Regeling Afstudeersteun

TEKST VAN DE REGELING

NB. Uitsluitend ten behoeve van de eenvoud van formulering van de regeling is de mannelijke vorm voor personen gehanteerd; met deze aanduiding worden echter zowel mannen als vrouwen bedoeld.

Artikel 1. Algemene bepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.

De wet: de Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek (WHW).

b.

WSF2000: de Wet Studiefinanciering 2000 (Staatsblad 286, 13-7-2000).

c.

Universiteitsraad: de Universiteitsraad van de Universiteit Twente.

d.

CvB: het College van Bestuur van de Universiteit Twente, belast met het toekennen van afstudeersteun aan ondersteuningsgerechtigden.

e.

CVA: de Commissie Verlening Afstudeersteun zoals deze bij besluit van 10 september 2001 als gemandateerde Commissie door het College van Bestuur is ingesteld.

f.

FEZ: de concerndirectie Financieel Economische Zaken van de Universiteit Twente.

g.

DUO: Dienst Uitvoering Onderwijs, OC&W.

h.

Betrokkene: degene die een vertragende omstandigheid aanmeldt of heeft aangemeld of die een aanvraag voor afstudeersteun indient of heeft ingediend.

i.

Student: degene die als student is ingeschreven aan de Universiteit Twente.

j.

Afstudeersteun: de financiële ondersteuning die op grond van deze regeling door het CvB aan een student is toegekend.

k.

Ondersteuningsgerechtigde: de student aan wie door het CvB op grond van deze regeling afstudeersteun is toegekend.

l.

Omvang van de ondersteuning: de in maanden uitgedrukte afstudeersteun, gebaseerd op de erkende vertraging.

m.

Erkende vertraging: het aantal maanden dat een betrokkene vertraagd is geweest als gevolg van volgens de wet erkende omstandigheden.

n.

Erkende omstandigheid: de omstandigheden bedoeld in de bijlagen A en B van deze regeling.

o.

Afsluitend examen: het examen, bedoeld in artikel 7.10 lid 2 van de wet, zijnde de toestand dat alle tot een opleiding behorende tentamens met goed gevolg zijn afgelegd.

p.

Studiefinanciering: door de DUO verstrekte toekenning in verband met het volgen van een opleiding in het hoger onderwijs waarop uitsluitend op grond van de wet WSF2000 aanspraak bestaat.

q.

Gemengde studiefinanciering: door de DUO verstrekte studiefinanciering i.h.k.v. de Prestatiebeurs gedurende de nominale cursusduur die gedeeltelijk omzetbaar is in een gift.

r.

ECTS: European Credit Transfer System (af te korten tot EC = studiepuntensysteem).

Artikel 2. Grondslag van de regeling

De grondslag voor deze regeling is art. 7.51 van de wet i.c. het Profileringsfonds

Artikel 3. Ondersteuningsgerechtigden

1.

Voor afstudeersteun kunnen in aanmerking komen studenten ten aanzien van wie door het CvB is vastgesteld dat zich één of meer erkende omstandigheden, genoemd in de bijlagen A en B, hebben voorgedaan.

2.

Indien een student afstudeersteun wenst te ontvangen op grond van een functiestoornis of handicap dient eerst gebruik te worden gemaakt van de mogelijkheid tot verlenging van de door de DUO verstrekte gemengde studiefinanciering, alvorens een beroep wordt gedaan op aanvullende afstudeersteun krachtens de Regeling Afstudeersteun van de UT.

3.

Indien een student afstudeersteun wenst te ontvangen op grond van het vervullen van een functie, bedoeld in artikel 7.51.6 van de WHW i.c. een bestuursfunctie in een landelijke vereniging, dient de aanvraag bij de voor de uitvoering van dat artikel door het Ministerie aangewezen instantie te worden ingediend.

4.

Een recht op afstudeersteun in het kader van de Regeling Afstudeersteun, op grond van studievertraging door bijzondere omstandigheden genoemd in Bijlage A, kan uitsluitend ontstaan op grond van omstandigheden die zich hebben voorgedaan tijdens de periode waarin de betrokkene gemengde studiefinanciering genoot. Voorts dient de student in die periode aan de UT als student ingeschreven hebben gestaan en collegegeld aan de UT te hebben betaald.

