Regeling afstudeersteun voor internationale studenten
Regeling Afstudeersteun voor Internationale Studenten (RAVIS)
Leeswijzer
De regeling is bedoeld voor internationale studenten aan de UT. Deze studenten kunnen indien zij aan de voorwaarden van de regeling voldoen in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming in de vorm van afstudeersteun in het geval van ziekte tijdens de studie, overlijden van directe familie (beperkt) of wanneer zij bestuurswerk verrichten bij een door de UT erkende organisatie of vereniging. De erkende verenigingen en organisaties staan vermeld in de bijlage B van de Regeling Afstudeersteun van de UT.
Voor niet-EER studenten is de hoogte van de vergoeding vastgesteld op maximaal
€ 970 per maand en voor EER-studenten wordt het normbedrag basisbeurs (uitwonend) van de Wet Studiefinanciering 2000 gehanteerd.
Per september 2011 bedraagt die basisbeurs € 266,23 per maand. De aanvraag- en toekenningsprocedure voor afstudeersteun voor internationale studenten is vergelijkbaar met die van Nederlandse studenten.
Artikel 1. Ondersteuningsgerechtigden
1. |
Studenten met een andere nationaliteit dan de Nederlandse die geen recht hebben op de Nederlandse Wet Studiefinanciering 2000 (WSF 2000) die |
- |
zich regulier aan de UT inschrijven voor een bacheloropleiding dan wel masteropleiding in de voltijdse vorm - uitgezonderd die in postinitiële opleidingen - én |
- |
het door hen verschuldigde collegegeld hebben betaald én |
- |
niet in aanmerking komen voor financiële tegemoetkoming in de kosten van studievertraging van erkende bijzondere omstandigheden - waarvoor de aanvraag wordt ingediend - door andere bronnen zoals een werkgever of beursverstrekker |
kunnen vanaf 1 september 2004 gedurende de voor de opleiding vastgestelde nominale studieduur voor zoveel als mogelijk op de bepalingen en voorwaarden als neergelegd in de Regeling Afstudeersteun UT - met de in deze regeling RAVIS hiervan afwijkende bepalingen - voor deze regeling RAVIS in aanmerking komen voor financiële ondersteuning door de UT.
2. |
Voor afstudeersteun op grond van deze regeling RAVIS komen in aanmerking studenten ten aanzien van wie door het CvB is vastgesteld dat zich één of meer erkende omstandigheden heeft /hebben voorgedaan. |
Artikel 2. Erkende omstandigheden
De omstandigheden op grond waarvan van deze regeling RAVIS gebruik kan worden gemaakt zijn uitsluitend:
a. |
de in de bijlage B bij de Regeling Afstudeersteun UT toegelaten bestuursfuncties; |
b. |
ziekte en zwangerschap; |
c. |
overlijden van de partner, de ouders, kinderen en broer of zuster. |
Artikel 3. Omvang en voorwaarden ondersteuning
1. |
In afwijking van het ter zake bepaalde in de Regeling Afstudeersteun bestaat de afstudeersteun in eerste instantie uit een renteloze lening die wordt omgezet in een gift indien de student een bachelor- dan wel masteropleiding aan de UT met succes heeft afgerond. Voor het aangaan van de renteloze lening wordt tussen de student en de UT een overeenkomst gesloten. |
2. |
Indien de student de bachelor- dan wel masteropleiding aan de UT niet met succes afrondt dan dient hij na beëindiging van zijn inschrijving aan de UT de renteloze lening aan de UT terug te betalen. De terugbetaling aan de UT vindt plaats ineens plaats (één termijn) binnen één maand na uitschrijving bij de UT. |
3. |
De afstudeersteun bestaat uit het aantal maanden vastgestelde studievertraging vermenigvuldigd met het vastgestelde bedrag per maand. |
4. |
Indien betrokkene afkomstig is uit een niet EER-land bedraagt de uitkering: |
- |
Bij de omstandigheid genoemd in artikel 2a: |
- |
Bij de omstandigheden genoemd in artikel 2 b en c bedraagt de uitkering: |
Indien betrokkene afkomstig is uit een EER-land:
- |
Bij de omstandigheid genoemd in artikel 2a bedraagt de uitkering: |
- |
Bij de omstandigheden genoemd in artikel 2 b en c: |
Artikel 4. Aanvraagprocedure
1. |
De omstandigheden die worden aangemeld dienen tenminste een termijn van één maand afstudeersteun te rechtvaardigen. Aanvragen kunnen uitsluitend worden ingediend door middel van een formulier dat verkrijgbaar is bij de informatiebalie studentenbegeleiding. Bij de aanvraag dienen bewijsstukken, betrekking hebbende op de vertragende omstandigheid, te worden overgelegd, zulks naar genoegen van de Commissie Verlening Afstudeersteun (CVA). |
2. |
De student die afstudeersteun wenst aan te vragen voor de omstandigheden genoemd in artikel 2 b en c en voor bestuursactiviteiten met een toekenning per persoon moet dit uiterlijk doen binnen drie maanden na afloop van de te erkennen omstandigheid op grond waarvan hij die afstudeersteun wenst aan te vragen. |
De melding dient plaats te vinden uiterlijk in de maand volgend op de drie maanden waarin de vertraging zich heeft voorgedaan.
