daarvoor is het nodig een ‘multi-sensory’ mens te worden. Iemand met alle zintuigen open én daarmee tevens open voor een niet-weten. Zo, dat je iets kan waarnemen dat je juist nog níet kende.

Mijzelf leren openstellen voor de subtiele energieën van zintuigen en intuïtie, was een lang proces en een pittige scholing. De traditionele manier van leren bleek voor mij niet de enige manier om mijn nieuwsgierigheid naar het léven te bevredigen. Naast het vele lezen, ben ik nu zo’n 25 jaar bezig met luisteren, voelen en kijken, naar wat er om me heen zich afspeelt en ook in mijzelf. Naar hoe de verbanden liggen, naar hoe alles op wonderbaarlijke manier met elkaar is verbonden.

Worden de mooiste inzichten niet geboren op een moment dat je kijkt en ineens zíet; luistert en ineens hoort; en je begrijpt dat er een weten is dat verder gaat dan het wéten? Op zo’n moment wordt uit een soort vacuüm iets nieuws geboren; een ruimte is geschapen door los te laten dat wat er al was; en wat er ontstaat is ademloos boeiend en vult je met dat enthousiasme dat helemaal diep van binnenuit komt. Enthousiasme betekent: vol van God…


Is er een relatie tussen wetenschap en spirituele ervaring?

Wetenschap kan leiden tot rationeel inzicht en ook tot het diepe wonder van het bestaan. Spirituele ervaring komt daar dichtbij, want ook die kan leiden tot een inzicht en tot een roering die je hele leven kan doen veranderen. Het verschil is dat de wetenschap om bewijzen vraagt en de spirituele ervaring niet. Dat is een spanningsveld waar Naess, Sheldrake, Goodall en in mindere mate Schouten mee te maken hebben, ja vaak zelfs mee worstelen. Zij zien de wetenschap niet als de enige weg om door te dringen tot het grote mysterie van het leven. Toch weten ze dat ze weer en weer moeten bewijzen wat ze begrijpen met hun gevoel of intuïtie, anders aanvaarden de medewetenschappers hun theorieën niet, en misschien accepteren ze het zelf niet, zijnde wetenschappers.

Jane Goodall, deed onderzoek zoals u weet, naar het gedrag, de aard, de natuur, van de chimpansee. Voor haar is de chimpansee de beste ambassadeur van het dierenrijk. Ze helpen mensen te begrijpen dat we een onmisbaar deel zijn van de natuur. (Iets dat we helaas vergeten zijn, met alle gevolgen van dien.) Voor Goodall is er geen scheiding tussen mens en natuur, maar de westerse wetenschap heeft traditioneel een enorme kloof geschapen tussen mens en dier. Terwijl Goodall in het Boeddhisme, het hindoeïsme en bij de inheemse indianen dit soort van wanbegrip helemaal niet terug kan vinden.

In haar onderzoek gaf zij namen aan de dieren in plaats van nummers en ze sprak over de chimps alsof ze een persoonlijkheid hadden en gevoelens en alsof ze konden denken, verstand hadden, intelligent waren. En dat was wetenschappelijk onaanvaardbaar aan de universiteit van Cambridge waar ze haar onderzoek deed. Ze dachten dat de enige manier om een dier te leren kennen was, ‘het’ als een klok uit elkaar te halen om te zien hoe ‘het’ tikt in plaats van naar het dier te kijken zonder hem/haar aan te raken.

In haar onderzoek zag ze op een gegeven moment hoe een chimp jaloers gedrag vertoonde, maar dit mocht ze zo niet neerschrijven. Er was en is immers niet bewezen dat dieren gevoelens hebben! Ze schreef daarom neer dat ‘de chimp een zodanig gedrag vertoonde dat ware zij een mens geweest, je zou zeggen dat ze jaloers was’. Dat was aanvaardbaar.

Ik las in het boek: ‘Elephants weep’, the emotional lives of animals, (een onderzoek van Jeffrey Masson en Susan McCarthy) hoe de wetenschap weigert de dieren emoties toe te kennen, want die zijn niet bewijsbaar, meetbaar. Maar zijn menselijke gevoelens dan wel wetenschappelijk meetbaar? En zo ja, waarom meten we de emoties en gevoelens van de dieren dan niet?