Artikel 4. Erkende vertraging en omvang van de ondersteuning

1.

De erkende vertraging voor onvrijwillige omstandigheden (Bijlage A, 1c, 1d, 1e, 1f en 1h) is gelijk aan de uitkomst van de volgende formule:

erkende vertraging = (A x 5 - B) / 5, af te ronden op gehele maanden.

Daarbij is:

A =

het aantal maanden dat de student vertraagd is geweest op grond van een erkende omstandigheid,

B =

het behaalde aantal studiepunten gedurende de periode dat zich de erkende
omstandigheid heeft voor­gedaan.

Deze uitkomst kan, om recht te doen aan de wettelijk vereiste causale relatie tussen omstandigheid en vertraging, worden gecorrigeerd voor het voorafgaande studietempo, indien dit sterk afwijkt van het nominale tempo.

2.

De omvang van de ondersteuning voor onvrijwillige omstandigheden is gelijk aan het aantal maanden waarover voor de student een erkende vertraging is vastgesteld, eventueel onder aftrek voor vertraging die niet aan de erkende omstandigheid is te wijten.

3.

Indien een aanvraag is ingediend ten aanzien van erkende vrijwillige omstandigheden (1a en 1b genoemd in Bijlage A) waarvoor een forfaitaire termijn geldt krachtens bijlage B, wordt de omvang van de ondersteuning bepaald op het aantal maanden van die forfaitaire termijn.

4.

De totale omvang van de ondersteuning bedraagt voor de toegekende termijnen wegens punt 1a van bijlage A (i.c. het lidmaatschap van het bestuur van een studentenorganisatie van enige omvang met volledige rechtsbevoegdheid) en 1b van bijlage A alsmede de regeling Ondersteuning Topsport en Topcultuurbeoefening tezamen maximaal 24 maanden.

5.

Bij gelijktijdig optreden van de onder lid 3 bedoelde en andere, onvrijwillige, erkende omstandigheden vindt over die periode geen dubbeltelling plaats ten aanzien van het aantal te
erkennen maanden afstudeersteun.

Artikel 5. Aard en omvang van de afstudeersteun

De afstudeersteun bestaat uit een gift welke op verzoek van de ondersteuningsgerechtigde door de UT aan hem wordt verstrekt indien hij heeft voldaan aan de voorwaarden genoemd in deze
regeling.

De gift bestaat uit de volgen­de onderdelen:

a.

Een gedeelte ter hoogte van de basisbeurs, die de ondersteuningsgerechtigde in het kader van de WSF2000 tijdens de erkend vertraagde periode heeft ontvangen.

b.

Een gedeelte ter hoogte van de aanvullende beurs die de ondersteuningsgerechtigde in het
kader de WSF2000 tijdens de erkend vertraagde periode heeft ontvangen.

Artikel 6. Aanvraagprocedure

1.

Bij de aanvraag voor afstudeersteun dienen de volgende regels in acht genomen te worden:

a.

Een bestuur van een vereniging, organisatie (dan wel een aangewezen commissie) welke in aanmerking komt voor een collectieve forfaitaire ondersteuning in maanden dient jaarlijks uiterlijk binnen drie maanden na afloop van een bestuursperiode ( t.w. de met de verenigingen afgesproken peildatum) de volledige bestuurssamenstelling en verdeling van het hen toegekende aantal maanden over de bestuursfuncties en de commissies aan de CVA te zenden. Deze opgave van de vereniging wordt geacht de aanvraag van de student te zijn. Het gehele bestuur dient te verklaren - ook de bestuursleden die geen maanden aanvragen - dat de bestuursleden gedurende de gehele vermelde periode daadwerkelijk de functie hebben uitgeoefend. Ook dient het bestuur te verklaren dat de opgegeven onderlinge verdeling van de maanden ten opzichte van het totaal aantal voor het bestuur beschikbare afstudeermaanden een waarheidsgetrouwe afspiegeling vormt van de inspanningen van ieder bestuurslid afzonderlijk. Ten slotte dient te worden verklaard dat de verrichte inspanningen van elk bestuurslid afzonderlijk de toegekende afstudeermaanden rechtvaardigen.
Bij de opgave is van elke student een bericht van de DUO gevoegd, waaruit blijkt welke studiefinancieringsrechten de student had voor de hele aangevraagde periode.
Een uitloop van de aanvraagtermijn van drie maanden met één maand wordt alléén toegestaan onder oplegging van een strafkorting van 25% van het bedrag dat aan afstudeersteun zou zijn verkregen indien wél aan de uiterste aanvraagtermijn van 3 maanden zou zijn voldaan.

b.

