Samenvatting APA-regels

BEKNOPTE WEERGAVE VAN APA-REGELS VOOR VERSLAGLEGGING EN REFERENTIES SCHRIJVEN*

1 Algemeen

In deze samenvatting zijn de richtlijnen van de publication manual van de American Psychology Association (APA) opgenomen. Deze samenvatting is vooral gericht op de standaarden die gehanteerd worden voor referenties en verwijzingen. Er wordt echter ook kort aandacht besteed aan de gebruikelijk opzet van een document volgens de APA-richtlijnen.

Een referentie is een beschrijving van een publicatie (boek, artikel, web-document, videoband etc.) die zodanig is dat de betreffende publicatie teruggevonden kan worden.

Referenties zijn om een aantal redenen belangrijk. Ze geven anderen de eer die hen toekomt, laten zien waar informatie vandaan komt en maken het mogelijk om hetgeen in een rapportage aan de orde is te controleren en eventueel te herhalen. Voor wetenschappelijk onderzoek is controleerbaarheid een belangrijk criterium. De geloofwaardigheid van een rapportage wordt hierdoor beïnvloed. Als referenties zowel inhoudelijk als qua vormgeving goed zijn, wordt de rapportage ten goede beïnvloed; als ze slecht zijn ten kwade.

Voor het schrijven van referenties en verwijzingen zijn er verschillende standaarden ontwikkeld. Het gebruik van dergelijke standaarden heeft als voornaamste voordeel dat er voor lezer van het artikel meer duidelijkheid wordt geschapen. Het is helder of iemand verwijst naar een boek of artikel, en of er wordt verwezen naar iemands achternaam of voornaam. Dit maakt voor andere onderzoekers die geïnteresseerd zijn in een onderzoek het makkelijker om eventuele referenties te achterhalen.

De APA-richtlijnen zijn een belangrijke standaard voor de sociale wetenschappen. Veel wetenschappelijke tijdschriften stellen als eis dat onderzoekers artikelen indienen in de APA-style. Deze criteria zijn vaak opgenomen op de omslag van het tijdschrift. In de APA-manual wordt uitvoerig ingegaan op het schrijven van referenties. Het minimum aan regels waaraan voldaan moet worden volgt hieronder. Dit minimum voldoet meestal, maar in een enkel geval zal toch de APA-manual geraadpleegd moeten worden. In de APA-manual staan op blz. 181-222 (4e editie) en op blz. 232-281 (5e editie) veel voorbeelden van en varianten op onderstaande algemene vormgeving van referenties.

2. Verwijzingen in de tekst

In teksten wordt verwezen naar de geraadpleegde literatuur door auteur, jaar en eventueel pagina’s aan te geven. Door verwijzingen op te nemen is het voor de lezer helder waar de ideeën en resultaten van onderzoek opgenomen in de tekst vandaan komen. De manier waarop verwijzingen worden opgenomen, hangt af van het verloop van de tekst.

Als een specifiek gedeelte van een bron geciteerd wordt, moet ook het paginanummer in de verwijzing worden opgenomen. Bij elektronische bronnen, die geen paginanummers geven, gebruik wanneer aanwezig het paragraaf nummer, voorafgegaan door het "¶"symbool of de afkorting para.

Als er sprake is van meer auteurs noem ze dan ook. In principe gaat dat op dezelfde wijze als in de gegeven voorbeelden. Dus: Jansen en De Vries (1989) enz.

Als het om meer dan twee en minder dan zes auteurs gaat moeten bij de eerste verwijzing in de tekst alle namen genoemd worden en bij latere verwijzingen alleen de eerste auteur gevolgd door et al. Als er meer dan zes auteurs zijn dan wordt, alleen de naam van de eerste auteur genoemd, gevolgd door et al.

Soms moet verwezen worden naar uitgaven van instellingen. In zo’n geval wordt de naam van de instelling als auteursnaam beschouwd. De eerste keer dat naar zo’n instelling verwezen wordt moet de naam van de instelling voluit gepresenteerd worden met daarachter het eventuele acroniem; daarna kan met de afkorting volstaan worden.

Als er geen auteur is wordt verwezen met behulp van de eerste woorden uit de titel.

