Statuten 3TU ontwerp (september 2006)

ALLEEN BESTEMD VOOR DISCUSSIEDOELEINDEN VERSIE 13-09-2006

OPRICHTING 

STICHTING 3TU FEDERATIE SAMENWERKENDE TECHNISCHE UNIVERSITEITEN

Heden, ## tweeduizend zes/zeven, verscheen voor mij, mr. Steven van der Waal, notaris met plaats van vestiging ‘s-Gravenhage:

1. de heer ir. G## J## van Luijk, wonende te ##, geboren te ## op ## negentienhonderd ##, te dezen handelend als Voorzitter van het College van Bestuur van de Technische Universiteit Delft, gevestigd te Delft, hierna te noemen: "Technische Universiteit Delft", en als zodanig op grond van artikel ## van de Wet op het Hoger Onderwijs, deze instelling rechtsgeldig vertegenwoordigend;

2. de heer ing. A## H## Lundqvist wonende te ##, geboren te ## op ## negentienhonderd ##, te dezen handelend als Voorzitter van het College van Bestuur van de Technische Universiteit Eindhoven, gevestigd te Eindhoven, hierna te noemen: "Technische Universiteit Eindhoven", en als zodanig op grond van artikel ## van de Wet op het Hoger Onderwijs, deze instelling rechtsgeldig vertegenwoordigend;

3. de heer dr. A## H## Flierman, wonende te ##, geboren te ## op ## negentienhonderd ##, te dezen handelend als Voorzitter van het College van Bestuur van de Universiteit Twente, gevestigd te Enschede, hierna te noemen: "Universiteit Twente", en als zodanig op grond van artikel ## van de Wet op het Hoger Onderwijs, deze instelling rechtsgeldig vertegenwoordigend;

- de onder 1 tot en met 3 genoemde instellingen hierna ook tezamen te noemen: de "Technische Universiteiten" of de "TU's".

OPRICHTING STICHTING

De comparanten, handelend als gemeld, verklaarden een stichting op te richten met de navolgende statuten:

STATUTEN

BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 1

Tenzij uit de context anders blijkt wordt in deze statuten verstaan onder:

a. Bestuur: het orgaan dat belast is met het besturen van de stichting;

b. Algemeen Bestuur: het voltallige bestuur;

c. Dagelijks Bestuur: het deel van het bestuur dat gevormd wordt door de voorzitters van de Colleges van Bestuur;

d. Bestuurscommissie: een commissie bestaande uit leden van het bestuur die belast zijn met een bepaalde portefeuille;

e. Centre of Competence: een door de 3 TU's gevormd en als zodanig herkenbaar multidisciplinair centrum van vakgenoten op een onderscheiden onderzoeksterrein;

f. Centre of Excellence: een binnen een Centre of Competence ingebed onderzoekscentrum dat zich bezighoudt met specifieke onderzoeksprojecten en - programma's;

g. Technische Universiteiten: de drie instellingen die bij de stichting zijn aangesloten, te weten de Technische Universiteit Delft, de Technische Universiteit Eindhoven en de Universiteit Twente;

h. Colleges van Bestuur: de Colleges van Bestuur van de Technische Universiteiten;

i. Bestuursreglement: het door het Dagelijks Bestuur vast te stellen reglement waarin nadere bepalingen ter uitwerking van deze statuten zijn opgenomen.

j. Stichting: de rechtspersoon waarop deze statuten betrekking hebben;

k. Voorzitter: de voorzitter van het Dagelijks Bestuur.

NAAM EN ZETEL

Artikel 2.

2.1 De stichting draagt de naam: Stichting 3TU Federatie Samenwerkende Technische Universiteiten, bij verkorting genaamd: Stichting 3TU of 3TU. Federatie

2.2 Zij heeft haar zetel in de gemeente Delft

DOEL

Artikel 3.

3.1 De stichting is een samenwerkingsverband van de drie Technische Universiteiten, opgericht om bij te dragen aan het doel door samenwerking binnen een Federatie in onderwijs en onderzoek gezamenlijk tot de absolute top in Europa te behoren en door het afleveren van uitstekend geschoolde ingenieurs, promovendi, ontwerpers en door het genereren van innovaties de dynamiek en concurrentiepositie van de Nederlandse kenniseconomie te versterken.

