Veni-subsidie voor 5 jonge UT'ers

woensdag 4 november 2009

Vijf jonge, talentvolle onderzoekers van de Universiteit Twente krijgen dit jaar een Veni-subsidie van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Elke onderzoeker ontvangt 250.000 euro. Met dat geld kunnen de wetenschappers drie jaar onderzoek bekostigen.

De Veni-subsidie is een van de drie subsidievormen van de Vernieuwingsimpuls en is bestemd voor talentvolle jonge onderzoekers. De andere twee subsidies zijn de Vidi-subsidie (voor ervaren postdocs) en de Vici-subsidie (voor zeer ervaren onderzoekers). De Vernieuwingsimpuls is opgezet in samenwerking met het Ministerie van OCW, de KNAW en de universiteiten.
Dit jaar gaan vijf Veni-subsidies naar onderzoekers van de Universiteit Twente. De vijf gehonoreerde onderzoekers zijn Edwin van Asseldonk, Dries Faems, Katia Bertoldi, Mark Huijben en Laura Kallenberg. Hieronder volgt een kort overzicht van het onderzoek waaraan ze werken.

Edwin van Asseldonk

Edwin van Asseldonk van de vakgroep Biomechanical Engineering, promoveerde in 2008 op de looprobot Lopes. Deze robot ondersteunt patiënten die moeite hebben met lopen als gevolg van een beroerte. De robot vormt als het ware een extra paar benen voor de patiënt, en werkt op basis van het principe 'Assist As Needed'. Dit houdt in dat de patiënt zelf actief beweegt en de robot de patiënt alleen ondersteunt daar waar het nodig is. Aan het herstel van functie in de benen ligt verandering in de hersenen ten grondslag. De niet aangedane hersengebieden nemen (deels) de functie van de aangedane hersengebieden over.

Van Asseldonk brengt het onderzoek nu een stap verder. Namelijk door ook gebruik te maken van elektrostimulatie. Hierbij worden twee elektroden op de hoofdhuid van de patiënt geplaatst waardoorheen stroompjes lopen. Van Asseldonk: 'Door de elektrostimulatie worden de hersenen van patiënten prikkelbaarder, waardoor ze tijdelijk eenvoudiger gestimuleerd kunnen worden door de patient zelf.' Dit effect wil Van Asseldonk gebruiken om patiënten nog beter te kunnen trainen. Met zijn Veni-subsidie wil hij verder werken aan zijn onderzoek. 'Het zou zomaar kunnen dat ik hier nog heel lang mee bezig ben. Ik ben nog lang niet uitgekeken op dit terrein.' Voor van Asseldonk kwam de toekenning van de subsidie overigens als een verrassing. 'Ik was echt heel erg blij toen ik het hoorde dat ik een Veni had gekregen, ik had mijn kansen van tevoren niet hoog ingeschat,'

Dries Faems

De integratie van kleine hightech start-ups in grote gevestigde bedrijven blijkt geen sinecure. Verschillen in cultuur, structuur en strategie tussen de betrokken partijen maken dat in meer dan de helft van zulke overnames de beoogde innovatieve meerwaarde niet wordt gerealiseerd.

Dries Faems, werkzaam bij de vakgroep Operations, Organisations, and Human Resources, bekijkt in zijn Veni-onderzoeksproject hoe samenwerkingsprocessen tussen hightech start-ups en grote gevestigde bedrijven voor de overname het integratieproces na de overname kunnen beïnvloeden. Met behulp van procesonderzoek binnen verschillende technologische innovatieprojecten wil hij bijvoorbeeld nagaan in welke mate het opbouwen van een vertrouwensrelatie in vroegere samenwerkingsprojecten het integratieproces na de overname bespoedigt of juist afremt.

Faems zegt zijn Veni-honorering te danken te hebben aan de vernieuwende procesbenadering die hij toepast. 'De NWO jury liet weten dat mijn onderwerp maatschappelijk zeer relevant is en de bevindingen van groot belang kunnen zijn voor bedrijven.'

Katia Bertoldi

Katia Bertoldi werkt bij de vakgroep Multiscale Mechanics en kreeg haar Veni-subisidie voor haar onderzoek naar een nieuwe klasse kunstmatige materialen. Deze materialen bevatten zogenaamde 'instabiliteiten'. 'Dat houdt in dat de eigenschappen dramatisch veranderen zodra je er bijvoorbeeld kracht op uitoefent of de temperatuur ervan verhoogt.' Het gaat dan onder meer om materialen die onder normale omstandigheden licht van een bepaalde golflengte doorlaten, maar dat opeens niet meer doen als je een kracht op het materiaal uitoefent. Bertoldi: 'Deze eigenschappen kun je bijvoorbeeld gebruiken om een aan-uit-schakeling te creëren.' Verder werkt de van oorsprong Italiaanse onderzoekster onder andere aan materialen die opzwellen als ze worden uitgerekt.

