Toelatingseisen Projecten

Onderstaande normen hebben betrekking op de behaalde studiesnelheid in het voorafgaande curriculum. Voor niet-nominaal studerende studenten tellen studiepunten gehaald in latere delen van het curriculum niet mee voor de bepaling van de toelaatbaarheid, tenzij tevoren een recent aangepast studieplan is goedgekeurd.

Aan de deelname van projecten worden toelatingseisen gesteld. De reden is dat door de toelating te reguleren kan worden bereikt dat de deelnemende student over voldoende basiskennis beschikt om met een grote kans op succes aan het studieonderdeel deel te nemen. Daarmee wordt tevens bereikt, dat iedere deelnemer een volwaardige bijdrage aan het groepswerk kan leveren.

Wordt aan onderstaande eisen voldaan, dan is de student zonder meer toelaatbaar voor het betreffende project.

Project B (1e jaar):

Aan het eind van het 1.1 kwartiel moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

1.

Nog deelnemen aan Project A.

2.

Het totaal behaalde aantal studiepunten moet tenminste 3,5 EC zijn.

3.

Geslaagd voor de algemene vaardigheidstoetsen voor wiskunde

N.B.: 2de jaars (of oudere) studenten dienen zowel Calculus 1, Statica alsmede Beam A met een voldoende (of ten hoogste één 5) te hebben afgesloten.

Project C (1e jaar):

Aan het eind van het 1.2 kwartiel moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

1.

Project A gehaald en nog deelnemen aan Project B.

2.

Het totaal behaalde aantal studiepunten moet tenminste 19,5 EC zijn.

N.B.: 2de jaars (of oudere) studenten dienen tenminste 30 EC behaald te hebben uit het eerste jaar, exclusief project B (waarbij de studiepunten van één vak afgesloten met een 5 worden meegerekend).

Project R (2e jaar):

Op 1 september moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

1

Alle projecten uit het eerste jaar gehaald.

2

Tenminste 45 EC behaald (inclusief de augustustentamens).

Project T (2e-jaar):

Aan het eind van het 2.1 kwartiel moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

1.

Alle voorgaande projecten gehaald en nog deelnemen aan project R.

2.

Het in totaal behaalde aantal studiepunten in P-, B-fase moet tenminste 55 EC zijn.

3.

Het in totaal behaalde aantal studiepunten in de B-fase moet tenminste 3 EC zijn.

Inleiding technologisch onderzoek (3e jaar):

Aan het eind van het 3.1 kwartiel moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

a.

Alle voorgaande projecten (m.u.v. project F) zijn afgerond

b.

Geslaagd voor het P-examen

c.

Het in totaal behaalde aantal studiepunten aan verplichte B-majorvakken7 moet tenminste 37 EC zijn (dit komt ongeveer neer op voor maximaal 2 vakken een onvoldoende).

N.B.1:Het vak heeft een deelnameverplichting.

N.B.2: ITO bestaat uit een cursorisch deel en uit een opdracht. Voor deelname aan de opdracht gelden eisen t.a.v. de (tussen)resultaten van het cursorisch deel, namelijk: de deeltoetsen moeten voldoende zijn gemaakt.

Project F (3e jaar):

Aan het eind van het 3.2 kwartiel moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

1.

Alle voorgaande projecten gehaald.

2.

Geslaagd zijn voor het P-examen.

3.

Voor de vakken Systeem- en regeltechniek 1, Inleiding eindige elementenmethoden en Dynamica 2, moet tenminste een 5 zijn behaald.

4.

Het in totaal behaalde aantal studiepunten aan verplichte B-majorvakken moet tenminste 40 EC zijn (dit komt ongeveer neer op voor maximaal 2 vakken een onvoldoende)

Bron: Studentenstatuut CTW 2011-2012, opleidingsspecifieke bijlage van de Onderwijs- en Examenregeling voor de Bacheloropleiding Werktuigbouwkunde, lid j. Klik hier voor het volledige Studentenstatuut CTW 2011-2012.