Indien de melding niet is gedaan bij de studentendecaan dan dient de student vóór de feitelijke aanvraag van de afstudeersteun eerst nog een gesprek met de studentendecaan te hebben.
De CVA kán besluiten niet tot toekenning van afstudeermaanden over te gaan bij het niet op tijd doen van de melding of het nalaten van de melding.
3. |
Bij het gebruik maken van aan verenigingsbesturen toegekende collectieve maanden dient de student zich bij die collectieve aanvraag aan te sluiten. Hierbij geldt eveneens een aanvraagtermijn van drie maanden na afloop van het bestuursjaar. Voor studenten die afstuderen of uitschrijven (b.v. de studiestaken) op het moment dat zij in het bestuur zitten, dient de aanvraag binnen 3 maanden na het afstuderen ingediend te worden. In dat geval is sprake van een afzonderlijke aanvraag door het bestuur voor afstudeersteun voor deze ene student. Het verzoek om afstudeersteun dient ondertekend te worden voor akkoord door alle andere bestuursleden. |
Artikel 5. Hardheidsclausule
Indien toepassing van deze regeling leidt tot onbillijkheden van overwegende aard kan de CVA namens het CvB in een voor de betrokkene gunstige zin afwijken van het in deze regeling bepaalde.
Artikel 6. Onvoorziene gevallen
In die gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist de CVA namens het CvB.
Artikel 7. Bezwaar
Tegen een besluit van of namens het College van Bestuur op een ingediend verzoek kan binnen 6 weken na de beslissing van of namens het College een bezwaarschrift bij het Klachtenloket worden ingediend.
Artikel 8. Beroep
De beslissing in bezwaar van het College van Bestuur wordt gegeven in de vorm van een voor beroep vatbare beschikking, onder vermelding van de bevoegde rechter en de beroepstermijn.
Artikel 9. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op 1 september 2011.
Artikel 10. Citeertitel
Deze regeling kan worden aangehaald als “Regeling Afstudeersteun voor Internationale Studenten (RAVIS), september 2011”.
ALGEMENE TOELICHTING
Vooralsnog is gestart met een regeling die voor één jaar gold aangezien er nog vrijwel geen ervaring was opgedaan met de combinatie internationale studenten en de eventuele studievertraging die zij oplopen.
Het studiejaar 2004-2005 is als proefjaar gebruikt. Na afloop van dat jaar is besloten de regeling te verlengen voor het studiejaar 2005-2006. Vervolgens heeft de regeling een permanent karakter gekregen.
De regeling dient gezien te worden als een vangnet voor internationale studenten.
De tegemoetkoming in de kosten voor opgelopen studievertraging heeft betrekking op de afgelopen periode waarin zich de vertragende omstandigheden voordeden.
De tegemoetkoming heeft nadrukkelijk geen betrekking op de nog komende periode waarin de opleiding wordt afgerond.
In de tegemoetkoming is geen bedrag opgenomen voor de collegegelden/tuition fee.
Deze regeling RAVIS zal Engelstalig verschijnen. De kernpunten van deze Regeling RAVIS zullen worden weergegeven in een Engelstalige brochure voor internationale studenten.
