CHAP 9 BACHELOR

De eerste weken

Om je te helpen bij de start van je studie hebben wij een kort overzicht gemaakt van de belangrijkste dingen waar je zoal tegenaan kunt lopen. Uitgebreidere informatie is natuurlijk ook te vinden in deze studiegids.

Inloggegevens

Nadat je bent ingeschreven bij de Universiteit Twente heb je inloggegevens van je studentenaccount gekregen. Voor bijna alles op de universiteit heb je deze gegevens nodig. Zorg er dus voor dat je je inlognaam (is je studentnummer) en je wachtwoord uit je hoofd leert.

Colleges

Waarschijnlijk heb je het rooster voor de komende weken al ontvangen. Zo niet: kijk dan op www.tnw.utwente.nl/bmt. Daar staan ook de locaties van de colleges op. Een plattegrond van de campus is opgenomen in deze gids en kan je vinden op: http://www.utwente.nl/dienstverlening/route/. De collegetijden staan onderaan op het rooster en zijn ook opgenomen in deze gids.

TeleTOP

De eerste collegedag begint met het volgen van colleges van verschillende vakken. Deze vakken hebben allemaal een aparte website, een TeleTOPsite genoemd. Waarschijnlijk hoor je de docenten dit in het eerste college al wel noemen. Om op deze websites te kunnen kijken, is het noodzakelijk dat je je inschrijft voor die vakken. Op de TeleTOPsite van de vakken vind je allerlei informatie zoals de opdrachten, de behandelde stof van het college, de emailaddressen van de studenten die meedoen aan het vak en de docent. Houd deze sites regelmatig in de gaten, roosterwijzigingen e.d. worden vaak ook via deze website doorgegeven.

Inloggen en inschrijven in TeleTOP gaat als volgt:

1.

Ga naar de startpagina http://teletop.utwente.nl

2.

Klik op ‘Mijn Cursussen’. Er verschijnt nu een inlogscherm

3.

Vul je username (een s met daaraan vast je 7-cijferig studentnummer) en wachtwoord in en druk op OK.

4.

Nu verschijnt de lijst met vakken waarvoor je je hebt ingeschreven. In eerste instantie kan de lijst met vakken leeg zijn. In stappen 5 t/m 9 staat wat je moet doen om je in te schrijven voor een vak.

5.

Om je in te schrijven voor een vak klik je op ‘Cursusaanvraag’.

6.

Selecteer de opleiding waar je het vak wilt volgen.

7.

Als het vak open staat voor inschrijving, dan zal het nu op je scherm verschijnen met een selectierondje ervoor. Klik op dit rondje om het vak te selecteren.

8.

Klik op ‘Aanvraag versturen’.

9.

Je aanvraag moet nu eerst door Bureau Onderwijszaken worden goedgekeurd. Meestal gebeurt dit binnen een dag. Doorloop de stappen 1 t/m 4 om te kijken of het vak in je lijst met vakken is verschenen.

Email

Je zult merken dat veel communicatie (tussen studenten onderling maar ook tussen studenten en docenten) per email verloopt. Je inbox kan je vinden op http://xs.utwente.nl. Probeer iedere dag je email te checken, omdat docenten ook wel eens roosterwijzigingen per email versturen. Denk er om dat medewerkers van de UT alleen je @student.utwente.nl emailadres gebruiken en dus niet een hotmail, gmail, etc. adres.

Boeken

Studievereniging Paradoks zorgt ervoor dat er voor alle eerstejaars een boekenpakket klaarligt in de eerste collegeweek. Je krijgt vanuit Paradoks bericht waar en wanneer je de boeken kunt afhalen en betalen.

Tentamens

Twee weken voordat de tentamenweken beginnen is het mogelijk je in te schrijven voor de tentamens van de vakken waarvoor jij je hebt ingeschreven. Let op: Het is dus niet zo dat als je je via TeleTOP hebt ingeschreven voor een vak, dat je ook automatisch staat ingeschreven voor het tentamen. Dat moet je apart doen op de website: www.utwente.nl/tast. Het is belangrijk om dit te doen, omdat het anders niet meer mogelijk is om aan het tentamen deel te nemen. Op deze website vind je ook de locatie en het tijdstip van de tentamens.

