De kans op een overstroming in Nederland is niet groot, máár als er een plaatsvindt, weet de Nederlandse burger niet wat hij moet doen. Dat komt naar voren uit onderzoek van communicatiewetenschapper Teun Terpstra. ‘De overheid benadrukt te veel dat we veilig zijn en communiceert te weinig over de mogelijke gevolgen van overstromingen, en over wat we moeten doen als het toch fout gaat.’ Terpstra promoveert op 15 januari aan de faculteit Gedragswetenschappen van de Universiteit Twente.
Omdat tweederde van Nederland kan overstromen vanuit de zee of
de grote rivieren, geven we grote bedragen uit aan de bouw en het
onderhoud van dijken. 'Terecht,' vertelt onderzoeker Teun Terpstra
van de Universiteit Twente, 'maar de overheid benadrukt te veel dat
we veilig zijn en communiceert te weinig over de gevolgen van
overstromingen en over wat we moeten doen als het toch fout gaat.
Hoe veilig we de dijken ook maken, een overstroming is nooit
helemaal uit te sluiten. Vrijwel niemand weet wat hij dan moet
doen. Evacueren of thuisblijven? Uit mijn onderzoek blijkt echter
dat mensen het wel belangrijk vinden dat de overheid ook investeert
in een goede rampenbestrijding bij overstromingen. Hoe voorbereid
is voorbereid genoeg? De overheid moet zichzelf die vraag stellen,
en de communicatie daarop afstemmen.'
Risicogebieden
Terpstra deed onderzoek onder ruim 3500 Nederlanders die staan
blootgesteld aan overstromingsrisico's, zoals in de Randstad, de
Flevopolder en het rivierengebied. Slechts een enkeling is van plan
de komende tien jaar iets aan voorbereiding te doen. Bij mensen die
wel voorbereidende maatregelen nemen, zijn het zoeken naar
informatie over de gevolgen van een overstroming in de eigen
omgeving, en de mogelijkheden voor evacuatie het meest populair. In
totaal is 30 procent van de ondervraagden geïnteresseerd in
dergelijke informatie. In zijn onderzoek probeerde Terpstra daarom
de vraag te beantwoorden waarom de voorbereidingsintenties onder
het Nederlandse publiek zo laag zijn. Hiervoor zijn verschillende
redenen. Door het hoge beschermingsniveau in Nederland en het lange
uitblijven van overstromingen is voor veel mensen de mogelijkheid
van een overstroming een blinde vlek geworden; men heeft geen oog
voor de gevolgen van een overstroming. Een andere reden is het
gebrek aan middelen dat de bevolking heeft om zich tegen een
overstroming te wapenen.
Aanbevelingen
Het onderzoek van Terpstra leidt tot verschillende
aanbevelingen. Zo moet de overheid de burger meer wijzen op de
aanwezige risico's, in plaats van alleen te benadrukken dat alles
veilig is. Verder moet de overheid de gevolgen van een eventuele
overstroming op regionaal gebied onderzoeken en de resultaten
hiervan communiceren naar de bevolking. Nu maakt zij gebruik van
algemene voorlichtingscampagnes voor de gehele Nederlandse
bevolking. Uit het onderzoek van Terpstra blijkt echter dat burgers
meer geneigd zijn om voorbereidingsmaatregelen te nemen als de
informatie en het advies dat zij krijgen specifieker zijn.
Noot voor de pers
Teun Terpstra promoveert op 15 januari aan de faculteit
Gedragswetenschappen van de Universiteit Twente. Hij voerde zijn
onderzoek uit binnen de vakgroep Psychologie & Communicatie van
Gezondheid & Risico (PCGR) en het onderzoeksinstituut IBR. Hij
werd hierbij begeleid door prof. dr. Erwin Seydel en dr. Jan
Gutteling. Het onderzoek is onderdeel van het onderzoeksproject
PROmO en is medegefinancierd door het kennisimpulsprogramma 'Leven
met Water'. Het proefschrift 'Flood Preparedness; thoughts feelings
and intentions of the Dutch public' is op verzoek digitaal
beschikbaar.
Credits afbeeldingen: Ministerie van Verkeer en Waterstaat.