3.2 De afzonderlijke Technische Universiteiten behouden hun eigen identiteit en verantwoordelijkheid op het gebied van onderwijs en onderzoek. De stichting zal niet tornen aan de eigen identiteit van elk van de drie TU's noch aan de mogelijkheid van elk van hen om met andere universiteiten in binnen- en buitenland samen te werken. Er vindt geen overheveling plaats van enige wettelijke aan de drie TU's of haar organen opgedragen taken en/of bevoegdheden naar de stichting.

3.3 De stichting heeft geen winstoogmerk.

3.4 Behoudens voor wat betreft de kosten verbonden aan de oprichting, het bestuur en beheer van de stichting mogen de middelen van de stichting nimmer worden aangewend voor andere doeleinden dan omschreven in dit artikel.

GELDMIDDELEN

Artikel 4.

4.1

De geldmiddelen van de stichting worden beheerd door de Stichting financieel beheer Federatie in oprichting van Technische Universiteiten, gevestigd te Delft, opgericht de dato 18 oktober 2005.

AANGESLOTEN INSTELLINGEN

Artikel 5.

5.1. De bij de stichting aangesloten instellingen zijn de drie Technische Universiteiten te weten:

- de Technische Universiteit Delft;

- de Technische Universiteit Eindhoven;

- de Universiteit Twente.

5.2. Uittreding van één of meer van de drie Technische Universiteiten heeft onmiddellijke ontbinding van de stichting tot gevolg.

5.3. Aanvullende bepalingen bij deze Statuten worden opgenomen in het Bestuursreglement van de Stichting.

5.4. De Technische Universiteiten kunnen bij convenant of gemeenschappelijke regeling nadere voorzieningen treffen omtrent hun onderlinge samenwerking, de rechten en verplichtingen van de Technische Universiteiten jegens de stichting, alsmede ten aanzien van al hetgeen de stichting en de Technische Universiteiten verder nodig of wenselijk achten.

BESTUUR: SAMENSTELLING; BENOEMING EN ONTSLAG

Artikel 6.

6.1 De stichting wordt bestuurd door een bestuur, ook genaamd Algemeen Bestuur.

Om bestuurslid van de stichting te kunnen zijn, is vereist de hoedanigheid van lid van het College van Bestuur van één van de drie Technische Universiteiten.

6.2 Het Algemeen Bestuur wordt gevormd door alle leden van het bestuur, en stemt overeen met alle leden van de drie (3) Colleges van Bestuur van de Technische Universiteiten.

6.3 Het bestuur kent naast het Algemeen Bestuur een Dagelijks Bestuur. Het Dagelijks Bestuur wordt gevormd door de drie (3) Voorzitters van de Colleges van Bestuur van de Technische Universiteiten, dan wel - ingeval van belet of ontstentenis - de plaatsvervangend Voorzitters of Vice-Voorzitters van bedoelde Colleges, dan wel een ander lid van bedoelde College’s.

6.4 Het voorzitterschap van de stichting berust bij een Voorzitter die zowel voorzitter van het Algemeen Bestuur als voorzitter van het Dagelijks Bestuur is. De Voorzitter wordt gekozen door het Dagelijks Bestuur uit zijn midden volgens een door het Dagelijks Bestuur op te stellen systeem van roulerend voorzitterschap. Het roulatiesysteem voorziet in een zittingstermijn van twee (2) jaar, waarna een ander lid van het Dagelijks Bestuur voor een periode van twee (2) jaar tot Voorzitter zal worden benoemd. Het Dagelijks Bestuur heeft de bevoegdheid van deze werkwijze af te wijken.

6.5 Indien een lid van het College van Bestuur van een Technische Universiteit wordt geschorst, is hij daarmee tevens geschorst als lid van het Algemeen Bestuur en/of Dagelijks Bestuur van de stichting. Wordt zodanige schorsing opgeheven, dan is daarmee ook de schorsing als bestuurslid van het Algemeen Bestuur en/of Dagelijks Bestuur opgeheven.

6.6 Het lidmaatschap van het Algemeen Bestuur en/of Dagelijks Bestuur eindigt:

a. door overlijden;

b. door vrijwillig aftreden;

c. doordat het betreffende lid surséance van betaling aanvraagt, doordat hij failliet wordt verklaard, of doordat de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard;

d. doordat het betreffende lid onder curatele wordt gesteld of op andere wijze het vrije beheer over zijn vermogen verliest;

e. doordat het betreffende lid geen deel meer uitmaakt van het College van Bestuur van een van de Technische Universiteiten;

f. door ontslag door de rechtbank om gewichtige redenen.

6.7 Ingeval de Voorzitter tijdens zijn zittingstermijn aftreedt, zal het Dagelijks Bestuur in onderling overleg in de tussentijdse vervulling van de vacature voorzien.

BESTUUR: TAAK EN BEVOEGDHEDEN; BEZOLDIGING

Artikel 7.

7.1 Het Dagelijks Bestuur is belast met het besturen van de stichting. Het DB besluit over voorstellen en adviezen van de bestuurscommissies onderzoek, onderwijs, valorisatie en bedrijfsvoering. Het geeft goedkeuring aan plannen, begrotingen en verantwoording van besturen CoC’s, CoE’s, op advies van de bestuurscommissies. Besluiten van het Dagelijks Bestuur hebben binnen de aangesloten instellingen de status van “voorgenomen” besluit. In het Bestuursreglement zijn daaromtrent nadere bepalingen opgenomen.

7.2 Het Algemeen bestuur stelt op voorstel van het Dagelijks Bestuur het meerjarenplan en het jaarplan van de stichting vast.

7.3 Het bestuur is niet bevoegd overeenkomsten te sluiten als bedoeld in artikel 2:291, lid 2 van het Burgerlijk Wetboek.

7.4. Aan bestuurders kan geen beloning, vacatie- of presentiegeld, worden toegekend.

Kosten die bestuurders in de uitoefening van hun functie maken, worden hen door de stichting vergoed.

VERTEGENWOORDIGING.

Artikel 8.

8.1 De stichting wordt vertegenwoordigd door het Dagelijks Bestuur.

8.2 De stichting kan voorts worden vertegenwoordigd door de Voorzitter of door twee leden van het Dagelijks Bestuur gezamenlijk.

8.3 Buiten de gevallen genoemd in dit artikel 8 zijn geen andere personen bevoegd de stichting te vertegenwoordigen, tenzij bij duidelijk omschreven en schriftelijke volmacht verleend met inachtneming van de vorige leden van dit artikel.

SECRETARIS; BUREAU

Artikel 9. PM (Nog nader te bespreken)

DAGELIJKS BESTUUR: BESTUURSVERGADERINGEN

Artikel 10.

10.1 Vergaderingen van het Dagelijks Bestuur (hierna: “DB-vergaderingen”) worden ten minste één maal per maand gehouden met uitzondering van het zomerreces.

10.2. DB-vergaderingen worden door de Voorzitter (of namens deze door de Secretaris) bijeengeroepen, zo dikwijls als de Voorzitter dit wenselijk acht of op schriftelijk verzoek van een lid van het Dagelijks Bestuur.

10.3. De oproeping geschiedt per brief, per telefax of per elektronische mail of met enig ander gangbaar (tele)communicatiemiddel dat op schrift ontvangen wordt en vermeldt plaats, datum, aanvangstijdstip van de vergadering of wijze van telefonisch vergaderen.

10.4 Tenzij geen der leden van het Dagelijks Bestuur bezwaar maakt tegen een kortere oproepingstermijn, bedraagt de termijn van oproeping ten minste zes (6) dagen (of ten minste drie (3) dagen ingeval van een telefonische vergadering), de dag van oproeping en die van de vergadering niet meegerekend.

10.5 Indien de voorschriften omtrent de oproeping niet in acht zijn genomen, kunnen niettemin geldige besluiten worden genomen met algemene stemmen in een vergadering waarin alle in functie zijnde leden van het Dagelijks Bestuur aanwezig of vertegenwoordigd zijn.

10.6 Tot de DB-vergaderingen dienen te worden opgeroepen de in functie zijnde leden van het Dagelijks Bestuur. Voorts hebben toegang tot de vergadering zij die daartoe door het Dagelijks Bestuur zijn uitgenodigd.