Nadat je de tentamens hebt gemaakt komen de cijfers op de TeleTOPsite van het vak, of op TOST (www.utwente.nl/tost) te staan.

ALGEMEEN

8.11.2

OMVANG EN STUDIELAST VAN DE OPLEIDING

De bacheloropleiding is een voltijd opleiding van 3 jaar: B1, B2 en B3. De studielast per jaar bedraagt 60 European Creditspoints (EC). Eén EC staat voor een studiebelasting van 28 uur, waardoor de studielast per jaar 60 * 28 uur = 1680 uur bedraagt. Een academisch jaar bestaat uit 2 semesters van elk 2 kwartielen. Een kwartiel beslaat in principe 10 weken (exclusief eventuele roostervrije weken): 8 collegeweken en 2 tentamenweken.

De studielast voor de meeste vakken is 5 EC = 140 uur. Hierbij is inbegrepen: het volgen van colleges, werkcolleges, projectwerk, opdrachten, zelfstudie, tentamen doen, maken van verslagen etc. Uiteraard zal de werkelijk benodigde tijd van student tot student verschillen - het gegeven getal uur is een gemiddelde.

8.11.3

JAARINDELING

De meeste vakken in de bacholoropleiding worden in 1 kwartiel afgerond. Sommige vakken lopen over een heel semester. Op de BMT site en verderop in deze gids vind je een overzicht van de Bachelorvakken, zoals die in het huidige studiejaar worden gegeven.

8.11.4

DE ROOSTERS

Om te weten waar je wanneer onderwijs hebt, kun je de semesterroosters raadplegen. Deze roosters zijn te vinden op de internetpagina van de opleiding (http://www.tnw.utwente.nl/bmt/bachelor/roosters). Daar zijn ook de jaarroosters, c.q. de tentamenroosters te vinden. Op het web staat altijd de recente versie.

Op de semesterroosters staat per jaar (B1, B2 en B3), per semester aangegeven op welke dagen en tijdstippen je een vak kunt volgen. Hier staat dan ook in welke gebouwen en zalen vakken gegeven worden. Voor werkcolleges worden groepsindelingen gemaakt. Deze vaak op de TeleTOP site van het vak te vinden.

Colleges worden op verschillende plaatsen op de campus gegeven. De meeste colleges van de eerste twee BMT jaren vinden plaats in de oostvleugel van gebouw nummer 20: ‘de Horst’. De locaties van de gebouwen op de campus kan je vinden op de plattegrond van de campus, opgenomen in de bijlagen van deze studiegids. Alle collegezalen staan aangegeven in het rooster. Practica zijn vaak in daarvoor ingerichte locaties in de diverse gebouwen. Op de semesterroosters staat vermeld wanneer de tentamens en de herkansingen zijn gepland en wanneer de sluitingsdatum voor de inschrijving voor de tentamens is.

8.11.5

BACHELORCURRICULUM

In de overzichten op de volgende pagina’s staat per jaar weergegeven welke vakken er wanneer worden gegeven. Ook de vakcodes, de studielast en de docent staan er bij vermeld. Raadpleeg altijd de website van BMT voor de meest actuele versie.

