GM12

GGz Centraal: Beïnvloedende psychologische factoren voor fysieke activiteit bij langdurig opgenomen patiënten met een Ernstig Psychiatrische Aandoening (EPA).

Type opdracht: Ma (bij voorkeur in combinatie met stage)

In –of extern?: Extern: standplaats Amersfoort.

Meerdere studenten mogelijk? Ja

Zelf data verzamelen? Ja

Type onderzoek: Kwantitatief

GGz Centraal (Innova)

Bij GGz Centraal Amersfoort (locatie Zon & Schild) zijn op de afdelingen voor langdurige psychiatrie +/- 200 mensen met een ernstig psychiatrische aandoening (EPA) opgenomen. GGz Centraal heeft de laatste jaren veel ervaring opgedaan met het gestandaardiseerd screenen van deze patiënten op zowel fysieke als psychiatrische gezondheid. Dit heeft hoofdzakelijk ten doel om nadelige effecten van medicatie op te sporen; gezondheidsrisico’s, gezondheidsproblemen te verminderen en de kwaliteit van leven te verhogen. Praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek wordt uitgevoerd vanuit GGz Centraal Innova, de afdeling voor opleiding, onderzoek en innovatie.

Project: Bevorderen leefstijl bij mensen met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA)

De levensverwachting van patiënten met EPA is 13-30 jaar lager dan die van de algemene bevolking, hoofdzakelijk als gevolg van cardiovasculaire klachten en diabetes. Een ongezonde leefstijl met weinig lichaamsbeweging speelt hierin een grote rol. Eerdere studies (bij hoofdzakelijk mildere doelgroepen) lieten een positief effect zien van leefstijlinterventies op de gezondheid en kwaliteit van leven. Tot dusver was er echter geen betrouwbaar beeld van het beweeggedrag van langdurig opgenomen patiënten met EPA. GGz Centraal heeft actief ingezet op onderzoek, leefstijlbegeleiding en preventie bij deze doelgroep.

Vorig jaar is van 184 patiënten, in samenwerking met TNO, de fysieke activiteit en kwaliteit van leven in kaart gebracht. Hieruit bleek dat patiënten zeer sedentair zijn (84% van de tijd zitten of liggen zonder te slapen) en dat mate van activiteit positief samenhangt met een kwaliteit van leven. Een opvallende uitkomst was dat er geen verband was tussen enerzijds attitude en self-efficacy t.a.v. bewegen en anderzijds de daadwerkelijk gemeten fysieke activiteit. Patiënten die positief tegenover bewegen staan en zichzelf in staat voelen om te bewegen, bewegen dus niet meer dan patiënten die een aversie tegen sport/bewegen hebben. Kort na de metingen voor dit onderzoek is een leefstijlprogramma ontwikkeld waarin actief aandacht wordt besteed aan gezonde voeding en voldoende beweging. Eind 2015 worden hiervoor nametingen gedaan om effecten te onderzoeken.

Komend jaar willen we, naast de gebruikelijke metingen, ook een aantal extra maten afnemen die gerelateerd zijn aan het gedrag van patiënten, zoals IQ, positieve en negatieve symptomen van schizofrenie en malingering. Malingeren is het voorwenden (simuleren) of overdrijven (aggraveren) van klachten met het oogmerk om daarmee voordeel te behalen. Onderzoekers schatten dat in de forensische context zo’n 17% van de patiënten symptomen fingeert, terwijl daarbuiten het fenomeen bij ongeveer 7% van de patiënten aan de orde zou zijn. Voor deze extra maten willen we gebruik maken van reguliere IQ-testen, de Positive and Negative Syndrome Scale (PANSS), de Test of Memory Malingering (TOMM) en Structured Inventory of Malingered Symptomatology (SIMS). Met behulp van deze uitkomstmaten kunnen we beter kijken hoe de relatie ligt tussen het wel willen denken te kunnen bewegen (en komen tot een gezonde leefstijl in zijn geheel), maar het niet doen. Het is tevens een eerste inventarisatie hoeveel patiënten binnen onze populatie malingeren.

De precieze onderzoeksvragen zijn in overleg nog vast te stellen. Door het uitgebreide cohort (waarin standaard o.a. ook sociaal functioneren, kwaliteit van leven en psychopathologie worden afgenomen) zijn er verschillende insteken mogelijk. Wij willen in elk geval de relatie tussen de attitude/self-efficacy en het komen tot een gezonde leefstijl nader onderzoeken. Hierin zijn n.a.v. de genoemde uitkomstmaten diverse onderzoeksvragen mogelijk (bijv. in hoeverre spelen IQ en psychopathologie hierin een rol, of wat is de rol van malingering?). Ook kan bijvoorbeeld gekeken worden of patiënten die zich slechter lijken voor te doen dan ze in werkelijkheid zijn, ook voor een langere opname of meer zorgconsumptie zorgen? Aangezien het een nameting betreft, is er ook de mogelijkheid om een onderzoeksvraag te richten op verschilscores (bijv. bewegen patiënten die de interventie gevolgd hebben nu ook meer en welke psychologische factoren spelen hierin een rol?).

Wie zoeken we?

Wij zoeken hiervoor twee studenten psychologie die vanaf 1 september 2015 willen meedraaien met de jaarlijkse screening, waarbij de focus zal liggen op deze nieuw af te nemen psychologische factoren. Ervaring met het afnemen van IQ-testen en/of malingering is een pre. De metingen zullen op locatie afgenomen moeten worden, wat maakt dat je bereid moet zijn om regelmatig naar Amersfoort te reizen. Literatuurstudie, analysen en schrijven kunnen ook vanuit thuis gedaan worden.

Wat bieden we?

We bieden een setting voor praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek, wat betekent dat al het onderzoek dat wij doen direct ten goede moet komen aan de behandeling van onze patiënten. De metingen worden uitgevoerd in samenwerking met twee studenten farmacie (die zich richten op de medische kant). Tijdens het onderzoek zal je veel ervaring op doen met het werken met patiënten. Je krijgt ondersteuning bij het afnemen van de screening en statistische analysen, waarvoor intern expertise is. Gedurende je onderzoeksstage ontvang je stagevergoeding conform de CAO GGZ.

Meer informatie?:

Is je interesse gewekt? Stuur voor meer informatie en/of sollicitatie een mailtje naar:

Jeroen Deenik, MSc (promovendus & gezondheidspsycholoog)

j.deenik@ggzcentraal.nl

en/of

Dr. Diederik Tenback (psychiater & epidemioloog)

d.tenback@ggzcentraal.nl

Begeleider:

Wordt nog bepaald (neem contact op met de afstudeercoördinator)

Gerelateerd onderzoek:

Deenik, J. (2014), De fysieke activiteit en kwaliteit van leven van patiënten met een ernstig psychiatrische aandoening in de langdurige zorg. Faculteit Gedragswetenschappen. Universiteit Twente: Enschede.

Tenback, D. E., Van Kessel, F., Jessurun, J., Pijl, Y. J., Heerdink, E. R., & Van Harten, P. N. (2013). Risicofactoren voor inactiviteit bij patiënten met ernstige psychiatrische aandoeningen in de langdurige zorg. Tijdschrift voor Psychiatrie, 55(2), 83-91.