10.7 Een lid van het Dagelijks Bestuur kan zich door een bij geschrift door hem daartoe gevolmachtigd ander lid van het Dagelijks Bestuur ter vergadering doen vertegenwoordigen. Een lid van het Dagelijks Bestuur kan voor niet meer dan één ander lid van het Dagelijks Bestuur als gevolmachtigde optreden.

10.8 De vergadering vindt plaats in Delft, Eindhoven of Enschede in een van de gebouwen van de drie Technische Universiteiten of zodanige andere plaats in Nederland als vermeld in de oproepingsbrief. Indien alle in functie zijnde leden van het Dagelijks Bestuur aanwezig zijn, kan de vergadering ook elders gehouden worden.

10.9 De vergadering wordt voorgezeten door de Voorzitter. Bij afwezigheid van de Voorzitter, zal de vergadering worden voorgezeten door een ter vergadering daartoe aangewezen lid van het Dagelijks Bestuur.

10.10 Het Dagelijks Bestuur besluit met algemene stemmen tenzij anders bepaald in deze statuten. Ieder lid van het Dagelijks Bestuur heeft één (1) stem. Bij ontbreken van unanimiteit komt geen besluit tot stand.

10.11 Ingeval de vergadering niet tot een unaniem besluit komt, zal het Dagelijks Bestuur de procedure toepassen zoals beschreven in het Bestuursreglement.

10.12 De notulen van een vergadering worden vastgesteld en ten blijke daarvan getekend door de voorzitter en de secretaris van de desbetreffende vergadering, dan wel vastgesteld door een volgende vergadering en alsdan ten blijke van vaststelling door de voorzitter en de secretaris van die volgende vergadering ondertekend.

10.13 Het Dagelijks Bestuur kan ook geldige besluiten nemen in een telefonische vergadering, indien alle leden van het Dagelijks Bestuur tijdig in kennis zijn gesteld van het voorstel en geen der leden van het Dagelijks Bestuur zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Na het houden van een telefonische vergadering is ieder lid van het Dagelijks Bestuur verplicht een schriftelijke bevestiging van de door hem uitgebrachte stemmen te verzenden aan de Voorzitter. De Voorzitter zal een relaas opmaken van aldus genomen telefonische besluiten en daaraan de bevestigingen waaruit van het nemen van zodanige besluiten blijkt aanhechten. Na ondertekening door de Voorzitter zullen gemelde stukken worden bewaard ten kantore van de stichting.

10.14 Het Dagelijks Bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen mits dit schriftelijk, per telefax of per elektronische mail of met enig ander gangbaar (tele)communicatiemiddel dat op schrift ontvangen wordt geschiedt en alle leden van het Dagelijks Bestuur zich ten gunste van het desbetreffende voorstel uitspreken. De Voorzitter zal een relaas doen opmaken van het aldus genomen schriftelijke besluit en daaraan de bescheiden waaruit van het nemen van een zodanig besluit blijkt aanhechten. Na ondertekening door de Voorzitter zullen gemelde stukken worden bewaard ten kantore van de stichting.

VERGADERINGEN VAN HET ALGEMEEN BESTUUR

Artikel 11.

11.1 Vergaderingen van het Algemeen Bestuur (hierna: “AB-vergaderingen”) vinden ten minste één (1) maal per jaar plaats en voorts zo dikwijls het Dagelijks Bestuur dit wenselijk acht, of indien ten minste twee (2) leden van het Algemeen Bestuur afkomstig uit twee (2) Technische Universiteiten daartoe schriftelijk en onder opgave van de te behandelen punten aan de Voorzitter hun verzoek richten.

Indien de Voorzitter aan een dergelijk verzoek geen gevolg geeft zodanig dat de AB-vergadering wordt gehouden binnen zes (6) weken na het verzoek, zijn verzoekers bevoegd zelf een vergadering van het Algemeen Bestuur bijeen te roepen met inachtneming van de vereiste formaliteiten.

11.2 De oproeping tot een AB-vergadering geschiedt, behoudens het in het vorige lid bepaalde, door de Voorzitter op een termijn van ten minste vijftien (15) dagen, de dag der oproeping en die der vergadering niet meegerekend, door middel van schriftelijke oproepingen. De oproeping vermeldt, behalve plaats en tijdstip van vergadering, de te behandelen onderwerpen.