Wat er hier gebeurt, is dat we een scheiding maken tussen mens en dier, en de mens op een hoger plan zetten, terwijl ook wij mensen dieren zijn, soms beesten, zou ik zeggen…

Het anthropocentrisme is een treurig misverstand, dat veel kapot gemaakt heeft, niet in het minst op het emotionele vlak bij de dieren. (zie alle ziekten die de kop hebben opgestoken.) Als menselijke samenleving gaan we helaas nog niet, of niet meer, uit van het feit dat we deel uitmaken van een Grote Gemeenschap van leven, waar iedere levenssoort deel van uitmaakt. In tegenstelling tot wat wij ‘de samenleving’ noemen, en daarmee alleen de menselijke samenleving bedoelen. Wij gaan nog steeds uit van een wereld waar wij centraal staan, wij gaan uit van gescheidenheid, in plaats van verbondenheid.


Met dit boek heb ik verder onderzoek willen doen naar de spirituele kracht, noem het bewustzijn, noem het ziel, noem het leven, in al dat ‘ís’ op aarde, doormiddel van de gesprekken met mensen uit heel verschillende culturen en achtergrond. Ik denk dat het belangrijk is dat we niet alleen de unieke biologische en ecologische waarde van iedere levenssoort erkennen, maar tevens diens unieke spirituele of intrinsieke waarde op aarde. Dat kan denk ik helpen de relatie tussen mens en natuur te verbeteren, een relatie die ik zie als verstoord, misschien mag ik wel zeggen als gestoord.

We zoeken de natuur op, houden er huisdieren op na, zetten planten en bloemen in onze huizen en voelen dat we haar nodig hebben in ons leven, maar voelen en weten we ons er een onderdeel van? Zijn we ons er werkelijk van bewust dat we van en door haar leven? En zijn we ons in ons dagelijks leven bewust van onze plek en verantwoordelijkheid als levenssoort tussen de levenssoorten? We hebben niet de centrale rol die we ons toe-eigenen, wel een cruciale rol, door onze keuze van een vernietigend of helend gedrag. Beseffen we hoezeer onze gedachten opgevangen worden door al dat leven, ieder dier, iedere plant? Hoe onze levensstijl de vitale levensruimte van de anderen overheerst en vervuilt? We denken en leven nog altijd vanuit een illusie van scheidingen, in plaats van vanuit de realiteit van eenheid.


Is een scheiding ook niet aanwezig in de wetenschap? In onze westerse samenleving leven en denken we in segmenten. Zo is ook de wetenschap vrijwel geheel gesegmenteerd, terwijl spiritualiteit uitgaat van verbondenheid. Het lijkt een paradox.

De Ecosofie van de Noorse filosoof Arne Naess, die het concept van ‘Diepte Ecologie’ heeft gelanceerd, breekt hiermee. Als wetenschapper zegt hij dat je als mens een deel bent van het proces van leven, ín de gemeenschap van leven, ‘the web of life’. Waarbij enige van zijn uitgangspunten zijn:

- De bloei van het menselijke en niet-menselijke leven op aarde heeft waarde op zichzelf. De waarde van niet-menselijke levensvormen is onafhankelijk van de mate waarin de mens deze kan gebruiken voor zijn beperkte menselijke doeleinden.

- Rijkdom en diversiteit van levensvormen zijn waardevol op zichzelf en dragen bij aan de bloei van het menselijke en niet-menselijke leven op aarde.

En zo heeft zijn Ecosofie 8 punten, die uitgaan van gelijkwaardigheid, en een afname van de wereldbevolking. Hij leefde voor een groot deel van het jaar in zijn hut in de uitgestrektheid van de Noorse bergen, zonder comfort, lezend en schrijvend, maar tegelijkertijd in dialoog met de natuur, als een storm het dak van zijn hut honderden meters ver doet belanden.

Prof. Schouten brengt filosofie en biologie in zijn colleges Ecologie van het Natuurherstel samen met de Boeddhistische filosofie. Wat hem zo boeiend maakt is dat hij vanuit zijn Boeddhistische scholing op een unieke manier het universitaire denken verbindt met een filosofie die uitgaat van een vorm van egoloosheid die de scheidingen overstijgt, en daarmee studenten opent voor nieuwe verbanden.