TOELICHTING OP DE REGELING ZELF
Aangesloten wordt bij de bestaande Regeling Afstudeersteun UT voor Nederlandse studenten. Deze regeling is terug te vinden in het Studentenstatuut van de UT. Bepaald is dat internationale studenten per 1 september 2004 voor zoveel als mogelijk op de bepalingen en voorwaarden zoals neergelegd in de Regeling Afstudeersteun UT voor financiële ondersteuning door de UT wegens bijzondere erkende omstandigheden in aanmerking kunnen komen. Dit betekent dat voor zoveel mogelijk de uitgangspunten van die regeling ook voor internationale studenten van toepassing zijn. Daar waar de voorwaarden voor internationale studenten evident afwijken van de Regeling Afstudeersteun UT zijn deze expliciet in deze regeling RAVIS opgenomen.
Vrijwillige en onvrijwillige omstandigheden
- |
Bij de tegemoetkoming in de kosten van studievertraging bij vrijwillige omstandigheden i.c. omstandigheden die de internationale student zelf bewust in het leven roept gaat het in het bijzonder om studenten-bestuursfuncties. |
- |
Bij de tegemoetkoming in de kosten van studievertraging bij onvrijwillige omstandigheden gaat het om opgelopen studievertraging veroorzaakt door "overmacht" (artikel 2 b en c). |
De hoogte van de afstudeersteun
Een regeling Afstudeersteun voor Internationale studenten is gecompliceerder dan voor Nederlandse studenten. Bij Nederlandse studenten is de compensatie gekoppeld aan de hoogte van de Studiefinanciering. Internationale studenten hebben vrijwel nooit de beschikking over de Nederlandse studiefinanciering zoals die geregeld is in de WSF 2000 (aantal jaren voorwaardelijke basisbeurs, vervolgens enkele jaren leenfaciliteit, OV-jaarkaart e.e.a. in combinatie met de diplomatermijn van 10 jaren voor omzetting in een gift van de basisbeurs). Deze vaststelling is belangrijk aangezien voor het op grond van de WHW kunnen verkrijgen van afstudeersteun er een directe koppeling moet zijn met het genieten van Nederlandse studiefinanciering. Veel studenten ontvangen echter wel een (deel)beurs van anderen dan de Nederlandse overheid in het kader van de WSF 2000.
Het gaat hier om verschillende beurzenverstrekkers aan internationale studenten.
De hoogte van het te vergoeden maandbedrag voor de RAVIS regeling is bepaald op € 970 per maand.
Bij een vergelijking met de WSF 2000 (basisbeurs uitwonend) is het van belang te constateren dat niet-EER studenten een zeer beperkte mogelijkheid hebben om gemaakte onkosten ten gevolge van opgelopen studievertraging met betaald werk in Nederland te compenseren.
De tegemoetkoming in de kosten van studievertraging is ook alleen redelijk indien de student zijn master-diploma hier ook daadwerkelijk behaalt. Tussentijds kan de student renteloos lenen van de UT. Bepaald is dat alleen na afronding van de studie de renteloze lening in een gift wordt omgezet.
Vrijwillige omstandigheden bij niet EER studenten:
De UT werkt met een geoormerkt jaarbudget voor steun bij bestuursfuncties en internationale studenten kunnen daarvan ook gebruik maken. Voor vrijwillige omstandigheden aan niet-EER studenten wordt 80% vergoed van het maximum maandbedrag van € 970. De student krijgt geen algehele financiële compensatie omdat de vrijwillige omstandigheid te zien is als een investering in de academische vorming waar de student ook zelf profijt van heeft. Bedacht dient te worden dat indien eenzelfde vergoeding zou worden gegeven als die aan Nederlandse studenten er zeer waarschijnlijk geen enkele internationale student aan bestuursactiviteiten zal deelnemen aangezien de kosten voor die student dan veel te hoog zijn.
Onvrijwillige omstandigheden bij niet EER-studenten:
Bij onvrijwillige omstandigheden (overmacht) wordt 100% vergoed van het maximum maandbedrag van € 970. Immers, voor het ontstaan van deze overmacht-omstandigheden kiest de student uiteraard niet.
EER-studenten:
Voor EER studenten geldt de hoogte van de basisbeurs (uitwonend) daar deze groep wel vrijelijk in Nederland mag werken, geen hoger collegegeld hoeft te betalen en in bepaalde gevallen bij de IBG-groep in aanmerking kan komen voor studiefinanciering dan wel een gedeeltelijke tegemoetkoming in collegegelden.
De uitvoering van de regeling ligt in handen van de CVA.