11.3 Op de wijze van oproeping van, deelname aan en besluitvorming binnen AB-vergaderingen, alsmede de wijze van besluitvorming buiten vergadering is het bepaalde in artikel 10 omtrent DB-vergaderingen zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

BESTUURSCOMMISSIES

Artikel 12.

12.1 De stichting heeft de volgende Bestuurscommissies:

a. de Bestuurscommissie Onderzoek belast met het gestalte geven aan en toezicht uitoefenen op de samenwerking en planvorming van de Technische Universiteiten op onderzoeksgebied, ook genaamd: "3TU Institute of Science and Technology" of "IST", welke onder meer vorm zal krijgen in de Centres of Competence en Centres of Excellence zoals hierna ook omschreven in Artikel 14;

b. de Bestuurscommissie Onderwijs belast met het gestalte geven aan en toezicht uitoefenen op de samenwerking en planvorming van de gezamenlijke Technische Universiteiten op onderwijsgebied, ook genaamd: "3TU Graduate School";

c. de Bestuurscommissie Kennisvalorisatie belast met het gestalte geven aan en toezicht uitoefenen op de samenwerking en planvorming van de Technische Universiteiten op het gebied van kennisvalorisatie, ook genaamd: "3 TU Innovation Lab";

d. de Bestuurscommissie Bedrijfsvoering belast met het gestalte geven aan en toezicht uitoefenen op de samenwerking en planvorming van de Technische Universiteiten op het gebied van bedrijfsvoering (onder meer: bibliotheken, inkoop, ICT, vastgoed).

12.2 De Bestuurscommissies verschaffen het Dagelijks Bestuur tijdig en regelmatig informatie en adviezen met betrekking tot hun portefeuille.

12.3 De Bestuurscommissies stellen ten minste één (1) keer per jaar een nota op betreffende de stand van zaken en de voortgang van de samenwerking op hun gebied.

12.4 In de Bestuurscommissie Onderzoek hebben zitting de portefeuillehouders Onderzoek van de Colleges van Bestuur van de Technische Universiteiten. Omtrent de vervulling van het voorzitterschap van de commissie zijn bepalingen opgenomen in het Bestuursreglement.

12.5 In de Bestuurscommissie Onderwijs hebben zitting de portefeuillehouders Onderwijs van de Colleges van Bestuur van de Technische Universiteiten. Omtrent de vervulling van het voorzitterschap van de commissie zijn bepalingen opgenomen in het Bestuursreglement.

12.6 In de Bestuurscommissie Kennisvalorisatie hebben zitting de portefeuillehouders Kennisvalorisatie van de Colleges van Bestuur van de Technische Universiteiten. Omtrent de vervulling van het voorzitterschap van de commissie zijn bepalingen opgenomen in het Bestuursreglement.

12.7 In de Bestuurscommissie Bedrijfsvoering hebben zitting de portefeuillehouders Bedrijfsvoering van de Colleges van Bestuur van de Technische Universiteiten. Omtrent de vervulling van het voorzitterschap van de commissie zijn bepalingen opgenomen in het Bestuursreglement.

VERGADERINGEN VAN BESTUURSCOMMISSIES

Artikel 13.

13.1 Iedere Bestuurscommissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter van de Bestuurscommissie dit wenselijk acht of op schriftelijk verzoek van twee (2) commissieleden afkomstig uit twee (2) Technische Universiteiten die hiertoe de voorzitter van de desbetreffende Bestuurscommissie schriftelijk verzoeken.

13.2 Indien de voorzitter van de Bestuurscommissie aan een dergelijk verzoek geen gevolg geeft, zodanig dat de vergadering wordt gehouden binnen drie (3) weken na ontvangst van het verzoek, zijn verzoekers bevoegd zelf een vergadering bijeen te roepen met inachtneming van de vereiste formaliteiten.

13.3 Vergaderingen van de Bestuurscommissies worden geleid door de voorzitter van de desbetreffende Bestuurscommissie.

13.4 Op de wijze van oproeping van, deelname aan en de besluitvorming binnen vergaderingen van Bestuurscommissies, alsmede de wijze van besluitvorming buiten vergadering is het bepaalde in artikel 10 omtrent DB-vergaderingen zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

CENTRES OF EXCELLENCE. CENTRES OF COMPETENCE

Artikel 14.

