Vijf jonge, talentvolle onderzoekers van de Universiteit Twente krijgen dit jaar een Veni-subsidie van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Elke onderzoeker ontvangt 250.000 euro. Met dat geld kunnen de wetenschappers drie jaar onderzoek bekostigen.
De Veni-subsidie is een van de drie subsidievormen van de
Vernieuwingsimpuls en is bestemd voor talentvolle jonge
onderzoekers. De andere twee subsidies zijn de Vidi-subsidie (voor
ervaren postdocs) en de Vici-subsidie (voor zeer ervaren
onderzoekers). De Vernieuwingsimpuls is opgezet in samenwerking met
het Ministerie van OCW, de KNAW en de universiteiten.
Dit jaar gaan vijf Veni-subsidies naar onderzoekers van de
Universiteit Twente. De vijf gehonoreerde onderzoekers zijn Edwin
van Asseldonk, Dries Faems, Katia Bertoldi, Mark Huijben en Laura
Kallenberg. Hieronder volgt een kort overzicht van het onderzoek
waaraan ze werken.
Edwin van Asseldonk
Edwin van Asseldonk van de vakgroep Biomechanical Engineering,
promoveerde in 2008 op de looprobot Lopes. Deze robot ondersteunt
patiënten die moeite hebben met lopen als gevolg van een beroerte.
De robot vormt als het ware een extra paar benen voor de patiënt,
en werkt op basis van het principe 'Assist As Needed'. Dit houdt in
dat de patiënt zelf actief beweegt en de robot de patiënt alleen
ondersteunt daar waar het nodig is. Aan het herstel van functie in
de benen ligt verandering in de hersenen ten grondslag. De niet
aangedane hersengebieden nemen (deels) de functie van de aangedane
hersengebieden over.
Van Asseldonk brengt het onderzoek nu een stap verder. Namelijk
door ook gebruik te maken van elektrostimulatie. Hierbij worden
twee elektroden op de hoofdhuid van de patiënt geplaatst
waardoorheen stroompjes lopen. Van Asseldonk: 'Door de
elektrostimulatie worden de hersenen van patiënten prikkelbaarder,
waardoor ze tijdelijk eenvoudiger gestimuleerd kunnen worden door
de patient zelf.' Dit effect wil Van Asseldonk gebruiken om
patiënten nog beter te kunnen trainen. Met zijn Veni-subsidie wil
hij verder werken aan zijn onderzoek. 'Het zou zomaar kunnen dat ik
hier nog heel lang mee bezig ben. Ik ben nog lang niet uitgekeken
op dit terrein.' Voor van Asseldonk kwam de toekenning van de
subsidie overigens als een verrassing. 'Ik was echt heel erg blij
toen ik het hoorde dat ik een Veni had gekregen, ik had mijn kansen
van tevoren niet hoog ingeschat,'
Dries Faems
De integratie van kleine hightech start-ups in grote gevestigde
bedrijven blijkt geen sinecure. Verschillen in cultuur, structuur
en strategie tussen de betrokken partijen maken dat in meer dan de
helft van zulke overnames de beoogde innovatieve meerwaarde niet
wordt gerealiseerd.
Dries Faems, werkzaam bij de vakgroep Operations, Organisations,
and Human Resources, bekijkt in zijn Veni-onderzoeksproject hoe
samenwerkingsprocessen tussen hightech start-ups en grote
gevestigde bedrijven voor de overname het integratieproces na de
overname kunnen beïnvloeden. Met behulp van procesonderzoek binnen
verschillende technologische innovatieprojecten wil hij
bijvoorbeeld nagaan in welke mate het opbouwen van een
vertrouwensrelatie in vroegere samenwerkingsprojecten het
integratieproces na de overname bespoedigt of juist afremt.
Faems zegt zijn Veni-honorering te danken te hebben aan de
vernieuwende procesbenadering die hij toepast. 'De NWO jury liet
weten dat mijn onderwerp maatschappelijk zeer relevant is en de
bevindingen van groot belang kunnen zijn voor bedrijven.'
Katia Bertoldi
Katia Bertoldi werkt bij de vakgroep Multiscale Mechanics en
kreeg haar Veni-subisidie voor haar onderzoek naar een nieuwe
klasse kunstmatige materialen. Deze materialen bevatten zogenaamde
'instabiliteiten'. 'Dat houdt in dat de eigenschappen dramatisch
veranderen zodra je er bijvoorbeeld kracht op uitoefent of de
temperatuur ervan verhoogt.' Het gaat dan onder meer om materialen
die onder normale omstandigheden licht van een bepaalde golflengte
doorlaten, maar dat opeens niet meer doen als je een kracht op het
materiaal uitoefent. Bertoldi: 'Deze eigenschappen kun je
bijvoorbeeld gebruiken om een aan-uit-schakeling te creëren.'
Verder werkt de van oorsprong Italiaanse onderzoekster onder andere
aan materialen die opzwellen als ze worden uitgerekt.
Op termijn hoopt Bertoldi dat 'haar materialen' op allerlei
plaatsen toegepast zullen worden. Maar deze doorontwikkeling zal
waarschijnlijk door anderen moeten gebeuren. 'Zelf houd ik toch het
meest van het echte fundamentele onderzoek.'
Bertoldi is erg blij met de toekenning van de Veni-subsidie,
maar het is nog maar de vraag of ze uiteindelijk echt gebruik kan
maken van de 250.000 euro. Nadat ze het onderzoeksvoorstel bij NWO
heeft ingediend is ze gevraagd of ze assistant professor op de
toonaangevende universiteit Harvard wilde worden; een baan die ze
niet kon laten schieten. Mocht ze geen gebruik van de
persoonsgebonden subsidie kunnen maken, heeft ze er in ieder geval
iets van geleerd. 'Het was het eerste onderzoeksvoorstel dat ik
schreef om geld voor mijn onderzoek op te halen. Ik ben dan ook
blij dat het gelukt is.'
Mark Huijben
Energie wordt schaars. Hierdoor zullen we de beschikbare
energiebronnen veel efficiënter moeten gebruiken. Mark Huijben van
de Inorganic Materials Science Group onderzoekt of verwaarloosde
afvalwarmte hergebruikt en omgezet kan worden naar bruikbare
energie.
Als voorbeeld hoe 'afvalwarmte' ontstaat noemt Huijben de
opwekking van energie in een verbrandingsmotor van een auto.
'Slechts 40 procent van de brandstof wordt écht gebruikt. De
overige 60 procent gaat verloren als warmte, die de auto onder
andere verlaat via de uitlaat. Door een gedeelte van die warmte
weer om te kunnen zetten in bruikbare energie kun je de efficiëntie
van een systeem drastisch verbeteren.'
Met de Veni-subsidie wil Huijben onderzoek doen naar nieuwe
zogenaamde thermo-elektrische materialen. Dit zijn materialen die
warmte om kunnen zetten naar bruikbare energie. Huijben werkt
hierbij met oxidische materialen, waarvan hij multilagen maakt met
behulp van een techniek die gepulste-laser-depositie heet.
Mark Huijben is, naast universitair docent, ook
programmadirecteur van een nieuwe onderzoeksrichting van het MESA+
Instituut voor Nanotechnologie die 'NanoMaterials for Energy'
heet.
Laura Kallenberg
Laura Kallenberg is werkzaam bij Roessingh Research and
Development (RRD) en sleepte een Veni-subsidie in de wacht voor
haar onderzoek naar het herstel van bewegingen na een
herseninfarct. 'Ik was aangenaam verrast en had het niet verwacht,'
geeft de gelukkige onderzoekster als reactie op de toekenning van
de subsidie.
Kallenberg studeerde Elektrotechniek aan de UT en begon haar
carrière bij RRD al tijdens haar afstudeerfase. Daarna bleef ze er
werkzaam. In maart 2007 promoveerde ze aan de UT op onderzoek dat
ze bij het RRD uitvoerde. Sindsdien zet ze er haar eigen
onderzoekslijn op, waarbij ze wederom samenwerkt met de UT. Haar
onderzoek richt zich op het herstel van bewegingssturing na
centraal-neurologische aandoeningen, zoals een herseninfarct. 'Om
patiënten optimaal te kunnen behandelen is het noodzakelijk om te
snappen hoe de herstelmechanismen na een herseninfarct werken.'
Kallenberg wil deze mechanismen beter begrijpen, waardoor
uiteindelijk betere therapieën ontwikkeld worden.
Met de Veni-subsidie gaat ze haar onderzoek, dat uit twee delen
bestaat, verder uitbreiden. Enerzijds wil ze met haar groep een
techniek ontwikkelen die de achterliggende herstelmechanismen in
kaart kan brengen. Anderzijds gaat ze patiënten gedurende een
langere periode volgen en om te zien hoe ze herstellen. Hiermee
hoopt ze de prognoses voor herstel te kunnen verbeteren.
Kallenberg voelt zich erg thuis in de medische onderzoekswereld.
'Ik hoop dat ik in de komende jaren de groep kan blijven uitbreiden
en misschien ben ik over een aantal jaren zelf wel hoogleraar',
vertelt een trotse Kallenberg.