Op termijn hoopt Bertoldi dat 'haar materialen' op allerlei plaatsen toegepast zullen worden. Maar deze doorontwikkeling zal waarschijnlijk door anderen moeten gebeuren. 'Zelf houd ik toch het meest van het echte fundamentele onderzoek.'

Bertoldi is erg blij met de toekenning van de Veni-subsidie, maar het is nog maar de vraag of ze uiteindelijk echt gebruik kan maken van de 250.000 euro. Nadat ze het onderzoeksvoorstel bij NWO heeft ingediend is ze gevraagd of ze assistant professor op de toonaangevende universiteit Harvard wilde worden; een baan die ze niet kon laten schieten. Mocht ze geen gebruik van de persoonsgebonden subsidie kunnen maken, heeft ze er in ieder geval iets van geleerd. 'Het was het eerste onderzoeksvoorstel dat ik schreef om geld voor mijn onderzoek op te halen. Ik ben dan ook blij dat het gelukt is.'

Mark Huijben

Energie wordt schaars. Hierdoor zullen we de beschikbare energiebronnen veel efficiënter moeten gebruiken. Mark Huijben van de Inorganic Materials Science Group onderzoekt of verwaarloosde afvalwarmte hergebruikt en omgezet kan worden naar bruikbare energie.

Als voorbeeld hoe 'afvalwarmte' ontstaat noemt Huijben de opwekking van energie in een verbrandingsmotor van een auto. 'Slechts 40 procent van de brandstof wordt écht gebruikt. De overige 60 procent gaat verloren als warmte, die de auto onder andere verlaat via de uitlaat. Door een gedeelte van die warmte weer om te kunnen zetten in bruikbare energie kun je de efficiëntie van een systeem drastisch verbeteren.'

Met de Veni-subsidie wil Huijben onderzoek doen naar nieuwe zogenaamde thermo-elektrische materialen. Dit zijn materialen die warmte om kunnen zetten naar bruikbare energie. Huijben werkt hierbij met oxidische materialen, waarvan hij multilagen maakt met behulp van een techniek die gepulste-laser-depositie heet.

Mark Huijben is, naast universitair docent, ook programmadirecteur van een nieuwe onderzoeksrichting van het MESA+ Instituut voor Nanotechnologie die 'NanoMaterials for Energy' heet.

Laura Kallenberg

Laura Kallenberg is werkzaam bij Roessingh Research and Development (RRD) en sleepte een Veni-subsidie in de wacht voor haar onderzoek naar het herstel van bewegingen na een herseninfarct. 'Ik was aangenaam verrast en had het niet verwacht,' geeft de gelukkige onderzoekster als reactie op de toekenning van de subsidie.

Kallenberg studeerde Elektrotechniek aan de UT en begon haar carrière bij RRD al tijdens haar afstudeerfase. Daarna bleef ze er werkzaam. In maart 2007 promoveerde ze aan de UT op onderzoek dat ze bij het RRD uitvoerde. Sindsdien zet ze er haar eigen onderzoekslijn op, waarbij ze wederom samenwerkt met de UT. Haar onderzoek richt zich op het herstel van bewegingssturing na centraal-neurologische aandoeningen, zoals een herseninfarct. 'Om patiënten optimaal te kunnen behandelen is het noodzakelijk om te snappen hoe de herstelmechanismen na een herseninfarct werken.' Kallenberg wil deze mechanismen beter begrijpen, waardoor uiteindelijk betere therapieën ontwikkeld worden.

Met de Veni-subsidie gaat ze haar onderzoek, dat uit twee delen bestaat, verder uitbreiden. Enerzijds wil ze met haar groep een techniek ontwikkelen die de achterliggende herstelmechanismen in kaart kan brengen. Anderzijds gaat ze patiënten gedurende een langere periode volgen en om te zien hoe ze herstellen. Hiermee hoopt ze de prognoses voor herstel te kunnen verbeteren.

Kallenberg voelt zich erg thuis in de medische onderzoekswereld. 'Ik hoop dat ik in de komende jaren de groep kan blijven uitbreiden en misschien ben ik over een aantal jaren zelf wel hoogleraar', vertelt een trotse Kallenberg.

Laura KallenbergDries FaemsKatia Bertoldi