Een probleem kan zich voordoen als verschillende werken van een auteur gebruikt worden die in hetzelfde jaar verschenen zijn. In dat geval komen er kleine letters achter het jaar van publicatie te staan. Dit moet zowel in de verwijzingen in de tekst als in de lijst met referenties gebeuren. Verder gelden voor het maken verwijzingen dezelfde regels als hiervoor gegeven werden.

Voorbeeld:

-

Jansen (1989a)

-

Jansen (1989b)

3. De lijst met referenties

De referentielijst wordt achter in de rapportage opgenomen. Deze lijst bestaat uit titelbeschrijvingen of referenties die er als volgt uit moeten zien:

1.

De beschrijving van een boek ziet er in principe als volgt uit:

auteur, initialen (jaar) . titel. plaats: uitgever.

Let op de spaties, punten en komma’s en maak de titel cursief.

2.

De beschrijving van een tijdschriftartikel ziet er in principe als volgt uit:

auteur, initialen (jaar) . titel van het artikel. Naam van het tijdschrift, jaargang(afleveringsnummer), pagina’s.

Let ook hier weer op spaties, komma’s en punten en vergeet niet de naam van het tijdschrift en de jaargang cursief te zetten.

Het verschil tussen een jaargang en afleveringsnummer blijkt niet altijd duidelijk te zijn. Een jaargang verwijst naar het aantal jaren dat een tijdschrift wordt uitgegeven. Het afleveringsnummer verwijst naar het nummer van een aflevering in het betreffende jaar.

3.

De beschrijving van een online document ziet er als volgt uit:

Auteur, initialen (jaar). titel. Verkregen op dag, maand, jaar van <<URL web-site>>.

4.

De beschrijving van een online artikel ziet er in principe als volgt uit:

Auteur, initialen (jaar). titel. Naam van het tijdschrift, Jaargang (afleveringsnummer), pagina’s. Verkregen op dag, maand, jaar van <<URL web-site>>.

-

Vergeet bij een online-document of artikel niet om aan te geven wanneer deze gevonden is op het Internet. Als er van een elektronische tijdschrift ook een papieren versie bestaat, hoeft alleen naar de papieren versie te verwezen worden(!) en kan men achter de titel van het artikel "[electronic version] of [elektronische versie]" plaatsen. Als er geen papieren versie bestaat, moet naar het URL van het artikel verwezen worden.

-

Als men binnen een URL naar een volgende regel wil gaan, doe dat dan na een slash of voor een punt. Gebruik geen streepje.

-

Maak een referentie naar informatie van een web-site altijd zo specifiek mogelijk. Verwijs je alleen naar een web-site, om deze als voorbeeld te geven, neem dan het URL op in je lopende tekst.

-

Als document van een complexe web-site van een grote organisatie komt, identificeer dan in de referentie ook de organisatie. (zie voorbeeld in bijlage)

De uiteindelijke lijst van referenties moet aan een aantal eisen voldoen. Dat zijn de volgende:

-

alle in de rapportage gebruikte, genoemde literatuur moet vermeld worden (niet meer en niet minder)

-

de lijst moet alfabetisch gerangschikt zijn

-

de referentie begint bij de linkermarge, maar de volgende regel(s) van een referentie moet(en) 3 posities inspringen

-

gebruik in titels van boeken en artikelen alleen een hoofdletter voor het eerste woord van titel en subtitel. Gebruik in namen van tijdschriften hoofdletters voor alle woorden in de titel met uitzondering van voorzetsels en lidwoorden.

-

na ieder leesteken moet een spatie komen (tenzij er nog een leesteken op volgt).

-

De rangschikking van voorvoegels van achternamen (bijv. Van, van de, de,) hangt af van de wijze waarop het voorvoegsel gebruikt wordt in het taalgebruik van de betreffende auteur. Als het voorvoegsel een normaal onderdeel uitmaakt van de achternaam, dan wordt dit voor de achternaam geplaatst en in de alfabetisering betrokken.

-

Academische titels zijn geen onderdeel van de referentie.