Eerste jaar (B1 of Propedeusejaar)

SEMESTER 1-1

SEMESTER 1-2

Kwartiel 1

Kwartiel 2

Kwartiel 3

Kwartiel 4

Biomedisch ontwerpen

273006 (3 EC, Hekman)

BMPO-MAM1

270202 (5 EC, Van Wessel)

Practicum chemie en

biomaterialen

271302 (3.5 EC, Dijkstra)

MAM-Optica

140209 (4 EC, Kooyman)

Statica

115717 (2 EC, vdBelt)

Zorgorganisatie

273010 (2.5 EC, Kerkhoff)

BMPO-MAM-Optica

140211 (3 EC, Kooyman)

Inleiding wiskunde I

151191 (2.5 EC, vdMeer)

Inleiding wiskunde II

151192 (2.5 EC, vdMeer)

Modelleren en programeren

151700 (5 EC, Schut/vDiepen/vdMeer)

ECG

140210 (3 EC, Hemmes)

BMPO- biomechanica

271102 (5 EC, Lutters/Hekman)

Anatomie en fysiologie van het bewegen

270200 (5 EC, Van Wessel)

Grondslagen van de chemie

135536 (4 EC, Grijpma/Dijkstra)

Bouw en werking van cellen

135006 (5 EC, Kruijer)

Kansrekening en statistiek

153039 (5 EC, Mandal)

Tweede jaar (B2)

SEMESTER 2-1

SEMESTER 2-2

Kwartiel 1

Kwartiel 2

Kwartiel 3

Kwartiel 4

 

BMT-Colloquia 273009 (1.0 EC, v Alste)

 

Signalen en transformaties

156080 (5 EC, Meinsma)

DNA technologie

273002 (5 EC, Kruijer / Post)

Biom. systeem analyse 121166

(5 EC, Veltink)

BMPO-Fysiologisch modelleren

121136 (5 EC, Buitenweg)

Ethiek voor BMT

169212 (2.5 EC, Waelbers)

(Neuro)fysiologie

121135 (5 EC, Marani)

Inl. geneeskunde
270300 (2.5 EC, Vermes)

Stage inl. Geneeskunde

270300
(1.5 EC, Van Alsté)

Gezondheids-psychologie

271600 (2.5 EC, Boer/Taal)

Zorgorganisatie

273010

(2.5 EC, Kerkhoff)

Zorg & revalidatietechnologie

273005

(2,5 EC Hermens)

Medische technologie (incl. prakticum)

140201 (5 EC, v.Leeuwen)

Medische elektronica (incl. praktikum)

121137 (5 EC, Buitenweg)

Thermodynamica en fysische chemie (+BMPO)

135005 (5 EC, Stamatialis)

Fysische transportverschijnselen +BMPO.

271311 (5 EC, deJongh/Biesheuvel)

Derde Jaar

B3-orientatie Moleculaire-, Cellulaire- en Weefseltechnologie (MCWT)

SEMESTER 3-1

SEMESTER 3-2

Kwartiel 1

Kwartiel 2

Kwartiel 3

Kwartiel 4

Molecuulspectro-scopie

136013 (4.5 EC, Otto)

Numerieke wiskunde

154027 (3 EC, Zwier/ v Damme)

Bacheloropdracht

273099 (5 EC)

Bacheloropdracht

273099 (15 EC)

Ergonomie

273008 (2 EC, v.d.Voort)

Imaging

121134 (5 EC, Slump)

DNA- technologie

273002 (5 EC, Kruijer/Post)

Reactiekinetiek en katalyse

134522 (5 EC, Mojet)

Bio-Organische chemie 132005

(3.5 EC, Dijkstra)

Biomedische sensoren

140205 (2.5 EC, Kooyman/Olthuis)

Polymeerchemie en biomaterialen

271304 (5 EC, Grijpma)

Analytische chemie 136001 (4 EC, Velders)

B3-Orientatie Functiehersteltechnologie (FHT)

SEMESTER 3-1

SEMESTER 3-2

Kwartiel 1

Kwartiel 2

Kwartiel 3

Kwartiel 4

Mechanica v. technische en biologische materialen

115030 (5 EC, Homminga)

Dynamica van het bewegingsapparaat 115049
(3 EC, Homminga)

Bacheloropdracht

273099 (5 EC)

Bacheloropdracht

273099 (15 EC)

Ergonomie
273008 (2 EC, v.d.Voort)

Imaging

121134 (5 EC, Slump)

DNA-technologie

273002 (5 EC, Kruijer)

Arbeid & fysieke aspecten v.d. mens.