Hij citeert de Japanse dichter Boshô:

‘Als je goed kijkt,

bloeit er een herderstasje

onder de heining!’

Maar ook Martin Buber en christelijke mystici waren in staat de natuur zichzelf te laten openbaren, dat is voor Schouten de ultieme vorm van communiceren. Hij zegt dat hij soms denkt dat afgescheidenheid de enige werkelijke zonde is, waaruit alle lijden voortkomt.


Ik vertelde Prof. Naess dat ik op een bergpas op een nacht met volle maan had geslapen en de rotsen ‘zag’ communiceren met de maan. (lezen blz. 223)

Maar als wetenschapper kon hij het niet waarmaken. Want filosofisch gezien hebben stenen geen gevoelens. ‘Als filosoof kan je niet alle gebieden betreden, ook al kunnen die mijn sympathie hebben.’

Vervolgens vroeg ik hem of we leren door wetenschap of ervaring en daarop antwoordde hij: ‘Je kunt van het een naar het ander gaan en weer terug. Maar we hebben onze natuurlijke gevoelens meer nodig dan de wetenschap. Ervaring bestaat uit je natuurlijke gevoelens en die heb je meer nodig in het leven.’ Op mijn vraag of planten en bomen gevoelens hebben, wijst Naess op de roze bloemen die in een vaas op tafel staan en die er naar zijn mening vrolijk uitzien. Maar filosofisch gezien denk hij niet dat bloemen een zenuwstelsel hebben.

Aan het einde van ons gesprek werd het mij ineens zo vreselijk duidelijk dat hij zich gevangen voelde als filosoof.


Sheldrake heeft sinds zijn jongensjaren kikkervisjes in een aquarium laten volgroeien en na al die jaren is er nog altijd het wonder van: ‘hoe weet die kikker nu dat hij kan springen en zich in leven kan houden buiten het water? Hij moet totaal op zijn instinct vertrouwen in een totaal vreemde wereld. En toch overleven er velen in een onbekende wereld.’ U kent zijn interesse in de overgeërfde wijsheid die kennelijk in dier en plant zit ingebouwd. Als de wetenschapper wil hij die begrijpen. Als mens vindt hij het vooral interessant die dingen te zien en er geïnspireerd door te raken.

Dit is de wetenschapper die het wonder wil bewijzen, en dat ook doet. Hij is wel eens waar een product van de traditionele engelse traditie in de wetenschap: het rationele denken. Maar hij verlegt zijn grenzen en methoden. Zijn nieuwsgierigheid brengt hem bij vragen als: heeft de zon een bewustzijn?

Bewijs dat maar eens! Voelen kan je het wel….

Voor sommige mensen is het voelen, het weten, het zien verder dan kijken, bewijs genoeg. Anderen kunnen en willen niet zonder bewijs. Het eerste is een eigen-wijs bewijs, het tweede empirisch.

Voor Naess betekent dit een innerlijk conflict tussen de mens en de filosoof. Goodall schikte zich in een taal die het mogelijk maakte haar weten dat de chimpansees voelen en intelligent zijn.

Sheldrake moet zijn nieuwsgierigheid en enthousiaste intuïtie bewijzen.

Schouten verbindt.


Sheldrake’s wetenschap krijgt kritiek als hij verder wil gaan dan de mechanistische en materialistische invalshoek, om te proberen het terrein van de wetenschap uit te breiden op zo’n manier dat zal blijken dat we in werkelijkheid veel meer verbonden zijn met alles dan we denken. Zo heeft hij de relatie tussen mens en huisdier onderzocht en hoe telepathie en voorgevoelens werken. U vindt het verwoord in zijn boek: “Honden weten wanneer hun baas thuiskomt”.

Hij vertelde hoe voor hem de wetenschap zoals die wordt bedreven, de mechanistische wetenschap, fundamenteel incompleet is. Zij behandelt, zegt hij, slechts een deel van wat er in de natuur aanwezig is. Planten versterken zijn gevoel dat er enorm veel dingen zijn die we niet begrijpen, zelfs van gewone dagelijkse fenomenen. Voor hem staat de wetenschap in werkelijkheid pas aan het begin en niet bijna aan het einde van het doorgronden van de natuur. Zijn drang naar bewijzen komt voort uit een grote nieuwsgierigheid. Maar zit er ook angst in, dat zonder bewijzen zijn theorieën van de tafel worden geveegd en hij daarbij?

