Ziekten bestrijden met internetsite

donderdag 17 september 2009

Gemiddeld één op de tien Europeanen loopt tijdens een behandeling in een ziekenhuis een ziekenhuisbacterie als MRSA op.

In Nederland is het risico gelukkig kleiner, maar nog steeds raakt drie procent van de patiënten besmet. Dit leidt in Nederland jaarlijks tot circa 1800 tot 3000 vermijdbare sterfgevallen. Fenne Verhoeven, promovendus aan de UT, ontwikkelde een internetsite die het aantal besmettingen moet terugdringen.

Om infectieziekten te bestrijden hanteert elk ziekenhuis een uitgebreid protocol, variërend van 50 tot wel 150 pagina's. Hierin staat tot in detail omschreven hoe je om moet gaan met mensen die (mogelijk) zijn besmet. Het nadeel van deze protocollen is dat de informatie die erin staat in de praktijk niet altijd goed is terug te vinden. Communicatiewetenschapper Fenne Verhoeven onderzocht daarom hoe verzorgend personeel de protocollen gebruikt en of het de benodigde informatie wel kan vinden. Verhoeven: "Uit mijn onderzoek kwam naar voren dat het verzorgend personeel in de helft van de gevallen de gezochte informatie niet terug kon vinden in de protocollen. Als het personeel het wel vond, duurde het zoeken over het algemeen erg lang (gemiddeld zes minuten). In de praktijk hebben ze zoveel tijd niet."

Daarom ontwikkelde Verhoeven een internetsite die de informatie uit de protocollen op een betere manier moet ontsluiten. De informatie op haar site is gebaseerd op de officiële, nationale richtlijnen van de Werkgroep Infectiepreventie en het RIVM. Ze heeft de informatie alleen op een voor de gebruiker logischere manier weergegeven; namelijk in de vorm van vragen en de daarbij behorende antwoorden.

"En dat blijkt te werken," vertelt Verhoeven. "In 90 procent van de gevallen vond het verzorgend ziekenhuispersoneel het antwoord op zijn vraag. Bovendien vond het personeel het antwoord veel sneller; binnen twee minuten in plaats van in zes minuten."

Promoveren

Dat Verhoeven promotieonderzoek aan de universiteit wilde uitvoeren was voor haar al lang duidelijk. "Tijdens het tweede jaar van mijn studie communicatiewetenschappen kregen we een gastcollege van een aio. Toen wist ik: dat wil ik ook! Het leek me erg mooi om je vier jaar lang op één onderwerp te kunnen storten. Overigens is de aio van het gastcollege volgens mij nooit gepromoveerd", voegt ze hier met een lach aan toe. "Maar dat terzijde."

"Toen ik nog aan het studeren was, had ik eigenlijk verwacht dat ik in de marketinghoek zou promoveren, maar ik ben als het ware in dit onderzoek gerold." Spijt heeft ze er echter zeker niet van. "Het mooie van mijn onderzoek is dat je werk echt relevantie heeft. Je hebt echt invloed op het werk van zorgprofessionals en daarmee op de maatschappij."

Eén platform

Op 2 oktober is het dan zo ver. Dan promoveert Verhoeven op haar onderzoek en eindigt een periode van vier jaar onderzoek. Dat betekent echter niet dat ze ook helemaal stopt met dit onderzoek. Het wordt namelijk binnen een ander project voortgezet, maar dan met een veel bredere benadering.

Binnen het nieuwe project wordt de methode van Verhoeven doorontwikkeld. Haar methode is namelijk ook geschikt om richtlijnen voor andere infectieziekten in op te nemen. De droom van Verhoeven is één platform ontwikkelen met daarin de richtlijnen voor alle infectieziekten.

"Wat ik over 10 jaar bereikt wil hebben? Ik hoop dat het systeem dan door iedere zorgprofessional in Nederland en Duitsland (want het project is grensoverschrijdend) wordt gebruikt. Het systeem bevat dan hopelijk de informatie over alle bekende infectieziekten. En als er een nieuwe infectieziekte opduikt, zoals onlangs met de Mexicaanse griep gebeurde, dan hoop ik dat wij ook de richtlijnen hiervoor direct kunnen gaan hosten. Verder willen we ook een e-learning programma aan de site koppelen, zodat we deze tegelijkertijd kunnen gebruiken als trainingsinstrument."

Daar houden de ambities van Verhoeven echter nog niet op. Het is verder de bedoeling dat de site geschikt wordt gemaakt voor specifieke ziekenhuizen, en dat ook locale informatie, zoals de opbergplaats van de mondkapjes, de locatie van operatiekamers en het merk van gebruikte desinfecterende zeep, opgenomen wordt.

Fenne Verhoeven deed haar promotieonderzoek binnen de vakgroep Technische en Professionele Communicatie (TPC). Ze werd hierbij begeleid door prof. dr. Michaël Steehouder (TPC) en dr. Lisette van Gemert-Pijnen (Psychologie & Communicatie van Gezondheid & Risico) van de Universiteit Twente en door dr. Ron Hendrix van het Laboratorium Microbiologie Twente Achterhoek. Haar onderzoek is mede mogelijk gemaakt door financiering vanuit het Europees Fonds voor regionale Ontwikkeling, het Ministerie van Economische Zaken en de Duitse deelstaat Nordrhein-Westfalen. Het proefschrift 'When Staff Handle Staph: User-Driven Versus Expert-Driven Communication Of Infection Control Guidelines' is op verzoek digitaal beschikbaar.

MRSAFenne Verhoeven