273001 (3.5 EC, v.d.Belt)

Inleiding stromingsleer

115413 (3.5 EC, Hagmeier)

Signaalanalyse practicum

121067 (2.5 EC, Hemmes)

Biomedische sensoren

140205 (2.5 EC, Kooyman/Olthuis)

Numerieke wiskunde en modelleren

154027 (5 EC, Zwier/v.Damme/Bochev)

Bioelectriciteit

121139 (3 EC, Heida)

B3 Oriëntatie ZORGTECHNOLOGIE (ZT)

SEMESTER 3-1

SEMESTER 3-2

Kwartiel 1

Kwartiel 2

Kwartiel 3

Kwartiel 4

Telematicasystemen en toepassingen

261000 (5 EC, Heijenk)

Numerieke wiskunde

154027 (3 EC, Zwier/v.Damme)

Bacheloropdracht

273099 (5 EC)

Bacheloropdracht

273099 (15 EC)

Ergonomie

273008 (2 EC, v.d.Voort)

Imaging

121134 (5 EC, Slump)

DNA- technologie

273002 (5 EC, Kruijer)

Toepassingen van informatiesystemen

410503 (5 EC, Spil)

Interne organisatie

412001 (5 EC,

De Weerd)

Telemedicine

121151 (5 EC, Widya)

Informatiesystemen

212010 (5 EC, Sikkel/v.d.Weg)

8.11.6

LAPTOPCOMPUTER

Voor bachelorstudenten is een laptopcomputer verplicht voor de bacheloropleiding. Wij raden (aankomende) studenten die nog geen laptop hebben aan, een laptop aan te schaffen via het Notebook Service Centre (NSC). Het NSC heeft meestal twee laptops geselecteerd, een instapmodel model en een high end model. Beide laptops voldoen voor de studie Biomedische Technologie.

Voor meer details over de laptops wordt verwezen naar de NSC site (www.nsc.utwente.nl). Voordeel van de aanschaf van een laptop via het NSC is dat alle software die je tijdens je studie nodig hebt wordt bijgeleverd. Tevens levert het NSC bij de laptops garantie en support. De Universiteit Twente verschaft ook een rentevrije lening voor de aanschaf van een laptop. Let wel, je bent niet gedwongen een laptop via de Universiteit Twente aan te schaffen. Ook met een zelf aangeschafte laptop zal het NSC proberen te helpen.

8.11.7

BACHELORSPECIALISATIES

Vanaf het derde jaar begint de specialisatie in de opleiding. Dit betekent dat je dan een zogenaamde oriëntatie gaat kiezen. Er zijn drie verschillende oriëntaties in de bachelorfase, namelijk:

·

Moleculaire, Cellulaire en Weefseltechnologie

Deze oriëntatie richt zich op nieuwe materialen en weefsels die geschikt zijn voor bijvoorbeeld kunstorganen en huidvervangers. Je leert welke moleculaire en cellulaire processen hierbij een rol spelen en hoe je die kunt manipuleren. Je onderzoekt hoe het lichaam reageert op niet-eigen materialen en wat je aan die afstotingsreacties kunt doen.

·

Functiehersteltechnologie

Deze oriëntatie houdt zich bezig met het verbeteren van de levenskwaliteit van mensen. Bepaalde lichaamsfuncties kunnen achteruit, beschadigd of helemaal verloren gaan. Met de juiste hulpmiddelen kunnen deze functies verbeterd of hersteld worden. Ook komen technieken voor de preventie of diagnose van ziekten naar voren in deze oriëntatie.

·

Zorgtechnologie

Deze oriëntatie gaat over zorgprocessen en technologie. Een voorbeeld hiervan is telemedicine waardoor patiënten buiten het ziekenhuis behandeld kunnen worden. Ook bedrijfskundige oplossingen voor efficiëntere zorgverlening komen aan bod.

8.11.8

DIPLOMA-UITREIKINGEN

Bij de opleiding vindt op drie momenten een officiële diploma-uitreiking plaats: na de afronding van de propedeuse, de bachelor en de master. De uitreiking van het propedeuse- en bachelordiploma gebeurt op van te voren vastgestelde momenten.

De propedeuse-uitreiking vindt één keer per jaar plaats, in oktober. Alle geslaagde BMT studenten ontvangen tijdens een bijeenkomst hun diploma. Vervolgens is er een centrale feestelijke bijeenkomst voor alle geslaagde propeduse studenten van alle opleidingen van de Universiteit Twente. De bacheloruitreiking vindt twee keer per jaar plaats en is facultair: alle geslaagde studenten van de faculteit TNW ontvangen tijdens dezelfde bijeenkomst het bachelordiploma. Je masterdiploma ontvang je direct nadat je je voordracht van je afstudeeropdracht hebt gehouden.

Voor het bachelor- en masterexamen dien je je van te voren aan te melden op het moment dat je daarvoor in aanmerking komt. Hiervoor staan aanmeldingsformulieren op de website van BMT vermeld. Naar aanleiding van deze aanmelding zal de examencommissie beslissen of je wel of niet geslaagd bent voor het examen. Je wordt hierover van te voren op de hoogte gebracht en ontvangt dan een uitnodiging voor de uitreiking.

De diploma-uitreikingen zijn feestelijke aangelegenheden waarbij familie en vrienden van harte welkom zijn.

8.11.9

MINOR

Major-minor is een onderwijsfilosofie van de Universiteit Twente. De gedachte is dat je tegen het einde van je bacheloropleiding een gedeelte van je tijd besteedt aan een ander (bij voorkeur een gehéél ander) onderwerp dan in je hoofdrichting. Je zult er tijdens je opleiding wel eens van horen (van studenten van andere opleidingen en/of door aankondigingen van minorvoorlichtingen). BMT heeft echter de minor niet opgenomen in het curriculum. De reden hiervoor is dat de opleiding al erg breed van zichzelf is, en een extra verbreding niet noodzakelijk wordt geacht. In plaats daarvan kent BMT in het 3e jaar een specialisatie als verdieping, van 20 EC.

8.11.10

BACHELOROPDRACHT

De omvang van de bacheloropdracht is 20 EC. De bacheloropdracht wordt meestal uitgevoerd bij een van de Biomedische onderzoeksgroepen van de UT of bij uitzondering bij een externe organisatie. De meeste contacten voor het opdoen van een bacheloropdracht lopen via de docenten/leden van de verschillende vakgroepen. Tijdens de eerste jaren van de opleiding BMT zul je al veel in contact komen met de verschillende vakgroepen via de colleges die je gaat volgen. Ook organiseren de vakgroepen open middagen voor studenten om kennis te maken en het onderzoek in hun vakgroep toe te lichten. Als je op zoek bent naar een opdracht, neem dan contact op met de vakgroep waar jouw belangstelling het meest naar uit gaat. De hoogleraar kan je dan meestal verder helpen. Ook moet er met de vakgroep worden afgesproken wie je directe begeleider zal worden en wie er deel zal uitmaken van je beoordelingscommissie.

Voor aanvang van de opdracht moet je in het bezit zijn van het propedeuse diploma en daarna minstens 70 EC van het BMT bachelorprogramma hebben gehaald. Hieronder vallen de vakken die de opdrachtbegeleider vereist. Voor aanvang van je bacheloropdracht dien je een aanvangsformulier te laten ondertekenen door de voorzitter van je commissie. Vervolgens breng je het naar BOOZ-BMT. Het formulier is te vinden op de website van BMT.