Hij noemt de kritische groepen die het als hun opdracht zien het rationele wereldbeeld in stand te houden ‘de zelfbenoemde bewakers die patrouilleren aan de grenzen van de wetenschap.’

Goodall denkt en handelt niet vanuit afgescheidenheid. Naess heeft zijn Ecosofie gebaseerd op de eerbied voor alle leven en de verantwoordelijkheid van de mens met ons denkvermogen daarin.


Een denken en voelen in een ‘wij’ als een gemeenschap van leven, vraagt om een werkelijke mentaliteitsverandering. De oogkleppen die ons van jongs-af aangereikt worden kunnen, denk ik, alleen langs een individuele weg van bewustwording, door beléving afgelegd worden.

Sheldrake zegt daarover: ‘In het leven van gewone mensen, binnen het onderwijssysteem en op het werk, overheerst het rationalisme. Dat is het officiële beleid van overheidsdepartementen, universiteiten, scholen en bedrijven. Maar de meeste van ons vinden dat hoogst onbevredigend.’

En: “ik denk niet dat je het probleem kunt oplossen door mensen ervan te overtuigen dat de natuur prachtig en geweldig is. Het probleem is niet dat mensen een nieuwe houding moeten vinden, maar dat we een manier moeten vinden om de scheiding op te heffen die in het leven van de mensen zelf zit.

Het is niet zo dat je aan de ene kant de mensen hebt die de natuur willen exploiteren en aan de andere kant de mensen die de natuur willen redden. De situatie ligt ingewikkelder. Het zijn gewoonlijk dezelfde mensen op verschillende dagen van de week. … Kijk naar George Bush, die natuurbeschermingsgebieden in Alaska wil vrijgeven voor olieboringen. En kijk naar zijn vrij povere visie op het milieu. Toch ben ik er zeker van dat als hij op zijn ranch in Texas is, hij van het weidse uitzicht en de frisse lucht geniet en ze waarschijnlijk echt waardeert.’



Sheldrake, Goodall, Naess en Schouten zijn zich allen bewust hoe de lessen die zij van de dieren en planten leerden, invloed op hun leven en denken hebben en zij verbinden zich ook daardoor bewust met de andere levensvormen.

Ook Einstein spreekt hierover. Ik citeer:


“Menselijke wezens zijn deel van een geheel, door ons universum genoemd, een deel dat begrensd is door ruimte en tijd. We ervaren onszelf, door onze gedachten en gevoelens, als afgescheiden van de rest - een soort optische misleiding van het bewustzijn.

Deze misleiding is een gevangenis voor ons, beperkt tot onze persoonlijke verlangens en tot het tonen van liefde en aandacht voor enkele personen die het dichtst bij ons staan. Het is onze taak om onszelf te bevrijden uit deze gevangenis door onze cirkels van mededogen te verruimen, door alle levende wezens te omarmen, evenals het geheel van de natuur in al haar schoonheid.”

Jane Goodall noemt dit een ‘duurzame levensstijl’.


We weten inmiddels dat we de aarde niet langer mogen noch kunnen uitbuiten en gebruiken als we voorheen deden. Dat is een belangrijke verandering in ons bewustzijn! We beginnen heel voorzichtig ons gedrag in overeenstemming daarmee aan te passen, voornamelijk door het harde werken van de natuurbeschermingorganisaties. En, steeds meer mensen gaan openstaan voor de dialoog in de natuur, de wederkerigheid.

In het bijzonder voor de helende kracht die uitgaat van de aarde. In die samenwerkingsverbanden ontstaan er mooie dingen die buiten onze controle vallen en daardoor zoveel verrassender zijn dan wij als mensen kunnen bedenken.

In ZA bestaat de ‘outdoor classroom’, waar criminele jongeren een week in de natuur in een soort overlevingsprogramma zichzelf tegenkomen en weer in evenwicht komen. Eenzelfde programma is er voor slachtoffers van domestic violence.

