Protocol Internationale Minor TW

Voor bachelorstudenten Technische Wiskunde die hun minorruimte willen gebruiken om een semester in het buitenland te studeren gelden de volgende regels:

·

De te bezoeken universiteit wordt besproken met de Coördinator Internationalisering, hieronder CI te noemen.

·

Met behulp van de CI wordt ook een voorlopig programma opgesteld. De minor moet aan de volgende eisen voldoen: samenhangend, op derdejaars niveau en bijdragen aan academische vorming.

·

Het minorprogramma in het buitenland omvat meestal 30 EC, op dit moment kan daarvan slechts 20 EC in het TW programma opgenomen worden. Als er 10 EC wiskundevakken worden gedaan die TW vakken kunnen vervangen dan kan hiertoe een verzoek worden ingediend bij de Examencommissie. In andere gevallen, of wanneer de examencommissie het verzoek afwijst, komen de 10 EC bovenop de 180 EC van het bachelorprogramma.

·

Het gehele programma moet door de examencommissie worden goedgekeurd.

·

Iedere student die een minor in het buitenland doet krijgt een TW mentor. Tenminste één keer per drie weken is er gedurende het buitenlands verblijf van de student e-mail contact met de mentor. Het initiatief hiervoor ligt bij de student. Dit contact behelst in elk geval de voortgang, de vakken, de begeleiding ter plaatse en andere zaken die voor het slagen van de minor van belang kunnen zijn. Het niet voldoen aan deze eis kan tot gevolg hebben dat de minor of een deel daarvan niet erkend wordt.

·

Indien ter plaatse mocht blijken dat het voorgenomen programma om wat voor reden dan ook niet of slechts gedeeltelijk uitgevoerd kan worden dan neemt de student onverwijld contact op met de mentor en de CI om alternatieven te onderzoeken. De mentor en de CI bespreken dit tevens met de bachelorcoördinator en zonodig de examencommissie.

·

Bij terugkomst rapporteert de student aan de mentor en de CI de behaalde resultaten.

·

De student schrijft over het verblijf in het buitenland een verslag waarin in elk geval aan de orde komen: het vakkenpakket, een beschrijving van de gastuniversiteit, de afdeling, de docenten en studenten van de gastuniversiteit. Ook praktische zaken, zoals huisvesting, reizen, visa e.d. dienen in dit verslag aan bod te komen.

·

Het verslag wordt door de mentor en de CI geaccordeerd alvorens de resultaten in Osiris worden ingevoerd.

·

Het verslag wordt na accordering door BOZ gearchiveerd zoals dit gebruikelijk is voor stage- en afstudeerverslagen.

·

De behaalde resultaten worden door BOZ in OSIRIS ingevoerd, doch uitsluitend op basis van gewaarmerkte certificaten van de gastuniversiteit.