TENTAMENS & EXAMENS

8.11.11

ALGEMEEN

De bacheloropleiding kent twee (wettelijke) examens: het propedeuse examen (P-examen) en het bachelor examen. Een examencommissie, bestaande uit leden van de wetenschappelijke staf stelt formeel voor elk van beide examens de einduitslag voor elke individuele student vast. Examens bestaan uit een aantal onderdelen: tentamens, projecten, en practica of andere opdrachten. Aan het eind van ieder kwartiel of semester kun je tentamens afleggen. De beoordelingen van alle verplichte onderdelen worden verzameld (je tentamencijfers) en voorgelegd aan de examencommissie. Heb je een tentamen gehaald dan is dat vak als examenonderdeel afgerond. Let op: deelcijfers van vakken hebben maar een beperkte ‘houdbaarheid’. Alleen de resultaten van geheel afgeronde vakken blijven staan totdat je je bachelordiploma hebt behaald.

8.11.12

VRIJSTELLINGEN

Mogelijk heb je voordat je met de BMT opleiding begon een start gemaakt bij een andere hoger onderwijs opleiding of deze helemaal afgerond. Als je voor bepaalde tentamens al een voldoende hebt gehaald bij die andere opleiding, dan kun je voor die vakken vrijstellingen vragen. Als je op basis van je vooropleiding recht meent te hebben op meerdere vrijstellingen, dan wordt je vooropleiding integraal beoordeeld door de studieadviseur. De daaruit voortvloeiende vrijstellingen worden vastgesteld door de Examencommissie. Het is verstandig een en ander tijdig te bespreken met de studieadviseur en vervolgens schriftelijk aan te vragen bij de Examencommissie. Incidentele vrijstellingen voor een enkel vak moet je zelf aanvragen bij de Examencommissie, via een aanvraagformulier op de internetpagina van de opleiding. Vrijstellingen worden als regel in de cijferlijsten vermeld met een ‘V’, tenzij het gaat om identieke vakcodes die in een andere opleiding door hetzelfde cluster / dezelfde docent zijn toegeleverd. In het laatste geval kan het cijfer worden ‘meegenomen’.

BEGELEIDING

8.11.13

HET MENTORAAT

De eerstejaars studenten krijgen een docent-mentor aangewezen. Dit is een medewerker van de opleiding. Met die mentor kun je praten over je studiemethodiek, studieplan, examenplan, en de behaalde studieresultaten, en kun je eventueel je persoonlijke omstandigheden toelichten. Je mentor kan je wijzen op mogelijke studiealternatieven en op speciale diensten waar je gebruik van kunt maken. Gedurende het eerste studiejaar zal de mentor initiatief nemen voor een gesprek. Vanzelfsprekend kun je zelf ook een afspraak maken, als je daar behoefte aan hebt. Je mentor zal zonder jouw toestemming geen persoonlijke gegevens doorgeven aan anderen, ook niet aan familie. Wel kan de mentor worden geraadpleegd door de examencommissie, bijvoorbeeld bij het uitbrengen van het verplichte studieadvies. De mentor zal hierbij echter niet over persoonlijke zaken praten als jij dat niet wilt. Je houdt je mentor tot je P diploma en uiterlijk twee jaar. Het mentoraat is alleen zinvol als beide partijen hun steentje bijdragen. Als je het niet kunt vinden met je mentor, kun je contact opnemen met de studieadviseur.

Er zijn ook enkele ouderejaars studenten als studentmentor aangesteld. Ook hier hoor je bij aanvang van het studiejaar wie dat voor jou is. Met deze ouderejaars student kun je ook studentenzaken bespreken die niet direct opleiding gerelateerd zijn. We denken dat deze begeleiding vooral het eerste halve jaar van je studentenleven van belang kan zijn.

REGELINGEN VANUIT UNIVERSITEIT

8.11.14

GARANTIEBEURZEN

Deze regeling geldt voor alle vwo-leerlingen die zich direct aansluitend aan het VWO hebben ingeschreven voor een opleiding aan de UT én voor de eerste keer studiefinanciering ontvangen. Deze regeling maakt het mogelijk om, wanneer je besluit dat de door jou gekozen opleiding toch niet geschikt voor je is en deze binnen vijf maanden (d.w.z. voor 1 februari) staakt, compensatie te ontvangen voor de tot dan toe verbruikte studiefinanciering. Er gelden wel een aantal regels en voorwaarden. Eén van de voorwaarden is dat je moet kunnen aantonen dat je je serieus hebt ingespannen voor de studie. De volledige beschrijving van de regeling kun je afhalen bij BOOZ-TNW, of vinden op de internetpagina van de Studentenbalie:http://www.utwente.nl/studentenbalie/beurzen_subsidies/garantiebeurs/. Voor vragen over de garantiebeurzen kun je terecht bij de studieadviseur.