-

Als er meerdere auteurs in een referenties staan, wordt voor de laatste auteur, het &-teken geplaatst. Ook bij verwijzingen die tussen haakjes staan, wordt een &-teken geplaatst.

-

Als er geen jaartal bij een boek, artikel of elektronisch document staat zet dan op de plek van het jaartal (z.d.) of (n.d.). Dit staat voor 'zonder datum' of 'no date'.

-

Als er geen auteur bekend is, zet dan de gehele titel op de plek van de auteur. Gebruik (delen van) de titel ook in de verwijzing in de tekst.

Voorbeelden van verwijzingen en referenties zijn te vinden in bijlage 1.

4. Verslaglegging

Een rapportage bestaat wat betreft de opbouw uit de volgende onderdelen:

titelblad geeft informatie over het onderwerp, de auteur en de tijd van rapportage

samenvatting beknopte weergave van vraagstelling, aanpak en resultaten (120 woorden)

methode beschrijving en verantwoording van de gevolgde methode (dus: hoe is het gedaan en waarom is het zo gedaan?)

resultaten geven weer wat met de gevolgde methode gevonden is (feiten)

discussie verbanden worden gelegd tussen feiten; er wordt geïnterpreteerd en geconcludeerd (in de praktijk wordt vaak een apart deel van de rapportage gewijd aan conclusies; dit komt dan tussen resultaten en discussie te staan). Een nabeschouwing kan in deze paragraaf opgenomen worden, maar kan ook apart gegeven worden.

referenties lijst waarin alle gebruikte literatuur vermeld staat

bijlagen deze kunnen zeer uiteenlopend van aard zijn

Deze onderdelen komen niet altijd allemaal in een verslag voor. Wat er wel en niet in voorkomt is afhankelijk van het type rapportage. Enkele typen zijn: verslag van een empirische studie (onderzoek), review artikel (literatuuroverzicht), populair-wetenschappelijk verhaal, nota’s, stage/reisverslagen etc.

Wat betreft de vormgeving geeft de APA-manual op 258-272 (4e editie) en blz. 306-320 (5e editie) een zeer duidelijk overzicht. Daarin zijn tevens verwijzingen opgenomen naar de paragrafen waarin verschillende aspecten behandeld worden. Enkele belangrijke algemene principes zijn:

-

titel moet de inhoud kernachtig in maximaal 12-15 woorden weergeven

-

op titelblad moet staan: titel, auteur, jaar, plaats, instelling

-

gebruik steeds dezelfde tijd: dus niet tegenwoordige tijd en verleden tijd doorelkaar heen

-

paragrafen moeten in kopjes herkenbaar zijn

-

niveaus moeten in kopjes herkenbaar zijn

-

dubbele regelafstand, marges 2.54 cm en blz. nummeren

-

nieuwe alinea’s altijd beginnen met 5 spaties inspringen

-

tabellen en schema’s moeten genummerd zijn, voorzien van titel en uitleg en aangegeven in tekst (zie voor precieze lay-out tabellen APA-manual, blz. 147-176 (5e editie).

-

bijlagen moeten voorzien zijn van titel, auteursnaam en jaartal

Deze richtlijnen gelden in de eerste plaats voor drukproeven, bijvoorbeeld het aanleveren van een artikel bij een wetenschappelijk tijdschriften. Studenten kunnen voor de leesbaarheid van hun producten afwijken ten aanzien van de regels voor de regelafstand en marges.

Bijlage 1: Voorbeelden referenties volgens APA

Omschrijving

Referentie

Verwijzing

Boek van één auteur

Bandura, A.J. (1977). Social learning theory. Englewood Cliffs, NJ: Prentice Halls.

(Bandura, 1977) of geplaatst in zin: “volgens Bandura (1977) is”

Bij citaat of verwijzen naar specifiek deel in tekst gebruik

(Bandura, 1977, p. 8)

Tijdschriftartikel van één auteur (nummering per volume)

Mellers, B.A. (2000). Choice and the relative pleasure of consequences. Psychological Bulletin, 126, 910-924.

(Mellers, 2000) of geplaatst in zin: “volgens Mellers (2000) is”

Tijdschriftartikel van twee auteurs (nummering per issue)

Klimoski, R., & Palmer, S. (1993). The ADA and the hiring process in organizations. Consulting Psychology journal: Practice and Research, 45(2), 10-36.