Studenten die langer dan een jaar aansluitend eenzelfde functie binnen Categorie 5 of 6 (indeling in bijlage B.) vervullen, moeten binnen 3 maanden na afloop van deze periode afstudeersteun aanvragen.

c.

De student die een aanvraag voor afstudeersteun wil indienen op grond van onvoldoende studeerbaarheid van een deel (blok, trimester of semester) van het door hem gevolgde studieprogramma, dient dat te doen binnen drie maanden na afloop van de periode waarin de onvoldoende studeerbaarheid zich heeft voorgedaan.
Bij problemen met stage of afstudeeropdracht moet een aanvraag voor afstudeersteun binnen drie maanden na beëindiging van de stage of opdracht worden ingediend.

Daarnaast geldt een algemene verplichting voor de student om zodra zich een probleem met de studeerbaarheid van de opleiding voordoet dit probleem zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de betrokken opleidingsdirecteur te melden.
De aanvraagprocedure is dan als volgt:

1.

De student dient de aanvraag in bij CVA. De opleidingsdirecteur van de betreffende opleiding ontvangt een afschrift van de eigen verklaring van de student bij het in te dienen aanvraagformulier.

2.

De student ontvangt bericht van CVA met het verzoek toe te lichten welke afspraken zijn gemaakt met de opleidingsdirecteur om (verdere) vertraging te voorkomen.

3.

De student ontvangt een afschrift van de brief van de opleidingsdirecteur aan de CVA, waarin deze zijn opvatting geeft op de situatie die de student heeft ingebracht.

4.

De CVA beoordeelt de aanvraag en de reacties hierop.

5.

Indien nodig, dit ter beoordeling van de CVA, vindt er een hoorzitting plaats waarin zowel de student als de opleidingsdirecteur hun reacties kunnen toelichten. Zowel de student als de opleidingsdirecteur ontvangen hiervoor tijdig een uitnodiging. In deze hoorzitting stelt de CVA ook aanvullende vragen.

6.

Indien een hoorzitting heeft plaatsgevonden, ontvangen zowel de student als de OLD een beknopt verslag van de hoorzitting.

7.

CVA neemt besluit over het al of niet toekennen op basis van onvoldoende studeerbaarheid.

d.

De student die afstudeersteun wenst aan te vragen voor andere dan de hiervoor genoemde omstandigheden, bijv. voor ziekte en bijzondere familieomstandigheden en voor bestuursactiviteiten met een toekenning per persoon moet dit uiterlijk doen binnen drie maanden na afloop van de te erkennen omstandigheid op grond waarvan hij die afstudeersteun wenst aan te vragen.

Daarnaast geldt in het geval van bijzondere omstandigheden (zoals o.a. ziekte en familieomstandigheden) de algemene verplichting van de student dat hij bij de studentendecaan dan wel bij de studieadviseur van de opleiding melding maakt van die bijzondere omstandigheden als deze meer dan drie maanden duren.

De melding dient plaats te vinden uiterlijk in de maand volgend op de drie maanden waarin de vertraging zich heeft voorgedaan.

Indien de melding niet is gedaan bij de studentendecaan dan dient de student vóór de feitelijke aanvraag van de afstudeersteun eerst nog een gesprek met de studentendecaan te hebben.

De CVA kán besluiten niet tot toekenning van afstudeermaanden over te gaan bij het niet op tijd doen van de melding of het nalaten van de melding.

2.