8.11.15

DE FLEXIBELE PROPEDEUSE

Eerstejaars studenten hebben de mogelijkheid om aan het einde van het eerste semester over te stappen naar een andere opleiding, zonder dat er een grote studievertraging optreedt. Heb je om welke reden dan ook niet direct de goede opleiding gekozen, dan hoeft dat dus geen ramp te zijn. De studiepunten die je hebt gehaald in het eerste semester kunnen onder bepaalde voorwaarden worden meegenomen naar de studie waar je naar overstapt. Op deze manier wordt (eventuele) studievertraging verminderd. Deze regeling noemen we flexibele propedeuse.

Hoe gaat dat in z’n werk?

Als je een overstap overweegt, moet je zo snel mogelijk (bijvoorbeeld na zes weken) contact opnemen met de studieadviseur. Die zal met je nagaan of overstappen een verstandige beslissing zou kunnen zijn. Als dat zo is – en dat beslis je uiteindelijk zelf – word je doorverwezen naar de overstapcoördinator van de opleiding waarnaar je wilt overstappen. Het zal niet nodig zijn om het gehele eerste semester in je ‘tweede opleiding’ in te halen. Wel kan de situatie voorkomen dat een extra studie-inspanning nodig is om je tekorten in de ‘tweede’ opleiding aan te vullen. De ‘nieuwe’ opleiding zal je hierbij zo goed mogelijk begeleiden door je te helpen met de planning van je studie, extra begeleiding enzovoorts

De overstapcoördinator van de ‘nieuwe opleiding’ gaat met je na hoe je programma er voor de rest van het jaar precies uit gaat zien. In een zogenaamd overstapprotocol wordt schriftelijk vastgelegd wat je moet doen om je tekort aan kennis bij te spijkeren (je mist immers de eerste semestervakken van de nieuwe opleiding) en welke hulp je daarbij van de opleiding kunt verwachten. Ook wordt daarin vastgelegd welke vakken uit de oude opleiding meetellen in de propedeuse van de nieuwe opleiding. Een dergelijk overstapprotocol is dus een individueel, op maat gesneden afspraak tussen jou en de opleiding waar je naar overstapt.

De opleidingsdirecteur van de nieuwe opleiding moet het overstapprotocol goedkeuren. Hij baseert zich daarbij op een inschatting van je geschiktheid voor de nieuwe opleiding (bijvoorbeeld het aantal behaalde SP in de eerste opleiding, je VWO cijfers, je motieven voor overstap).

Voor wie is de regeling bedoeld?

Tussentijds overstappen naar een andere opleiding mag iedereen: daarvoor is alleen maar nodig dat je je overstap aanmeldt bij BOOZ/CSA (Centrale Studenten Administratie). De flexibele propedeuse, een overstapregeling met extra faciliteiten, is bedoeld voor studenten waarvan duidelijk is dat ze in principe wél geschikt zijn voor een UT-studie, maar die al in een vroeg stadium tot de conclusie komen dat hun aanvankelijke studiekeuze niet zo gelukkig was.

Of je in principe geschikt bent voor een UT studie blijkt onder andere uit het feit dat je in het eerste semester een behoorlijk aantal studiepunten haalt. Als dat niet het geval is, kun je dus wel overstappen, maar niet met de garantie dat dit hooguit vijf EC extra kost. Je hebt dan ook geen recht op extra faciliteiten, al zal de nieuwe opleiding je ook in dat geval natuurlijk wél helpen om de overstap zo soepel mogelijk te laten plaatsvinden