14.1 De Bestuurscommissie Onderzoek heeft tot bijzondere taak het toezien op het functioneren van door de Technische Universiteiten gezamenlijk te vormen Centres of Competence en Centres of Excellence en hun besturen.

14.2 In de Centres of Competence:

- bundelen als zodanig herkenbare vakgenoten van de 3 TU's hun krachten en stemmen hun inspanningen en zwaartepunten op elkaar af,

- kunnen ook vakgenoten van andere universiteiten of instituten meewerken;

- worden - met uitzondering van het Centre of Ethics and Technology - de Centres of Excellence ingebed die zich op bijzondere onderzoeksprojecten en - programma's binnen het desbetreffende vakterrein richten.

14.3 Als eerste vijf Centres of Competence zullen worden gevormd:

- CoC High Tech Systems;

- CoC Netherlands Institute of Research on ICT ("NIRICT");

- CoC University Research Group on Sustainable Energy Technologies ("URGENT");

- CoC Applications of NanoTechnology;

- CoC Fluid and Solid Mechanics.

14.4 Als Centres of Excellence zullen worden gevormd:

- CoE Intelligent Mechatronic Systems;

- CoE Centre for Design, Analysis and Synthesis of Dependable Systems ("CeDAS");

- CoE Sunlight Utilisation for Novel Energy Technologies ("SUNNET");

- CoE Bio-nano applications;

- CoE Multiscale phenomena in fluids and solids;

- CoE Centre of Ethics and Technology.

14.5 Ieder Centre of Competence heeft een bestuur dat wordt gevormd door de drie decanen van de TU's die het meest betrokken bij het desbetreffende vakgebied zijn. Voorts heeft ieder Centre of Competence een wetenschappelijk directeur die de werkzaamheden binnen het Centre of Competence met inbegrip van de daarbinnen bestaande Centres of Excellence coördineert en het bestuur terzake adviseert.

14.6 Het CoC-bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter. Deze voorzitter is niet werkzaam bij dezelfde Technische Universiteit als de wetenschappelijk directeur van het Centre of Competence.

14.7 Het bestuur van een Centre of Competence is tevens bestuur van de Centres of Excellence binnen het desbetreffende Centre of Competence.

14.8 Het CoC-bestuur stelt de precieze afbakening van het Centre of Competence voor aan het IST, doet voorstellen voor nieuwe programma's en ontwikkelt een voorstel voor een leerstoelenstrategie.

14.9 Het CoC-bestuur stelt de voorstellen vast met unanimiteit van alle in functie zijnde leden. Ieder lid van het CoC-bestuur heeft één (1) stem. Bij ontbreken van unanimiteit komt geen voorstel tot stand en zal het CoC-bestuur het onderwerp voorleggen aan de Bestuurscommissie Onderzoek (IST).

14.10 Voorstellen van de besturen van de Centres of Competence/Centres of Excellence ten aanzien van de volgende onderwerpen worden aan de Bestuurscommissie Onderzoek voorgelegd:

- de bestuurlijke inrichting van de CoC's en CoE's;

- vaststelling van de CoC-domeinen;

- vaststelling van de leerstoelenstrategie;

14.11 De Bestuurscommissie Onderzoek zal de in het vorige lid genoemde voorstellen van advies voorzien en neerleggen bij het Dagelijks Bestuur. Het advies is in unanimiteit opgesteld.

CODE OF CONDUCT

Artikel 15.

15.1 Het Dagelijks Bestuur ontwerpt een gedragscode ("Code of Conduct") omtrent uitgangspunten voor gedragingen van bij de stichting betrokkenen binnen en jegens de stichting.

15.2 De Code of Conduct wordt van kracht nadat het door de de AB-vergadering bij volstrekte meerderheid, met in achtneming van het daaromtrent gestelde in het bestuursreglement, is goedgekeurd.

15.3 De Code of Conduct mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn.

15.4 Omtrent het proces van totstandkoming van de Code zijn nadere bepalingen opgenomen in het Bestuursreglement.

BOEKJAAR, JAARVERSLAG, REKENING EN VERANTWOORDING

Artikel 16.

