PB20

De wederkerige relatie tussen emotioneel, psychologisch en sociaal welbevinden in een longitudinale studie

Type opdracht: Ba

In –of extern?: Intern

Hoeveel studenten mogelijk? 2

Zelf data verzamelen? Nee

Type onderzoek: kwantitatief

Opdrachtomschrijving:

Sinds de opkomst van de positieve psychologie, komt er steeds meer aandacht voor het meten van welbevinden. Veel onderzoek naar welbevinden is cross-sectioneel, waarbij op één meetmoment wordt gekeken naar de correlatie van welbevinden met andere aspecten. Dit onderzoek maakt gebruik van een longitudinale dataset, waarbij je de ontwikkeling van emotioneel, psychologisch en sociaal welbevinden over tijd onderzoekt.

De laatste jaren is er steeds meer aandacht voor positieve aspecten van onze geestelijke gezondheid, zoals het ervaren van positieve gevoelens en autonomie. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende componenten van welbevinden, waaronder het emotioneel, psychologisch en sociaal welbevinden. Emotioneel welbevinden is vooral gericht op de aanwezigheid van positieve emoties en levenstevredenheid; psychologisch welbevinden richt zich daarentegen op een goed functioneren van mensen, zoals het ervaren van doelen en een richting in het leven. Sociaal welbevinden richt zich op een goed functioneren in de samenleving, zoals een gevoel erbij te horen.

De drie vormen van welbevinden zijn ontstaan uit andere tradities en van elkaar te onderscheiden (de hedonistische en de eudaimonische traditie), maar hangen ook met elkaar samen. Inmiddels zijn er verschillende theorieën beschreven over de samenhang tussen het emotioneel, psychologisch en sociaal welbevinden. Sommige theorieën gaan ervanuit dat psychologisch welbevinden voorspellend is voor het emotionele welbevinden, en andere dat emotioneel welbevinden juist voorspellend is voor ons psychologisch welbevinden. Ook over de samenhang tussen psychologisch en sociaal welbevinden is discussie, omdat beide vallen onder het eudaimonisch welbevinden en gericht zijn op een goed functioneren van mensen.

In dit onderzoek ga je deze samenhang tussen componenten van welbevinden nader analyseren. Je hebt hierbij de beschikking over een longitudinale dataset met vier meetmomenten in negen maanden in een steekproef representatief voor de Nederlandse bevolking (N=1932).

Wie zoeken we?

Een student met affiniteit voor kwantitatieve analyses in SPSS.

Begeleider:

Sanne Lamers en Peter ten Klooster