In Nederland laat Stichting SAM verstandelijk gehandicapte kinderen in therapie gaan met dolfijnen in het dolfinarium in Harderwijk. Er wordt onderzoek aan vast gekoppeld.

Hier wordt samengewerkt met niet-menselijke levensvormen. Hier worden verbanden gelegd. Behalve dat de intelligentie van de dolfijnen wordt aangesproken, (wat hen een meer gelijkwaardige plaats geeft) zetten zij zich in voor de kinderen (ik zou durven zeggen dat zij therapeutisch te werk gaan, maar dat moeten we dan nog wetenschappelijk vastleggen…) en de kinderen geven hun uitbundige blijdschap terug aan de dolfijnen. Met als resultaat dat de kinderen motorisch zienderogen vooruitgaan en hun spraak verbetert.


Door het ‘wij’ als uitgangspunt te nemen wordt het duidelijk hoe de gezondheid en vitaliteit van de aarde en de onze samengaan.

Er is geen ontsnappen aan dat het verzwakken van de ene soort de andere beïnvloed en omgekeerd. Zolang wij onszelf en de natuur blijven inkaderen zullen onze problemen zich opstapelen. Afgescheidenheid maakt eenzaam, ziek en geeft het gevoel van een doelloos bestaan. Het maakt ons tot zwervers op aarde.

Zelfs in deze verregaande materialistische wereld zoekt de mens iets dat verder reikt dan de kortstondige materiele genoegdoening. Naar iets dat haar of zijn leven waarde geeft, dat haar of hem zélf waardevol doet voelen. Iets dat het eindige van de materie overschrijdt.

Alles geeft zich aan elkaar in de natuur. Wat geven wij? Door te genieten van water en lucht in een zeilboot op het water, een zonsopgang, een bloem, een huisdier, een vogel…, een mens, ontvang je. Het is een vorm van wederkerigheid. Goed ontvangen is geven. Erkenning van en een open hart naar het andere en diens kunst en het kunnen van de andere, is terug geven. Dankbaarheid is ook een vorm van wederkerigheid. Maar er is zoveel dat we kunnen doen!


Ten eerste door te beseffen dat de aarde van niemand is dan van zichzelf, zo ook de dieren en iedere levenssoort. Ieder mens is van zichzelf en niet van een ander. Maar we zijn met zijn allen wél verbónden en leven gezamenlijk met ieder een uniek kunnen op deze aardbol. Ik kan niet wat de mier kan en de mier kan niet wat ik kan. Misschien dat de mier belangrijker is dan ik in het ecosysteem.

Respect en gelijkwaardigheid zijn nodig om hier op deze kleine maar wonderbare planeet aarde verder te kunnen leven.

Gelukkig is er een steeds grotere groep mensen die de uitdaging van een totale mentaliteitsverandering begrijpt en voelt: van afgescheidenheid naar eenheid. Dat wat de cultuur historicus Thomas Berry ‘the Great Work’ noemt en Einstein het openen van de door onszelf opgelegde gevangenis. We bevinden ons op een historisch moment voor onze samenleving in haar geheel: gaan we verder met vernietigen, of zijn we ons bewust dat we één grote gemeenschap van leven zijn, waarin ieder haar plaats heeft in verbinding met de rest van leven? Bewust dat wat de een wordt aangedaan, reflecteert op de ander.

Is er nog wel een keuze?

Het zijn de mensen die kapot hebben gemaakt wat van een niet door mensen gemaakte schoonheid was. De mens kan het gedane leed niet meer helen zonder de hulp en de levenskracht van ieder onderdeel van de grote gemeenschap van leven, net als de ziekte van één orgaan in een lichaam niet kan helen zonder dat de rest meedoet. Het hele universum is daarom nu met ons betrokken bij deze heling.

Het moet voor de wetenschap een grootse en prachtige uitdaging zijn om, verbonden met voelen, zien en luisteren, met dat diepe innerlijke weten wat we ook wel intuïtie noemen, zich op te maken voor de grote heling.

Laten we elkaar daarbij de nodige ruimte en respect geven, om samen met alle leefvormen overstag te gaan, naar het bewustzijn van de eenheid van het leven.