Voor de onderwerpen boekjaar, jaarverslag, rekening en verantwoording wordt verwezen naar de Statuten van de Stichting financieel beheer van de Federatie in oprichting van Technische Universiteiten, gevestigd te Delft en opgericht de dato 18 oktober 2005.

STATUTENWIJZIGING

Artikel 17.

17.1 Het Algemeen Bestuur is bevoegd, met in achtneming van het daaromtrent gestelde in het bestuursreglement, te besluiten de statuten te wijzigen.

Bij de oproeping tot een AB-bestuursvergadering waarin een statutenwijziging zal worden voorgesteld, dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, te worden gevoegd.

17.2 De statutenwijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen 17.3 De procedure tot wijziging van Statuten en Bestuursreglement is nader omschreven in het Bestuursreglement.

ONTBINDING EN VEREFFENING

Artikel 18.

18.1 Het Algemeen Bestuur is bevoegd, met in achtneming van het daaromtrent gestelde in het bestuursreglement, de stichting te ontbinden.

18.2 De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan voor zover dit voor de vereffening van haar vermogen nodig is.

18.3 De vereffening geschiedt door het Dagelijks Bestuur tenzij bij het besluit tot ontbinding één of meer andere vereffenaars zijn benoemd.

18.4 Gedurende vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht.

18.5 De bestemming van een eventueel overschot na vereffening van de stichting wordt zoveel mogelijk overeenkomstig het doel van de stichting door de vereffenaars vastgesteld.

18.6 Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de stichting gedurende zeven (7) jaren berusten onder degene die daartoe door het bestuur is aangewezen.

SLOTBEPALING

Artikel 19.

In alle gevallen waarin de wet of deze statuten niet voorzien beslist het Algemeen Bestuur met in achtneming van het daaromtrent gestelde in het bestuursreglement.

SLOTVERKLARINGEN

Tenslotte verklaarden de comparanten:

a. dat het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur van de stichting in eerste samenstelling bestaat uit de volgende leden van de Colleges van Bestuur van de drie Technische Universiteiten:

1. de heer ir. G.J. van Luijk, Voorzitter van het College van Bestuur van de Technische Universiteit Delft;

2. de heer ing. A.H. Lundqvist, Voorzitter van het College van Bestuur van de Technische Universiteit Delft;

3. de heer dr. A.H. Flierman, Voorzitter van het College van Bestuur van de Universiteit Twente;

4. de heer prof.dr.ir. J.T. Fokkema, lid van het College van Bestuur en rector magnificus van de Technische Universiteit Delft;

5. de heer prof.dr. ir. C.J. van Duijn, lid van het College van Bestuur en rector magnificus van de Technische Universiteit Eindhoven;

6. de heer prof.dr. W.H.M. Zijm, lid van het College van Bestuur en rector magnificus van de Universiteit Twente,

7. de heer drs. P.M.M. Rullmann, lid van het College van Bestuur en Vice President for Education van de Technische Universiteit Delft;

8. de heer prof.dr. P.H.A.M. Verhaegen, lid van het College van bestuur van de Technische Universiteit Eindhoven.

9. de heer ir. K.J. van Ast, lid en vice-voorzitter van het College van Bestuur van de Universiteit Twente.

b. dat het eerste boekjaar van de stichting eindigt op één en dertig december tweeduizend zeven;

c. dat het eerste adres van de stichting is: C. Drebbelweg 9, 2628 CM Delft

SLOT

De comparanten zijn mij, notaris, bekend.

WAARVAN AKTE, in minuut verleden te ‘s-Gravenhage, op de datum in het hoofd van deze akte vermeld.

Alvorens over te gaan tot verlijden van de akte, heb ik, notaris, aan de comparanten mededeling gedaan van de zakelijke inhoud van de akte en daarop een toelichting gegeven en hen daarbij tevens gewezen op de gevolgen die voor partijen uit de inhoud van de akte voortvloeien.

De comparanten hebben daarna verklaard van de inhoud van de akte kennis te hebben genomen na daartoe tijdig tevoren in de gelegenheid te zijn gesteld, daarmee in te stemmen en op volledige voorlezing van de akte geen prijs te stellen.

Onmiddellijk na beperkte voorlezing is deze akte door de comparanten en mij, notaris, ondertekend.