De omstandigheden die worden aangemeld dienen tenminste een termijn van een maand afstudeersteun te rechtvaardigen. Aanvragen kunnen uitsluitend worden ingediend door middel van een formulier dat verkrijgbaar is bij de informatiebalie studentenbegeleiding.
Bij de aanvraag dienen bewijsstukken, betrekking hebbende op de vertragende omstandigheid, te worden overgelegd, zulks naar genoegen van de CVA.
Bij de aanvraag dient de student het bericht van de DUO te voegen waaruit blijkt welke studiefinancieringsrechten de student had of zou hebben gehad in de periode waarin de vertraging plaatsvond.

3.

Onvolledige aanvragen worden niet in behandeling genomen. Betrokkene wordt in de gelegenheid gesteld een verzuim te herstellen.

4.

De aanvrager is verplicht alle door de CVA verlangde informatie verband houdend met de beoordeling van zijn aanvraag aan de CVA te verstrekken. De student geeft ook aan zijn bankrekeningnummer alsmede zijn Burgerservicenummer en - als hij geen uitkering ineens wil - in hoeveel termijnen hij de afstudeersteun uitbetaald wenst te krijgen.

5.

Indien betrokkene een aanvraag indient op grond van ziekte, functiestoornis of handicap dan overlegt de student tevens een daarop betrekking hebbende verklaring van zijn behandelend arts of therapeut. Indien de behandelend arts weigert een verklaring af te geven dan dient de student zich bij de Studentendecaan te melden.

6.

De uitkering van de toegekende afstudeersteun vindt per erkende omstandigheid plaats in de vorm van een uitkering ineens, tenzij de student uitdrukkelijk anders verzoekt.

Artikel 7. Beslissing op de aanvraag

De CVA constateert of de aangemelde omstandigheid in aanmerking komt voor het toekennen van afstudeersteun. In dat geval bepaalt de CVA als gemandateerde Commissie van het CvB de omvang van de ondersteuning in maanden en de omvang van de afstudeersteun in geld en legt een en ander binnen tien weken na ontvangst van de volledige aanvraag vast in een beschikking namens het CvB. In de beschikking wordt tevens aangegeven wanneer en op welke bankrekening de uitbetaling aan de student plaatsvindt.

Bij een aanvraag van een student voor afstudeersteun op grond van onvoldoende studeerbaarheid legt de CVA deze aanvraag en ondersteunende stukken voor aan de betrokken faculteit en stelt hiermede de faculteit in de gelegenheid zijn standpunt aan de CVA kenbaar te maken.
De CVA geeft in de beschikking namens het CvB de overwegingen en de nadere overwegingen uitvoerig weer. Artikel 8 is van toepassing.

Artikel 8. Bezwaar en beroep

1.

Bij verzending van de beschikking namens het CvB als bedoeld in artikel 7 wordt de aanvrager erop gewe­zen dat tegen de beschikking bezwaar bij het Klachtenloket UT aanhangig kan worden gemaakt. Het be­zwaar kan aanhangig worden gemaakt gedurende zes weken na de dag waarop de beschikking aan de aanvrager is toegezonden.

2.

Het Klachtenloket UT bevestigt schriftelijk de ontvangst van een bezwaarschrift als bedoeld in het eerste lid. Het CvB beslist, na advies van de Geschillenadviescommissie, binnen tien weken vanaf de dag na ontvangst van het bezwaarschrift.

3.

Bij het verzenden van de beslissing op het bezwaarschrift wordt de aanvrager erop gewezen dat hij tegen de beslissing binnen zes weken na de dag waarop de beschikking aan de aanvrager is toegezonden beroep kan instellen bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs bedoeld in artikel 7.64 van de wet.

4.

De hoofdstukken 6 en 7 van de Algemene Wet Bestuursrecht zijn van toepassing.

Artikel 9. Hardheidsclausule

Indien toepassing van deze regeling leidt tot onbillijkheden van overwegende aard kan de CVA in een voor de betrokkene gunstige zin afwijken van het in deze regeling bepaalde.

Artikel 10. Onvoorziene gevallen

In die gevallen waarin deze regeling niet voor­ziet, be­slist de CVA namens het CvB.

Artikel 11. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op 1 september 2011.

Artikel 12. Citeertitel

Deze regeling kan worden aangehaald als "Regeling Afstudeersteun Universiteit Twente, september 2011 ".