2. Definities

Wet:

De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, afgekort tot WHW, staatsblad 593 en zoals sindsdien gewijzigd.

WSF2000:

De Wet Studiefinanciering 2000 (Staatsblad 286, 13-7-2000).

Studentenstatuut:

Deze regeling waarmee rechten en plichten van studenten bekend worden gemaakt en die is vastgesteld door het College van Bestuur na instemming door de Universiteitsraad (art. 7.59 WHW) en zoals deze nadien is gewijzigd.

Instelling:

Universiteit Twente (UT).

Faculteit:

Bestuurseenheid zoals bedoeld in art. 3 van het Bestuurs- en Beheersreglement (BBR).

Opleiding:

De opleiding bedoeld in de opleidingsspecifieke bijlage van de onderwijs- en examenregeling.

Prestatiebeurs:

Dat gedeelte van de beurs dat als rentedragende lening onder voorwaarden kan worden omgezet in een gift en in jaren gelijk is aan de nominale studieduur (WSF 2000).

Studiejaar:

Het tijdvak dat aanvangt op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende jaar.

Student:

Degene die als zodanig bij een opleiding staat ingeschreven in overeenstemming met artikel 7.34 en 7.37 van de WHW.

Student Union:

de Stichting Student Union Universiteit Twente, het overkoepelende orgaan voor studentenactivisme op de Universiteit Twente, verantwoordelijk voor o.a. de academische vorming van de student.

Extraneus:

Degene die als zodanig als extraneus aan de Universiteit Twente staat ingeschreven en heeft voldaan aan de betaling van het (wettelijk) examengeld (art. 7.36 WHW).

De Onderwijs en Examenregeling (OER)

Een regeling die de decaan voor elke opleiding of groep opleidingen vaststelt (art.7.13 WHW).

College van Bestuur:

Het College van Bestuur (CvB) van de Universiteit Twente.

Universiteitsraad:

Het centrale medezeggenschapsorgaan aan de Universiteit Twente.

Hoger Onderwijs:

Wetenschappelijk onderwijs (WO) en hoger beroepsonderwijs (HBO).

Algemene Wet
Bestuursrecht (AWB):

De Algemene wet bestuursrecht (Staatsblad 1992, 315).

Daar waar in deze regeling sprake is van 'de student', 'hij' en 'zijn', leze men ook 'de studente', 'zij' en 'haar'.

Daar waar in deze regeling sprake is van 'de student' wordt bedoeld student en extraneus, tenzij anders bepaald.