pm13

Titel: GGNet: Klinische behandeling van persoonlijkheidsstoornissen

Type opdracht (Ba / Ma?): Ma

In– of extern?: Extern, standplaats Apeldoorn

Hoeveel studenten mogelijk? 2

Zelf data verzamelen (ja/nee? ja

Type onderzoek (kwal/kwant/literatuurstudie): Kwantitatief

EC (10 of 30EC)? 10 EC

 

Opdrachtbeschrijving:

Persoonlijkheidsstoornissen behoren tot de meeste voorkomende psychische stoornissen. De prevalentie van persoonlijkheidsstoornissen wordt geschat op bijna 46% in psychiatrische populaties (Zimmerman, Rothschild, & Chelminski, 2005). Zestig tot zeventig procent van de cliënten met een persoonlijkheidsstoornis heeft baat bij psychotherapie. Bij een kleine subgroep heeft therapie geen gewenst effect en deze cliënten worden vaak verwezen naar specialistische klinische afdelingen. Over deze groep “chronische” cliënten is relatief weinig bekend anders dan dat de terugval samenhangt met ernstigere vormen van psychopathologie en traumatische ervaringen in de voorgeschiedenis (McMurran et al., 2010).

Er is al enige evidentie naar de werkzaamheid van specialistische klinische behandelingen voor chronische cliënten met persoonlijkheidsstoornissen. Binnen de groep van de chronische cliënten blijkt meer dan 70% baat te hebben van deze klinische behandeling (Schaap, Chakhssi, & Westerhof, 2016). Wederom blijkt een subgroep geen profijt te hebben van de behandeling of uit te vallen gedurende de behandeling. Op basis van deze bevindingen rijst nu de vraag welke chronische cliënten profiteren nu wel van een klinische behandeling en welke niet.

Daarom zijn in het huidige onderzoek de volgende onderzoeksvragen geformuleerd:

Wat zijn de kenmerken van cliënten die worden opgenomen voor langdurende klinische behandeling in termen van DSM-IV pathologie? en welke van deze kenmerken zijn voorspellend voor een afgeronde klinische behandeling?

en

Wat zijn de kenmerken van cliënten die worden opgenomen voor langdurende klinische behandeling in termen van bekende voorspellers uit de voorgeschiedenis (McMurran et al., 2010)? en welke van deze kenmerken zijn voorspellend voor een afgeronde klinische behandeling?

Methode: Aan de hand van DSM-IV interviews voor AS-1 en AS-2 stoornissen en een uitgebreide checklist over de voorgeschiedenis worden de kenmerken van de cliënten in kaart gebracht door de psychologen bij Scelta. Deze instrumenten zijn kwantitatief van aard. De studenten kunnen gebruik maken van deze data voor hun these, en dragen bij aan de dataverzameling door tijdens hun klinische stage ook interviews af te nemen en informatie over bekende voorspellers uit de literatuur uit de dossiers van de cliënten te onttrekken.

Wie zoeken we? Deze opdracht is alleen bedoeld voor studenten die stage lopen bij Scelta.

Begeleiders: Farid Chakhssi

Externe begeleider

Dr. Wies van Bosch