GM03

Postpartum depressie bij moeders met lage gezondheidsvaardigheden

Type opdracht: Master

In –of extern?: Intern, in samenwerking met de HTSR-afdeling (MB)

Meerdere studenten mogelijk? Ja

Zelf data verzamelen? Ja

Type onderzoek: Deel 1: literatuuronderzoek

Deel 2: Kwalitatief onderzoek naar
1) validiteit screeningsinstrument bij laaggeletterden, en

2) relatie tussen gezondheidsvaardigheden en vervolgtraject na screening

OPDRACHTOMSCHRIJVING

A. Achtergrond en probleem definitie

Ongeveer 10% van de vrouwen krijgt na de bevalling te maken met een depressie. Vaak wordt zo’n depressie bij moeders niet (of laat) herkend. Voor zorgverleners als verloskundige, kraamhulp of huisarts kan het lastig zijn om de depressie te signaleren. Voor moeders zelf is het vaak een hele stap om er over te praten. Een depressie na de bevalling heeft veel impact op de moeder en haar omgeving. Het kán ook gevolgen hebben voor het contact tussen moeder en baby en de verdere ontwikkeling van het kind. Hoe eerder de depressie herkend en behandeld wordt, hoe beter voor moeder en kind.

Daarom wordt er op sommige consultatiebureaus, waaronder die in Twente, gewerkt met een korte depressie vragenlijst, de Edinburgh Postnatal Depression Scale (EPDS). Deze 10-item vragenlijst moet voorafgaand aan het consult door de moeder zelf worden ingevuld. De Post-Up studie onderzoekt of het gebruik van de EPDS op het consultatiebureau daadwerkelijk helpt om een depressie eerder te herkennen (www.post-up.nl).

In Nederland is 1 op de 10 mensen laaggeletterd. Aangezien verreweg de meeste moeders het consultatiebureau met hun kind bezoeken in het eerste jaar na de geboorte, wordt de screening ook aangeboden aan moeders die moeite hebben met lezen en schrijven. Het is de vraag in hoeverre de EPDS geschikt is om af te nemen bij laaggeletterde moeders.

Hoewel de EPDS uitgebreid is gevalideerd, is er weinig onderzoek dat zich focust op laaggeletterde populaties.

Behalve het goed kunnen begrijpen van de EPDS, is een voorwaarde voor een zinvol screeningstraject dat moeders gebruik kunnen maken van de adviezen die gegeven worden n.a.v. de screening. Maar wie laaggeletterd is, heeft vaak ook minder goede ‘gezondheidsvaardigheden’. Met gezondheidsvaardigheden worden die vaardigheden bedoeld die mensen nodig hebben om informatie over gezondheid en ziekte te kunnen vinden, begrijpen en toepassen. Lage gezondheidsvaardigheden zouden de toeleiding naar de juiste hulpverlening in de weg kunnen staan.

Voordat screening op PPD standaard onderdeel van de aangeboden zorg kan worden, is verder onderzoek nodig naar de leesbaarheid en interpretatie van de EPDS in laaggeletterde populaties én naar de invloed van gezondheidsvaardigheden op het vervolgtraject na screening.

B. Algemene doelstellingen

Student 1:

1.

Verzamelen van informatie over de toepasbaarheid en validiteit van de EPDS in laaggeletterde populaties.

2.

Vaststellen van de begrijpelijkheid van de Nederlandse EPDS en variatie in interpretatie bij een steekproef van vrouwen met verschillende niveaus qua geletterdheid.

Student 2:

3.

Verzamelen van informatie over de relatie tussen gezondheidsvaardigheden en gebruikmaken van vervolgtrajecten na screening

4.

Vaststellen in hoeverre gezondheidsvaardigheden van invloed zijn op een succesvol vervolgtraject na screening met de EPDS.

Student 1 en 2:

5.

Het identificeren van een geschikte methode om screening op PPD te implementeren in een setting met een algemene populatie, waaronder postpartum vrouwen met lage gezondheidsvaardigheden

C. Praktische aspecten

Het project is onderdeel van de Post-Up studie, een van de projecten van de Academische Werkplaats Jeugd in Twente (AWJT). De samenwerking binnen de AWJT bestaat uit de volgende kernpartners; GGD Regio Twente, Universiteit Twente, Saxion, UMC Groningen en de veertien Twentse gemeenten.

Wie zoeken we? 2 masterstudenten gezondheidspsychologie

Meer info?: Voor meer informatie kun je terecht bij Angarath van der Zee,

a.i.vandenberg@utwente.nl

Begeleider: Supervisor GW

Extra: MB: M.M. Boere-Boonekamp: m.m.boere-boonekamp@utwente.nl

A.I. van der Zee – van den Berg: a.i.vandenberg@utwente.nl