Nederlandse samenvatting

Het meten van ziekteactiviteit in patiënten met vroege reumatoïde artritis.

Door: Liseth Siemons

Huidige behandelingsstrategieën voor reumatoïde artritis (RA) proberen de ziekteactiviteit van patiënten zo vroeg mogelijk te onderdrukken. Dit vereist valide en betrouwbare metingen van ziekteactiviteit. De DAS28 (ziekteactiviteitscore in 28 gewrichten) is een index waarin een meting van pijn in 28 gewrichten, een meting van zwelling in 28 gewrichten, een ontstekingswaarde (ofwel de BSE of het CRP) en een patiënt‐gerapporteerde maat van algeheel welbevinden (VAS-GH) worden gecombineerd tot één maat van ziekteactiviteit. Hoewel de DAS28 vaak wordt gebruikt, zijn enkele zorgen geuit.

Ten eerste, ziekteactiviteit in niet opgenomen gewrichten.

Het meten van pijn en zwelling in alle gewrichten is niet haalbaar, daarom zijn verkorte 28 joint counts voorgesteld (van de gewrichten van de handen, polsen, ellebogen, schouders en knieën). Ons onderzoek toont aan dat het includeren van voorvoetgewrichten noch het meetbereik noch de meetprecisie van de joint counts significant verbeterde. Desondanks waren deze gewrichten vaak wel aangedaan, wat suggereert dat het beschouwen van gewrichten die niet in de joint count zijn opgenomen toch belangrijk kan zijn om het ziekteproces van individuele patiënten te monitoren.

Ten tweede, de uitwisselbaarheid van de ESR en CRP.

Acute fase reactanten worden vaak gebruikt om de ernst van de ontsteking in RA te kwantificeren. Echter, verhoogde concentraties van deze reactanten kunnen zowel worden veroorzaakt door de reumatische ontsteking als door externe factoren, zoals leeftijd of geslacht. Daarom dienen deze externe invloeden in beschouwing te worden genomen bij de interpretatie van deze waarden. Ons onderzoek laat verder zien dat de DAS28‐CRP lagere scores neigt te geven dan de DAS28‐ESR waardoor de scores niet onderling uitwisselbaar zijn.

Ten derde, de inclusie van de VAS-GH.

Onze analyses laten zien dat de betrouwbaarheid van de patiënt-gerapporteerde VAS-GH laag is. Bovendien werd de toch al lage weging van deze factor binnen de DAS28 nog lager na gewicht-optimalisatie. Alternatieve, betrouwbaardere, patiënt‐gerapporteerde uitkomstmaten zouden moeten worden onderzocht om het patiënten perspectief op ziekteactiviteit in de DAS28 mee te nemen.

Dit proefschrift laat zien dat de DAS28 een redelijk betrouwbare maat is. Hoewel het goede schattingen van ziekteactiviteit geeft op populatieniveau, kunnen inconsistenties optreden op individueel niveau. Het is belangrijk dat DAS28 scores altijd binnen hun context worden geïnterpreteerd, waarbij zowel ziekte gerelateerde als andere invloedrijke factoren in beschouwing worden genomen. Hoewel de DAS28 als leidraad kan fungeren binnen het behandelingsproces in de klinische praktijk, blijft een grondig onderzoek van overige klinische en patiënt-gerapporteerde symptomen eveneens belangrijk.