Ik ben de stem die roept
'Ik ben de stem die roept'. Zo omschrijft Johannes aan de mensen wie hij is. Wat zijn functie is. Waarom hij doet wat hij doet. Het zijn woorden van de profeet Jesaja die Johannes hier citeert. Woorden van een profeet eeuwen voor hem. Woorden die hij nodig acht op dat moment, op die plaats, te herhalen. Want ze doen ertoe..
Weer eeuwen na Johannes lezen wij de verhalen, die al zo lang worden herhaald. Johannes spreekt de eeuwenoude woorden en past ze toe op zichzelf. En daarin zit toch een verschil.
Wanneer we verhalen lezen, blijven we buitenstaander van dat wat er gebeurt in het verhaal. We leven mee, maar we zijn er geen onderdeel van. Wanneer we de woorden spreken, zijn we het verhaal. Met hart en ziel, lijf en leden, onze eigen wil en onwil. Dan maken we deel uit van het verhaal dat al eeuwenlang verteld wordt.
In de drukte van alledag vergeten we zo gemakkelijk dat een verhaal horen iets anders is dan een verhaal vertellen. Maar het verhaal van de geboorte van de Messias Jezus, zoon van Maria en Jozef, zoon van God, gaat niet buiten ons om. Dat verhaal heeft stem nodig. Want het woord moet doorgaan. Gods werk van genade moet doorgaan in een wereld van pijn en verdriet - in óns midden. Er moet een weg voor gebaand worden.
Johannes spreekt de woorden van de profeet. Durven wij de woorden van Johannes te spreken? Ik doe mee aan dit verhaal. Ik zet me hier voor in. Ik ben de stem die roept: Maak recht de weg van de Heer. Durven wij dat hardop te zeggen? Durf ik dat?
Laten we dat proberen in onze eigen wereld, met Gods zegen. Want zo wil Hij met ons zijn: als kracht, moed en inspiratie. Om tot zegen te kunnen zijn.