De gezondheidszorg moet zijn voordeel doen met nieuwe onderzoeksmethoden zoals computerized adaptive testing. Specialisten kunnen het individuele risicoprofiel van patiënten dan beter inschatten. Ze krijgen dan ook meer ruimte voor ‘personalized management’. Dat zegt Job van der Palen op donderdag 11 februari 2010 bij zijn inauguratie als bijzonder hoogleraar “Evaluatie en Assessment in Gezondheidsonderzoek” aan de Universiteit Twente. Hij is als klinisch epidemioloog verbonden aan het Medisch Spectrum Twente.
De instelling van de leerstoel levert voor zowel de Universiteit
Twente als het MST een win-win-situatie op, aldus Van der Palen.
"Aan de UT is de vakgroep Onderzoeksmethodologie, Meetmethoden en
Data-Analyse (OMD) veel bezig geweest met toepassing van
geavanceerde statistische methoden en technieken in het
onderwijsveld, technieken die we graag meenemen naar de medische
wereld. Op hun beurt willen ziekenhuizen beter kunnen voorspellen
hoe het individuele patiënten in de loop van hun ziekte zal
vergaan. Dankzij een aantal onderzoeks- en meettechnieken die bij
OMD verder ontwikkeld zijn - denk aan Item Response Theorie (IRT)
en Computerized Adaptive Testing (CAT) - wordt dat nu
mogelijk."
Neem patiënten die kans hebben binnen nu en een jaar opgenomen
te worden voor de chronische longziekte COPD of hieraan te
overlijden. Komt zo iemand bij de longafdeling, dan doet die eerst
de longfunctietest. De gegevens hiervan worden direct aan het
ziekenhuisdatasysteem toegevoegd. Vervolgens gaat de patiënt naar
de wachtkamer bij de longarts om een vragenlijst in te vullen. Geen
lange lijst op papier. Dankzij Computerized Adaptive Testing is het
mogelijk met zo min mogelijk vragen relevante informatie over de
ziektetoestand te verzamelen. Ook die gegevens worden meteen aan
het ziekenhuisdatasysteem toegevoegd. En dan pas volgt het bezoek
aan de longarts. Die opent op zijn computer de status van de
patiënt en krijgt meteen te zien wat de kans is dat deze in het
komend jaar opgenomen zal worden of zal te komen overlijden.
Bovendien is ook te zien welke factoren er nu voor zorgen dat
uitgerekend deze patiënt deze prognose heeft. Nu kan de longarts
gericht zijn beleid aanpassen. En omdat het niet nodig is elke keer
dezelfde vragen te stellen in de weinige tijd die er is, kan die
bovendien gericht doorvragen naar aanleiding van de reeds door de
patiënt verstrekte informatie.
Dankzij deze onderzoeks- en meettechnieken is ook een beter
risicoprofiel te geven voor bijvoorbeeld hartpatiënten. Is bij hen
een defibrillator geïmplanteerd, en krijgen ze opnieuw een
hartstilstand, dan kunnen ze die als het goed is, overleven,
doordat dit apparaat een shock geeft. Alleen zijn er momenteel erg
veel mensen met een defibrillator, terwijl slechts een minderheid
de rest van hun leven nog eens een hartstilstand meemaakt. Met een
verbeterde risico-inschatting zullen we nauwkeuriger kunnen bepalen
wie nu wel of niet zo'n defibrillator nodig hebben.
Of denk aan patiënten die een hartoperatie ondergaan. Een op de
vier, vijf blijkt een delirium te ontwikkelen - wat hun
gezondheidskansen verslechtert, en uiteraard hun ziekenhuisverblijf
verlengt. Bij een betrouwbaarder voorspelling wie zo'n delirium
gaat ontwikkelen, zou je de risicogroep al voor de operatie een
interventie kunnen geven, met medicijnen of een psychologische
weerbaarheidstraining bijvoorbeeld.
"Verbeterde individuele zorg en personalized management, dat is
wat de UT en MST met deze nieuwe leerstoel willen bereiken", aldus
Van der Palen.
De oratie "Beter weten door beter meten" is op aanvraag
elektronisch beschikbaar.