(Klimoski & Palmer, 1993) of geplaatst in zin:

“volgens Klimoski en Palmer (1993) is”

Hoofdstuk van één auteur uit een geredigeerde bundel.

Bjork, R.A. (1989). Retrieval inhibition as an adaptive mechanism in human memory. In H.L. Roediger III & F.I.M. Craik (eds.), Varieties of memory & consiousness (pp. 309-330). Hillsdale, NJ: Erlbaum.

Bjork (1989) of geplaatst in zin:

“volgens Bjork (1989) is”

Tijdschriftartikel van drie tot zes auteurs

(idem voor boek)

Saywitz, K.J., Mannarino, A.P., Berliner, L., & Cohen, J.A. (2000). Treatment for sexually abused children and adolescents. American Psychologist, 55, 1040- 1049.

Eerste verwijzing:

(Saywitz, Mannarino, Berliner & Cohen, 2000)

verdere citaties: Saywitz et al. (2000)

Instantie of groep als auteur

Centraal bureau voor de statistiek (1998). Jaarboek onderwijs 1998 : feiten en cijfers bijeengebracht door het CBS. Alphen aan den Rijn: Samsom H.D. Tjeenk Willink.

Eerste verwijzing:
(Centraal bureau voor de statistiek [CBS],1998)

Daarna: (CBS, 1998)

Krantenartikel

Schwartz, J. (1993, September 30). Obesity affects economic social status. The Washington Post, pp. A1,A4.

Als artikel niet verder gaat op de eerstvolgende pagina, geef dan alle paginanummers aan.

Schwartz (1993)

Elektronisch artikel met precies dezelfde papieren versie

VandenBos, G., Knapp, S., & Doe, J.(2001). Role of reference elementsin the selection of resources by psychology undergraduates [Elektronische versie]. Journal of Bibliographic Research, 5, 117-123.

(VandenBos, Knapp, & Doe 2001)

Elektronisch artikel zonder papieren versie

Fredrickson, B. L. (2000, March 7). Cultivating positive emotions to optimize health and well-being. Prevention & Treatment, 3, Article 0001a. Verkregen op 20 november, 2000, via http://journals.apa.org/prevention/volume3/pre0030001a.html

Fredrickson (2000)

Bij citatie,waarbij paragraafnummer bekend is:

Fredrickson (2000, ¶ 5)
Fredrickson (2000, Conclusion section, para.1)
Paragraaf kan worden aangegeven door ¶ of para.

Elektronisch document van een universiteit of faculteit

Chou, L., McClintock, R., Moretti, F., & Nix, D. H. (1993). Technology and education: New wine in new bottles: Choosing pasts and imagining educational futures. Verkregen op 24 augustus, 2000, via Columbia University, Institute for Learning Technologies Web site: http://www.ilt.columbia.edu/publications/papers/newwine1.html

Eerste verwijzing:

Chou , McClintock, Moretti en Nix (1993)

Daarna: Chou et al. (1993)

Elektronisch document waarbij geen auteur of datum bekend is.

GVU's 8th WWW user survey. (z.d.). Verkregen op 8 augustus, 2000, van http://www.cc.gatech.edu/gvu/ usersurveys/survey1997-10/.

Bij een Engelstalige scriptie:

GVU's 8th WWW user survey. (n.d.). Retrieved August 8, 2000, from http://www.cc.gatech.edu/gvu/ usersurveys/survey1997-10/.

(“GVU’s 8th WWW”, z.d.)

(“GVU’s 8th WWW”, n.d.)

* Bij het schrijven van deze pagina is dankbaar gebruik gemaakt van: Knippenberg, H.M. (1989). Gids voor het opsporen en verwerken van literatuur over opvoeding, vorming en onderwijs. Nijmegen: Katholieke Universiteit Nijmegen, Pedagogische Wetenschappen en Galen, G.P., Van, & Knippenberg, H.M. (2002). Vademecum literatuurvaardigheden: gids voor het opsporen en verwerken van Psychologische literatuur (13e ed.). Nijmegen.