Internet zal in de toekomst nog veel meer worden
aangevuld met intelligente sensornetwerken. Ook 'toevallig'
aanwezige smart phones en andere apparaten van gebruikers zullen
dan deel gaan uitmaken van een 'wereldomvattend monitoring systeem'
dat metingen doet en resultaten communiceert. Dit voorspelt
prof.dr.ing. Paul Havinga op 10 juni in zijn intreerede 'Het
onzichtbare zichtbaar', als hoogleraar Pervasive Systems aan de
Universiteit Twente.
Het idee van 'smart dust', zo'n tien jaar geleden voor het eerst
gelanceerd, is altijd een grote bron van inspiratie geweest voor
Havinga: maak een minuscuul sensorsysteem dat kan zenden en
ontvangen, en 'strooi het uit' waar het nodig is. Het systeem
opereert autonoom en organiseert zijn eigen netwerk met
collega-sensoren, zonder centrale regisseur. De computer verdwijnt
daarbij uit beeld. Dat stelt onderzoekers voor grote technologische
uitdagingen, illustreert Havinga: "Pervasive systems moeten
in een volstrekt onbekende omgeving kunnen werken, met vaak
onbekende middelen. Bovendien heb je te maken met de
tegenstrijdigheid dat de sensoren eigenlijk altijd waakzaam moeten
zijn, terwijl ze tegelijk bij voorkeur 'uit' staan om energie te
besparen."
Van brandbestrijding tot gezondheidszorg
In de afgelopen jaren heeft Havinga met zijn onderzoeksgroep
boeiende toepassingen ontwikkeld voor deze sensornetwerken: ze zijn
weliswaar nog niet zo klein als in de prognoses van tien jaar
geleden, maar dat is vaak niet eens nodig. In zijn intreerede noemt
Havinga onder meer het monitoren van bosbranden, met autonome
mini-helicopters die zo nodig sensoren uitstrooien om
detailmetingen te doen. Gecombineerd met sensoren die
brandbestrijders dragen op hun pak, ontstaat snel een beeld van de
brand.
Ook in de gezondheidszorg zullen deze sensoren een grote vlucht
maken, verwacht hij. Bijvoorbeeld bij het meten van
activiteitenpatronen en het geven van feedback aan patiënten die
lijden aan COPD. De sensoren vormen dan een 'Body Area
Network'.
Opportunistic sensing
Nog een stap verder, en je 'oogst' informatie van alle apparaten
die op dat moment op een bepaalde plaats aanwezig zijn.
'Opportunistic sensing' of 'crowd sourcing' zijn hiervoor de nieuwe
begrippen. Een voorloper daarvan is het samenstellen van
filegegevens op basis van locatie-data van mobiele telefoons. Voor
een wereldomvattend monitoring systeem moeten nog wel wat hobbels
genomen worden, aldus Havinga. De zorg die hij hoort over de
privacy, is daar één van, evenals de zorg over het milieu. En
'slimmer is beter' kan volgens hem niet altijd het motto zijn: "Het
gemak van een huis vol samenwerkende intelligente apparaten kan wel
eens behoorlijk tegenvallen door onvoorspelbaar gedrag dat erg
vermoeiend is voor de omgeving." Desalniettemin zullen onzichtbare
computers volgens Havinga in belangrijke mate kunnen bijdragen aan
een betere toekomst, omdat ze ons inzicht geven in de verschillende
ecosystemen om ons heen en hun interactie: ze maken op die manier
het onzichtbare zichtbaar.
Paul Havinga is verbonden aan het Centrum voor Telematica en
Informatietechnologie (CTIT) van de Universiteit Twente. Hij is
mede-oprichter van de onderneming Ambient Systems. Samen met zijn
onderzoeksgroep heeft dit bedrijf onder meer een monitoringsysteem
ontwikkeld voor de waterkwaliteit bij het Great Barrier Reef.
Havinga won in 2007 de Van den Kroonenbergprijs voor jong
ondernemerschap. In hetzelfde jaar won hij ook de ICTRegie Award.
Hij was initiatiefnemer van grote nationale en internationale
projecten zoals EYES - energy efficient sensor networks -en Smart
Surroundings.
Noot voor de pers
Prof. Paul Havinga spreekt zijn rede 'Het onzichtbare
zichtbaar'uit op 10 juni om 16.00 uur in gebouw Vrijhof op de
campus van de Universiteit Twente. Zijn rede is als pdf-bestand toe
te sturen.
Voor meer informatie kun je contact opnemen met één van onderstaande personen: